Iraakse pelgrims zijn al weer thuis

De 18.000 Iraakse pelgrims die na een verblijf aan de grens met Saoedi-Arabië vrijdag een visum en verblijfkosten voor de duur van hun pelgrimstocht naar Mekka door de Saoedische autoriteiten aangeboden kregen, zijn weer thuis. De pelgrims weigerden zaterdag, toen ze al op Saoedisch grondgebied waren, door te reizen naar Mekka met het argument dat de Verenigde Naties bevroren Iraakse fondsen dienden vrij te geven voor hun pelgrimstocht. De Saoedische minister van Binnenlandse Zaken, prins Nayef bin Abdul-Aziz, verklaarde echter dat ze door Bagdad waren teruggeroepen, en beschuldigde het Iraakse regime ervan politiek te bedrijven met de jaarlijkse grote pelgrimstocht naar Mekka, de Haj. De Haj begint donderdag.

,,Ik verzeker onze broeder-pelgrims die door de autoriteiten in Irak zijn weggehaald, dat we hun nood delen, en dat we betreuren dat de pelgrimstocht voor politieke doeleinden wordt geëxploiteerd'', aldus prins Nayef op een persconferentie in Mekka. Hij wees erop dat het leiderschap van de pelgrims het Saoedische aanbod om alle kosten van de Haj, zo'n 2.000 dollar per persoon, te dragen, aanvankelijk had aanvaard, alvorens van mening te veranderen.

Irak op zijn beurt beschuldigde Saoedi-Arabië van ,,een lage politiek van gedraai en getalm om te verhinderen dat de Iraakse pelgrims profiteren van in Arabische en buitenlandse banken bevroren Iraakse tegoeden''. Een van de leiders van de pelgrims, tevens presidentieel adviseur, Fahim Farhood, zei gisteren dat de pelgrims het Saoedische aanbod hadden afgewezen omdat ,,Irakezen van niemand liefdadigheid aanvaarden''. ,,Al onze pelgrims wezen het aanbod af en besloten in hun bussen naar huis te rijden. Ze riepen `Lang leve Irak' en `Dood aan Amerika' omdat ze denken dat wat hun overkwam, de schuld was van Amerika.''

Irak verwierp vorige week een compromis van het sanctiecomité van de VN om de pelgrimstocht te financieren uit het olie-voor-voedselprogramma en met behulp van vouchers via een derde land of organisatie. Irak eiste dat een bedrag van 44 miljoen dollar rechtstreeks aan het regime zou worden overgemaakt uit bevroren tegoeden. Volgens de VN was een dergelijke procedure illegaal. (AFP, Reuters)