Lachende bleekneus

In het land van EPO en groeihormonen rijden magere jonge mannen als bezeten op hun fiets. Ze razen over bergen en door dalen omdat ze als eerste de eindstreep willen halen. Ze jagen elkaar urenlang, soms dagen- en zelfs wekenlang op totdat ze verdwaasd van het zadel vallen en niet meer weten waarmee ze al die tijd zijn beziggeweest. Ze zijn rijp voor een dolhuis, zoals ze daar na afloop hangen en kwetteren als mussen. Ze praten maar door, terwijl de adrenaline nog door hun aderen spuit, bloed uit hun mond sijpelt, modder uit hun neusgaten hangt en vocht uit hun ogen druipt.

Maar er fietsen ook jongens mee die er na afloop nog tamelijk fris en levensvatbaar uitzien. Alsof ze nog bij hun volle verstand zijn en begrijpen waarom ze zo hard mogelijk proberen te fietsen. Wanneer je Michael Boogerd ziet rijden, bijvoorbeeld, meen je van doen te hebben met een wielrenner met een helder verstand en realiteitszin. Genieten van de triomf en lachen om de nederlaag. Hij is niet als zijn illustere Nederlandse voorganger Joop Zoetemelk. Boogerd kan weliswaar relativeren, maar spreuken als `Als het niet gaat, dan gaat het niet' of `Als de finish nog niet in zicht is, dan is het nog ver' zijn niet aan hem besteed. Boogerd is toch meer een winnaar dan Zoetemelk.

Boogerd fietst zoals hij praat. Hij beweegt zich in een hoog tempo door de wereld. Op elk feestje wil hij aanwezig zijn. Wie niet snel is, mist wat in het leven. Anders dan Zoetemelk, die meer van geduld verwachtte. Daarvoor werd hij dan ook beloond met overwinningen in tal van eendagswedstrijden als klassiekers en het wereldkampioenschap en meerdaagse wedstrijden als Parijs-Nice, de Ronde van Spanje en de Ronde van Frankrijk. Zoals Joop het deed, kan het ook.

Boogerd heeft haast. Want de Nederlandse wielersport heeft terrein verloren op Italië, Frankrijk, Spanje, België, Zwitserland, Denemarken en zelfs Duitsland. Zijn sponsors en ploegleiders hebben haast, want ze willen zo snel mogelijk de tijden van Zoetemelk, Raas, Kuiper, Knetemann, Van der Velde en Winnen doen herleven. De wielerpers heeft haast, want ze wil ook eens berichten over Hollands glorie: over een 26-jarige Hollander, uit Den Haag nog wel. Niet een jongen uit Brabant, Limburg of Overijssel, geen telg van het platteland waar roodgekoonde jongens in regen en wind hebben leren vechten tegen de elementen. Nee, Boogerd is een bleekneus uit de stad.

Als het meezit krijgen alle belanghebbenden komende zomer de tijd van hun leven. Want als die EPO- en groeihormonengebruikers zijn geschrokken, kunnen fris en gezond ogende jongens als Boogerd de Tour de France winnen. Doorslaggevend is tegenwoordig namelijk niet pure kracht of talent, maar ook de hematocrietwaarde, ofwel hoe de kwantiteit rode bloedlichaampjes van de ene wielrenner zich verhoudt tot die van de ander. Moeder natuur heeft weinig meer te verwachten van sport.

Boogerd jaagt de Hollanders naar onpeilbare hoop. Nog drie maanden en hij gaat op jacht naar wat Jan Janssen en Joop Zoetemelk in de Tour de France op hun eigen manier al hebben bereikt: winnen. Een leuke en frisse jongen is Boogerd, een jongen die zijn best doet om zijn tanden bloot te lachen. Op de Boulevard des Anglais van Nice, waar de Middellandse Zee lonkt als een aantrekkelijke vrouw, begon Boogerd vorige week de triomftocht die in juli moet eindigen op het erepodium in Parijs. Boogerd als winnaar van de Tour de France? Nee, hij is niet als Zoetemelk.