Israel stuurt bange Bedoeïenen naar Egypte terug

Een Bedoeïenenstam vluchtte vorige week naar Israel. Maar in deze tijd kunnen grensover- schrijdingen niet meer.

In een snelle juridische procedure heeft Israel gisteren besloten circa 900 Bedoeïenen van de Al-Azazma stam naar Egypte terug te sturen. Uit angst voor bloedwraak vluchtten zij een week geleden uit de Egyptische Sinaï-woestijn naar de Negev-woestijn. Tijdens hun verblijf op Israelisch grondgebied werden drie babies geboren.

Het Hooggerechtshof in Jeruzalem wees gisteren een petitie van de Al-Azazma stam af om op Israelische grondgebied te mogen blijven. Het Israelische leger stond onder verwijzing naar ontoelaatbare schending van Israels soevereiniteit op uitwijzing van de Bedoeïenen. De rechters in Jeruzalem deelden dat standpunt en zeiden tevreden te zijn over een akkoord dat Israel met Egypte heeft bereikt over de bescherming van de Bedoeïenen op Egyptisch grondgebied. Zij zullen op een kilometer van de Israelisch-Egyptische grens worden geconcentreerd en volgens de Israelische pers door enkele honderden Egyptische soldaten worden beschermd tegen de Al-Taha stam die een bloedvete heeft met Al-Azazma.

Vanmorgen heeft het Israelische leger de plaats waar de Bedoeïenen zich, omringd door Israelische militairen, bevinden tot gesloten gebied verklaard. Dat is Israelisch routine voordat het leger tot actie overgaat tegen de Bedoeïenen. Ouderlingen van de Al-Azazma stam hebben tegenover de Israelische media gezegd dat de stam massaal zelfmoord zou plegen indien het tot uitwijzing zou komen.

Met de snelle uitwijzing van de Bedoeïenen, hoogstwaarschijnlijk in de loop van de dag nog, wil Israel de Bedoeïenen in de Sinai-woestijn een krachtig signaal geven dat de joodse staat grensoverschrijdingen om welke reden dan ook niet zal tolereren. Voor de Bedoeïenen is een grens echter een vaag idee. Hun traditionele leefruimte is waar hun kamelen, geiten en schapen kunnen grazen en blaadjes van struiken kunnen eten.

De Al-Azazma-stam, die voor de staat Israel in 1948 werd uitgeroepen zich ook in de Negev-woestijn ophield, heeft een ambivalente geschiedenis met Israel. De krant Ha'arets refereerde gisteren aan de observatie van een VN-waarnemer dat in 1950 zo'n 4.000 leden van deze stam door Israel uit de Negev-woestijn naar Egypte werden uitgewezen. De stam kwam in 1967, toen Israel de Sinaï-woestijn op Egypte veroverde, weer onder Israelisch bestuur. In die jaren dienden leden van de stam als burgers in het Israelische leger. Zij werden als spoorzoekers ingezet bij de bestrijding van drugssmokkel uit de Sinaï naar Israel en het voorkomen van infiltraties. Het Hooggerechtshof verwierp gisteren het argument van de verdediger van de Bedoeïenen dat deze staat van dienst recht op het Israelische staatsburgerschap geeft. Als uitvloeisel van het Israelisch-Egyptische vredesverdrag droeg Israel in 1982 de Sinaï-woestijn aan Egypte over waardoor de Al-Azazma weer onder Egyptisch gezag kwamen.

Sedert 1948 is de staat Israel met Bedoeïenen in conflict over landeigendom in de Negev-woestijn. Tegenover de Israelische eis dat het om staatsgrond gaat laten zij natuurlijke aanspraken op land gelden waar zij generaties lang in de ruimte van de woestijn hebben geleefd. De Bedoeïenen hebben deze strijd voor rechtbanken in de meeste gevallen verloren. Volgens een Israelische onderzoeker woont 96 procent van de 80.000 Bedoeïenen in de Negev-woestijn wegens landonteigening, niet meer in zijn natuurlijke omgeving.