Kreukbaarheid

Het verschijnsel corruptie boeit me. Ik zou ook corrupt zijn, als ik iets te verdelen had. Al mijn vriendjes bevoordelen, en wel onmiddellijk, zonder er zelfs bij te knipperen. Want wat is vriendschap waard als je niets voor elkaar kunt betekenen? Reisjes, prijsjes, stop me in een commissie of in een jury en ik weet wie de gelukkigen zullen zijn.

Oké, ik doe nu dom, ik weet heus wel wat nepotisme wil zeggen: onrechtmatige bevoordeling van verwanten of vrienden bij het vergeven van posten en opdrachten, zo staat het in de Van Dale. En onrechtmatig is: de regels overtredend. En regels zijn bepalingen waarnaar men zich behoort te richten.

Was het maar zo duidelijk. Laat ik een onduidelijk voorbeeld geven. Op Curaçao heb ik een vrouw gekend die in een `volkswoning' woonde; zo'n huis dat met behulp van Nederlands ontwikkelingsgeld is gebouwd en verhuurd wordt door de gemeente aan de allerbehoeftigsten. Maar deze vrouw was niet zo behoeftig. Ze stond aan het hoofd van de schoonmaakafdeling van het plaatselijke hospitaal en verdiende meer dan genoeg om zonder hulp van de gemeente een behoorlijk onderkomen te vinden.

Hoe kreeg ze de volkswoning dan? Ze had gehoord dat de wethouder van huisvesting een zwak had voor mooie vrouwen.

De dag waarop ze zich ging aanmelden, had ze zich extra mooi opgemaakt. Een ooglijntje hier, een vleugje rouge daar, kort rokje, hoge hakken. De wethouder bloosde toen ze zijn kamer binnenkwam en hij zei dat ze twee dagen later de sleutels kon komen halen - de normale wachttijd op een volkswoning is vier jaar. De afspraak was gemaakt, ze kreeg de woning, waarin ze op de kale vloer ging liggen, met de wethouder boven op zich. Regels zijn regels.

Ze vertelde het verhaal zonder schaamte of spijt, waardoor ik achterbleef met de vraag wie er nu corrupt was geweest: de vrouw die een woning zocht of de wethouder die hem wel of niet kon geven?

Wat zou u doen als u de wethouder was? U zegt dat u de regels zou naleven en de woning objectief zou toewijzen aan degene die het hoogst op de ranglijst stond? U zou totaal afzien van dat lekkere lijfje van de aanvraagster die met die verleidelijke lippen naar u lonkte?

Goed, u bent een eerlijk mens, maar waarom wilde u in de eerste plaats wethouder worden? Enkel om de regels na te leven? Waarom willen mensen op machtige posities terechtkomen? Toch zeker om te kunnen heersen over andere mensen?

Lieden met macht vinden zo'n antwoord meestal te grof. Je gaat in de politiek of neemt zitting in een commissie om een `algemeen belang' te dienen. Je wordt wethouder om toe te zien op de naleving van regels, zonder aanzien des persoons.

Dat was Max Webers ideaal van de bureaucratie: een bestuurlijke vorm die zich niets aantrekt van de individuele gevallen en daardoor alle individuen gelijk behandelt. Het is de basis van de moderne democratie en de overwinning op het

feodalisme.

Want dat laatste was in de tijd van Weber het grote schrikbeeld: de systematische bevoordeling van de rijken en edelen, het ontbreken van voor iedereen geldende wetten, het in elkaar overlopen van bevoegdheden.

Het vervelende is alleen dat mensen het helemaal niet zo leuk vinden om zich gelijk te laten behandelen. Hun eigen situatie vinden ze altijd uniek, speciaal, afwijkend. En een goede wethouder die er gewoonlijk op toeziet dat de regels worden nageleefd, beoordeelt ook de uitzonderingen en past de regels in die gevallen aan. Dat is het prettige van het hebben van macht. En daar begint juist alle ellende.

Het is nog ernstiger: mensen zijn ook niet gelijk. De ene is welbespraakter, de ander slimmer of mooier. Is het u trouwens opgevallen dat mooie mensen doorgaans goed terechtkomen? In India kun je dat met het blote oog bewijzen. Doordat partners aan elkaar worden uitgehuwelijkt, kunnen armere meisjes alleen een man van hogere stand trouwen als ze toevallig mooi zijn. Ze krijgen mooiere kinderen, die later ook een partner krijgen op grond van uiterlijke schoonheid. Het uiteindelijke gevolg is dat de rijken steeds mooier worden, en de lelijken arm blijven.

Laten we het omkeren: had die Curaçaose vrouw over wie ik het had haar knappe uiterlijk niet moeten gebruiken om aan die woning te komen? Als goed burger had ze alleen de formulieren moeten invullen en vervolgens kunnen wachten tot ze oud en lelijk was. Dat deed ze niet, ze was ondernemend en ze gebruikte alle middelen in de strijd. Oneerlijke middelen? Zij zou het omkeren en zeggen dat die wethouder oneerlijke middelen gebruikt om aan seks te komen. En zo is de verwarring compleet.

Het verwondert me dat er over corruptie zo weinig geschreven is, buiten de sfeer van moraal en ethiek. Zo'n brandende kwestie, volgens de baas van de Wereldbank de grootste oorzaak van armoede in de Derde Wereld, en zoals we de laatste dagen merken, een reden voor diepe crisis in Europa - en toch is er zo weinig over nagedacht.

Wie is schuldiger, de omkoper of de omgekochte? Wanneer is er sprake van omkoping: als je geld aanbiedt, of ook iets anders, en dan denk ik niet aan seks of materiële voordeeltjes, maar bijvoorbeeld aan vriendschap. Vriendschap is in essentie corrupt. Je sluit mensen die geen vrienden zijn uit en je bevoordeelt elkaar per definitie, volgens het principe van you scratch my back and I'll scratch yours.

Dat is eigenlijk wel het mooie aan corruptie: dat het de kille, algemeen geldende regel in een waas van gevoel en vertrouwen hult. Zelfs als de omkoper je keiharde bankbiljetten overhandigt, accepteer je het vanuit het vertrouwen dat hij het niet verklapt. Corruptie schept een band.

Natuurlijk is corruptie slecht. Maar het heeft zo weinig zin om er in die termen over te spreken. Webers ideaal van een samenleving waarin we door onkreukbare bureaucraten als nummers worden behandeld, lijkt mij een hel. Niet alleen omdat we geen nummer willen zijn, maar vooral omdat onkreukbare mensen iets onuitstaanbaars hebben. Een beetje kreukbaarheid maakt het leven een stuk aangenamer.