Halve wereld kan juichen om wielerzege Tsjmil

De 36-jarige Andrei Tsjmil is de oudste winnaar in de 90-jarige historie van Milaan-Sanremo. Hij heeft banden met Siberië, Moldavië, Oekraïne, België en Italië. ,,Ik ben net een vliegtuig met te weinig kerosine.''

Een dag voor de Italiaanse feestdag waren de tifosi optimistisch gestemd. Marco Pantani soleerde tussen de olijfbomen van de Cipressa. Michele Bartoli domineerde langs de boorden van de Middellandse Zee. Gabriele Colombo demarreerde op de flanken van de Poggio. Maar de feestvreugde werd snel getemperd. De Belg Andrei Tsjmil bleef op de Via Roma uit de greep van het peloton. Na afloop zochten de Italianen naar enige aankopingspunten. Tsjmil begon zijn profloopbaan bij een Italiaanse sponsor. Bovendien bewoont hij een villa aan het Gardameer. Een schrale troost voor een wielerminnende natie.

Tsjmil dankte de zege aan zijn rappe benen en zijn ruime ervaring. Hij wachtte tot achthonderd meter voor de eindstreep met een versnelling. Op dat moment hadden de meeste favorieten hun krachten verspeeld. Tsjmil moest een massaprint voorkomen, gezien de aanwezigheid van enkele gerenommeerde sprinters. Vlak voor de laatste bocht plaatste hij een demarrage. Aan de finish hield hij een voorsprong van drie fietslengtes op de Duitse titelhouder Erik Zabel en de Poolse surpise Zbigniew Spruch. Daarmee was het erepodium gevuld met drie renners uit het voormalige Oostblok.

Triomfator Tsjmil kreeg zaterdag de gelukwensen van Eddy Merckx, recordhouder in de Primavera met zeven overwinningen. De oude kannibaal, voorzien van een stevige bierbuik, roemde de prestatie van zijn nieuwe landgenoot en vergat daarbij de naam van Fons de Wolf, die in 1981 als laatste Belgische winnaar werd gehuldigd. Enkele beschonken Vlamingen vierden de zege van Tsjmil als een nationale gebeurtenis. Zij vergaten de slechte reputatie van `de egoïstische wieltjeszuiger' die zelfs ploeggenoten in de weg zou rijden. Zijn jarenlange tweestrijd met Johan Museeuw werd sterk uitvergroot in de Belgische wielerpers. Met Tsjmil als eeuwige zondebok.

Sinds zijn glorieuze overwinning in Parijs-Roubaix in 1994 kan hij in elk geval rekenen op de sympathie van de neutrale toeschouwer. In de daaropvolgende jaren behaalde hij veel ereplaatsen, maar aansprekende zeges waren op een hand te tellen. In 1997 toonde hij zich de sterkste sprinter in Parijs-Tours. Na zijn verrassende zege in Milaan-Sanremo heeft hij een trilogie voltooid. Of hij nu op zijn lauweren ging rusten, luidde een rethorisch vraag. Nee, antwoordde Tsjmil, hij gaat nog lang niet met pensioen en hij blijft even eerzuchtig als in zijn juniorentijd.

Als zoon van een beroepsmilitair en een operazangeres werd hij geboren in Khabarovsk, in de buurt van de Japanse Zee. Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij op achtjarige leeftijd met zijn moeder naar de Oekraïne en verhuisde hij op vijftienjarige leeftijd naar een wielerschool in Moldavië. In 1989 vertrok hij met twaalf Russische fietstalenten naar de Italiaanse kweekvijver Alfa Lum. In tegenstelling tot sommige Oost-Europese collega's is Tsjmil nooit bevangen door de westerse luxe. Hij staat bekend als de ideale professional.

Uit onvrede met de Moldavische autoriteiten reed Tsjmil tot vorig jaar met een Oekraïense wielerlicentie. Uit onvrede met de douaniers die zijn koffers bij elke controle binnenstebuiten keerden, rijdt hij sinds vorig jaar met een Belgische wielerlicentie. Hij voelt zich niet langer gediscrimineerd en bovendien: vaderlandsliefde was sinds de teloorgang van de Sovjet-Unie een onbekend begrip. Hij gebruikte een beeldspraak om zijn leven als wereldreiziger te verklaren. ,,Ik ben net als een vliegtuig met te weinig kerosine. Op een bepaald moment kun je niet meer terugkeren, maar word je gedwongen vooruit te gaan.''

Ironisch was zijn beslissing om vorig jaar een Belgisch paspoort aan te vragen. In het land waar hij meer verguisd dan gevierd was, wil hij voor zijn jonge gezin een nieuw leven opbouwen. Hij heeft enkele hectaren boerenland gekocht in het dorp Dottenijs. Volgens goed gebruik in wielerkringen laat hij daar een groteske woning uit de grond stampen. Maar waarom juist in België, waar hij als Judas werd afgeschilderd. ,,Ik laat mij niet leiden door sommige journalisten. Ik houd van de Bourgondische mentaliteit. Als ik de Vlamingen kan verstaan, hoop ik hen te overtuigen van mijn gelijk. Ik ben toch zeker geen egoïst omdat ik boeken prefereer boven televisie?''

Tsjmil staat bekend als de intellectueel van het peloton. Terwijl zijn meeste collega's zweren bij Ludlum en Grisham vermaakt hij zich liever met Tolstoj en Dostojevski. Bij gebrek aan objectieve geschiedschrijving in de voormalige Sovet-Unie leest hij nu Franstalige boeken over het communisme en het kapitalisme. Het verhaal wil dat Tsjmil tijdens een duurtraining zijn talenkennis vergroot. Hij plakt een velletje papier met moeilijke woorden op de routekaart.

Sinds 1994 rijdt hij voor de Belgische sponsor Lotto, een bescheiden formatie met een onbetwiste kopman. Tsjmil leert zijn jonge ploeggenoten goed te eten, goed te slapen en goed te trainen. Hij leeft als een monnik, maar hij was zaterdagmorgen liever minder vroeg uit zijn bed gebeld. Om kwart voor vijf moest hij zich onderwerpen aan een bloedonderzoek, in het kader van de gezondheidstesten door de internationale wielrenunie (UCI).

Tsjmil kon er zaterdagmiddag best om lachen. Tegelijkertijd bekritiseerde hij de doktoren, die de buisjes met bloed niet hadden verzegeld en hem bovendien geen prettige voortzetting van de nachtrust hadden gewenst. ,,Daarom ben ik meteen opgestaan voor een goed ontbijt'', verklaarde Andrei Tsjmil zijn puike vorm tussen Milaan en Sanremo.