013 is te heet en te vol bij Underworld

Er werd heel wat afgemopperd, zaterdag bij het meer dan uitverkochte concert van Underworld in 013. Terwijl het binnen al te vol en te heet was om te dansen, stond buiten nog een rij van jewelste bij het nog van nieuwigheid blinkende Tilburgse popcentrum. Dat zou nog tot daar aan toe zijn, als Underworld niet had besloten om een uur eerder dan aangekondigd te beginnen. Op zich een sympathiek gebaar, want zo kon het Engelse technotrio langer spelen voor de avondklok van half twaalf. Maar voor een belangrijk deel van het publiek betekende het dat ze de helft van het concert moesten missen, voordat ze hun kaartjes (à 45 gulden) konden laten afscheuren bij de krappe ingang.

Eenmaal binnen viel er weinig te klagen, want Underworld gaf met gemak een van de beste technoconcerten ooit in Nederland vertoond. Waar collegae als The Orb en Prodigy terugvallen op een met veel poeha afgespeelde DAT-tape met lichtshow, onderscheidde Underworld zich door het feit dat er werkelijk muziek werd gemaakt achter een enorme batterij samplers, keyboards, computers en mengpanelen. Terwijl knoppendraaiers Rick Smith en Darren Emerson zich over de apparatuur bogen, danste zanger Karl Hyde met een gelukzalige glimlach en zijn onafscheidelijke koptelefoon tussen de apparaten.

Underworld is het levende bewijs dat er hoop is voor oudere popmuzikanten die in een eerder leven de boot hebben gemist. Na de flop van hun typische jaren tachtig-elektrorockgroep Freur schudden Hyde en Smith het lachwekkende `new romantics'-imago van zich af. Onder invloed van acid house bundelden ze hun krachten met de relatief jonge deejay Darren Emerson en ontwikkelden zich met singles als Rez en Mmm skyscraper I love you tot trendsetters in technoland. De grote doorbraak volgde in 1996 met Born slippy, nadat dit elektronische drinklied met de aanstekelijke kreet `Lager lager lager!' op de soundtrack van de film Trainspotting verscheen.

Hoewel de recente derde cd Beaucoup Fish geen spectaculaire nieuwe ontwikkelingen laat horen, heeft Underworld zich als podiumact ontwikkeld tot een door mensenhanden bestuurde dansmachine die er over twee maanden geen enkele moeite mee zal hebben om de Pinkpopmassa in beweging te brengen. Tot de hoogtepunten van hun enthousiasmerende live-set behoorde het van Donna Summers I feel love geleende, pulserende synthesizergeluid van King of snake, met een knipoog naar de huidige disco-revival. Een beheerst Born slippy illustreerde dat Underworld het publiek niet plat hoefde te walsen met botte stampritmes, maar dat er binnen het kader van computermuziek wel degelijk subtiliteit en spelplezier mogelijk zijn. Voor de verandering klonk Karl Hyde's bedankje aan het publiek (`zonder jullie was het niet zo'n mooie avond geworden') dan ook niet als een afgetrapt cliché, maar als een welgemeende hartekreet. Een schrale troost voor wie pas halverwege naar binnen kon.

Concert: Underworld. Gehoord: 20/3 013, Tilburg. Herhaling: 23/5 Pinkpop Landgraaf