Koppensnellerij terug op Borneo

Gevechten tussen verschillende bevolkingsgroepen in de Indonesische provincie West-Kalimantan, op het eiland Borneo, hebben de afgelopen dagen aan 137 mensen het leven gekost. Door het geweld zijn duizenden mensen op de vlucht geslagen, met name in het district Sambas. De vluchtelingen zoeken hun toevlucht in de provinciehoofdstad Pontianak.

Volgens lokale media speelt het geweld zich af tussen Dajaks en Maleiers, beiden autochtone bevolkingsgroepen, aan de ene en Madoerezen aan de andere kant. Migranten van Madoera, een eiland voor de oostkust van Java, maken slechts 2 procent uit van de bevolking in West-Kalimantan. Zij verhuisden naar Borneo in het kader van zogenoemde transmigratieprogramma's van de regering. Twee jaar geleden kwam het ook al tot grootschalig etnisch geweld tussen Dajaks en migranten, waarbij volgens onbevestigde berichten honderden Madoerezen om het leven kwamen.

Politieke instabiliteit, toenemende armoede, een verzwakt centraal gezag in de hoofdstad Jakarta en een gedemoraliseerde krijgsmacht worden gezien als belangrijkste redenen voor de geweldsuitbarstingen in Indonesië.

Aanleiding voor het geweld in West-Kalimantan was vorige week een ruzie tussen een buschauffeur en een passagier. Gisteren overvielen 800 met kapmessen bewapende Maleiers en Dajaks het dorp Sukarame, in het district Sambas. Tientallen huizen van gevluchte Madoerezen werden in brand gestoken. Volgens berichten evacueert het leger in sommige plaatsen Madoerezen met helikopters omdat hun dorpen omsingeld zijn door vijandige Dajaks en Maleiers. Naar verluidt hebben sommige Dajaks lichaamsdelen van hun slachtoffers opgegeten. Een Dajak-strijder is gezien met het oor van een slachtoffer aan zijn halsketting. In een district reden het afgelopen weekeinde jongeren rond terwijl zij de hoofden van slachtoffers op staken meevoerden.