Microsoft doet agressief zaken

In de VS staat Microsoft terecht op verdenking van misbruik van zijn macht in de computerbusiness. Dat het bedrijf regelmatig op het randje verkeert in zijn manier van zakendoen, is onomstreden. Zo kon het in het verleden jarenlang geld incasseren voor iedere verkochte pc-kloon, of zijn software MS-DOS daarop geïnstalleerd was of niet. Ook dwong Microsoft afnemers van Windows 95 het programma Internet Explorer (IE) mee te leveren, en afnemers van IE om concurrent Netscape buiten te sluiten. IE was en is een gratis programma, maar bedrijven die het zelf onder hun klanten wilden verspreiden kregen een contract onder de neus geduwd waarin stond dat ze IE ook op hun eigen netwerk moesten gebruiken.

Waarom deze twijfelachtige praktijken? Gegeven de groei- en winstcijfers van Microsoft zou een beetje minder ook wel kunnen.

Bill Gates heeft, door de kansen die hij toevallig kreeg slim uit te buiten, het monopolie verworven op het besturingssysteem voor de pc. Door de hardnekkige groei van de computermarkt zou het conservatief handhaven van deze positie Microsoft verzekeren van een groei die zelfs kritische aandeelhouders tevreden zou stellen. In plaats daarvan is Gates de markt voor kantoorsoftware gaan veroveren, die voor spelletjes, hulpstukken voor spelletjes, financiële en netwerksoftware en Internet. Verder is hij als een bezetene, en met succes, gaan investeren in kabelbedrijven, draadloze telefonie, rechten op beeldmateriaal, reizen, bankzaken en onroerend goed, om een paar voorbeelden te noemen. Op zichzelf niets op aan te merken. De jaren dat de omzet van Microsoft niet met 50 procent of meer is gestegen, kunnen we rangschikken onder de matige jaren van het bedrijf.

Er is naamsbekendheid, de software is, voorzover er concurrentie is, van relatief goede kwaliteit, de leiding heeft een goede neus voor wat er nodig is in de markt. Na een vergissing (het belang van Internet is geruime tijd onderschat) kan Microsoft een achterstand snel inlopen, mede dankzij de grote financiële reserves. Je zou zeggen dat Microsoft bedrijfsmatig gezien geen semi-legale trucjes nodig heeft.

Hebzucht en honger naar macht bij de top van het management zijn plausibele verklaringen, maar tenminste een deel van de oplossing van het raadsel is te vinden in het personeelsbeleid. Volgens topman Mike Murray betaalt Microsoft zijn werknemers matige salarissen. De meesten zouden elders meer kunnen verdienen. Het toptalent komt toch, dankzij een in de ogen van Murray extreem uitdagende en stimulerende werkomgeving, en misschien vooral door de verlokkingen van aandelenopties voor werknemers die lang genoeg goed functioneren. Deze aandelenopties kunnen een welkome aanvulling zijn op het salaris, maar bieden ook het vooruitzicht op onvervalste rijkdom. Een senior software developer kan in vijf jaar binnenlopen. Microsoft heeft secretaresses die miljonair zijn (dat deze naar hun werk blijven komen, zegt Microsofts tweede man Steve Ballmer fijntjes, is een aanwijzing dat er iets deugt aan de sfeer in het bedrijf).

De schaduwzijde hiervan is dat niets slechter zou zijn voor de sfeer en de motivatie als een zich ongunstig ontwikkelende aandelenkoers. En ongunstig wil zeggen: minder gunstig dan in het verleden. Tien of twintig procent op jaarbasis is voor Microsoft mager, te mager. Daar komt bij dat Microsoft een pijnlijk financieel probleem heeft als de werknemers geld voor hun eieren kiezen en hun opties en hun aandelen gaan verzilveren: dat zou een gat slaan in de liquide middelen en bovendien zou het zeer slechte pr zijn. Met dit beloningssysteem heeft Microsoft zichzelf veroordeeld tot buitenproportionele groei- en winstcijfers. En dat betekent: alles grijpen wat er te grijpen valt, elke markt volledig uitwringen, en alles doen wat geld oplevert tot op de rand van het wettelijk aanvaardbare. Of over die rand, als dat voldongen feiten schept waarmee het bedrijf denkt te kunnen wegkomen.

Herbert Blankesteijn is publicist.