`Water Maas blijft gevaar'

Noord Brabant en Gelderland zijn onvoldoende beschermd tegen wateroverlast in de Maas. Dat concluderen onafhankelijke deskundigen naar aanleiding van de plannen in beide provincies om met opvangbekkens het teveel aan Maaswater op te vangen.

De kosten van de Maaswerken die Limburg moeten beschermen tegen hoogwater, bedragen volgens de meest recente ramingen ruim één miljard gulden, waarvan het kabinet 700 miljoen heeft gereserveerd.

De Maaswerken leiden stroomafwaarts, in Brabant en Gelderland, tot hogere waterstanden. Om dat risico te ondervangen wil projectorganisatie De Maaswerken opvangbekkens (retentiegebieden) in Brabant aanleggen.

Volgens ir. P.Huisman, voormalig hoofd waterkeringen van Rijkswaterstaat en hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, zijn deze bekkens onvoldoende betrouwbaar bij aanhoudend hoogwater. Ook dr.G.van de Ven, hoogleraar waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, vindt de bescherming van Den Bosch en omstreken onvoldoende.

Eind deze maand praat de projectorganisatie met de betrokken provincies over de aanleg van de opvangbekkens. Noord-Brabant heeft al laten weten een deel van deze voorstellen te zullen afwijzen.

De uitvoering van het Maasproject, waarbij de rivier over een lengte van 222 kilometer wordt verruimd om wateroverlast te voorkomen, moet volgend jaar beginnen. Desgevraagd erkent De Maaswerken dat die datum naar alle waarschijnlijkheid niet wordt gehaald. De grindproducenten die met de projectorganisatie onderhandelen over de uitvoering, verwachten zelfs een vertraging van enkele jaren.

De projectorganisatie sluit niet uit dat de totale kosten, geraamd op ruim één miljard gulden, verder zullen oplopen als de verruiming van het zuidelijk deel van de Maas niet kan worden gefinancierd uit de opbrengsten van de verkoop van delfstoffen.

MAASWERKEN3