Extreme Gluck van Minkowski

Volgens de negentiende-eeuwse muziekcriticus Eduard Hanslick was de opera Iphigénie en Tauride (1778) Glucks laatste grote werk in jaar van oorsprong, maar zijn eerste grote werk in rang. Gluck zou Hanslick vermoedelijk gelijk geven, want in Iphigénie en Tauride verwezenlijkte hij zijn muzikale idealen. Geen vocale ijdeltuiterij en semi-dramatische bombarie, maar muziek in dienst van de tekst. Zo verschafte Gluck navoelbaarheid en perspectief aan het tragische libretto dat hij toonzette, en werd hij een voorbeeld voor zowel Mozart als Beethoven.

Met zijn Musiciens du Louvre oogst dirigent Marc Minkowski al vijftien jaar succes in vertolkingen van opera's uit van barok tot romantiek. Bij de Matinee op de Vrije Zaterdag was hij twee seizoenen geleden te gast in Händels Ariodante, welke uitvoering werd bekroond met een Edison. Glucks Iphigénie en Tauride sluit in opzet geheel aan bij Minkowski's muzikale visie. Het orkest is een steun in de rug van het drama, en doordat de aria's, koren en recitatieven vloeiend in elkaar overlopen, is een uitvoering ervan slechts gebaat bij de contrasthonger van Minkowski's aanpak.

Datzelfde geldt voor het door Gluck zelf geformuleerde streven naar `mooie eenvoud'. Minkowski benut elke in de noten besloten kans om een passage te benadrukken, en laveert frase na frase mee met de muziek. Effecten gaan vóór de rode draad van de handeling, en hoewel dat in de breedte leidde tot even fascinerende als dynamische neergave van het klassieke verhaal, ging een teveel aan extremieiten in sommige gevallen ten koste van de muziek.

Zo bezweek de heroïek van het Skythen-koor onder de met veel plomb gebrachte trom- en fluitbegeleiding, en leidde Minkowski's nimmer aflatende voorkeur voor straffe tempi soms tot een net niet ideale verbondenheid tussen het dappere, maar na verloop van tijd kortademige koor en het onversaagd voortspelende orkest.

Sopraan Mireille Delunsch overtuigde in de dragende rol van Iphigénie en bezat de benodigde vocale kracht om haar dillema's leven in te zingen. Haar trio met de krachtige tenor Yann Beuron (Pylade) en bariton Simon Keenlyside als een bescheiden maar vocaal verzorgde Oreste, vormde in de derde akte een schrijnend hoogtepunt – versterkt door de zwart-witte contrastwerking die zowel Minkowski's kracht als zwakte vormt.

Concert: Ch.W. von Gluck - Iphigénie en Tauride o.l.v. Marc Minkowski. Gehoord: 20/3 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 24/3 14 uur.