De Nacht van de Poëzie is eerder huiselijk dan modern

`Het nest is goed, maar het heelal is ruimer.' Deze regels van Marsman vormden zaterdag het motto voor de negentiende Nacht van de Poëzie in het Utrechtse Vredenburg. Niettemin draafde tussen acht uur 's avonds en vier uur 's nachts een lange stoet familieleden voorbij in de verzen die de negentien dichters ten gehore brachten. Zij rekenden af met ouders en grootouders, en stonden uitvoerig stil bij kinderen; op het strand of achter de computer. De Nacht vormde daarmee een passende afsluiting van de boekenweek van dit jaar, met als thema `familie album'. Een eerder huiselijke dan hippe manifestatie, niet spectaculair maar wel gevarieerd, met een navenante stemming in de zaal, die rustig en meegaand was.

De verworvenheden van de moderne tijd werden vooral meewarig bezongen. Ingmar Heytze, de jonge Utrechter die de Nacht vorig jaar afsloot met zijn geestige, toegankelijke poëzie, opende dit jaar met een gedicht over draagbare telefoons. ,,Wij schreeuwen door tunnels van vezelglas,'' declameerde hij. Ook de tweede dichter, de weinig vormvaste Th. van Os, had het over te kort schietende gsm- en Internet-ontmoetingen.

Rond de tweeduizend poëzieliefhebbers waren naar Utrecht gekomen, de meesten blank en boven de dertig. Doorgewinterde bezoekers zelfs met een eigen kampeerkruk, want alle stoelen waren en bleven bezet. Op elk gedicht volgde een bescheiden applaus, al stelden sommige dichters dat niet op prijs. Anneke Brassinga legde de zaal met een strenge blik over haar dunne brilletje een klapverbod op, Mustafa Stitou vroeg zich vertwijfeld af of zijn gehoor soms voorgeprogrammeerd was. Stampend enthousiasme wekte Hugo Claus met zijn prachtige seksuele ode aan een verloren lief. Volgende week verschijnt zijn nieuwe bundel Breed geluk. Van Guido Gezelle, honderd jaar dood, werden gedichten voorgelezen door acteur Lucas Vandervorst, oubollig en levendig tegelijk.

Op de gang vierde poëzietijdschrift De Zingende Zaag zijn tienjarig bestaan en werden broodjes vis, tweedehands boeken en kussenslopen met poëzie erop verkocht. Bekende namen en `entr'actes' verleidden de mensen die vrijelijk de zaal in en uit liepen, terug naar binnen. De Spaanse danser Fernando Romero, begeleid door gitarist Paco Arriaga, verblufte met zijn op flamenco, klassieke en moderne dans gestoelde stijl. Ilse DeLange zong haar countrynummers, rauw en melodieus tegelijk. Willem Jan Otten was op het podium het meest ontspannen. Met zijn handen in zijn zakken, als een voorbijganger die toevallig het spotlight in is geslenterd, droeg hij voor uit zijn laatste bundel Eindaugustuswind. De Zuidafrikaanse dichteres Antjie Krog maakte juist een intens geconcentreerde indruk met haar woedende en toch gefluisterde verzen. Gerrit Kouwenaar daarentegen was moeilijk te verstaan, en pauzeerde om de haverklap om zijn imposante snor schoon te vegen. Zijn aangrijpende gedicht bij het overlijden van Bert Schierbeek bleef steken in gegrom. Hetzelfde gold voor Serge van Duijnhovens afscheid van Joris Abeling, getiteld `De crash'. Abeling kwam vorig jaar om het leven bij een auto-ongeluk. ,,Alles waar jij van wist gewist,'' hoorden we nog net. De rest ging ten onder in monotoon gepiep en gegalm. Angstaanjagend was het wel.

Vaste presentator Anton Korteweg kondigde Van Duijnhoven aan als `goedgekeurd door het Politbureau van de Nacht van de Poëzie'. Daarmee verwees hij naar drie jaar geleden, toen Van Duijnhoven het podium onuitgenodigd bestormde met een schreeuw om meer leven in de dichtkunst. Van Duijnhoven liet zich nu begeleiden door cello, mengtafel en monotone filmbeelden. Hij week af van alle andere dichters, maar verraste nauwelijks. Zijn performance was op een voorspelbare manier tegendraads. Niettemin luidde een van de weinige verstaanbare regels van zijn voordracht: `goddank, ik ben wakker/ goddank, ik ben nog altijd wakker.' Na twaalfen – de zaal werd langzaam leger – kwamen de dichters van het genre `lieve mannen' aan het woord. Tom van Deel, Wiel Kusters en de onbekende Peter van Lier, de fijnzinnige laatste dichter van de Nacht, stonden stil bij de schoonheid van het alledaagse. Al verschilden hun gedichten qua vorm en stijl, hun boodschap kwam overeen: voor wie zijn ogen openhoudt biedt het leven poëzie, op de meest onverwachte plaatsen en manieren.