Vallende sterren

De crisis in de Europese Commissie is vooral de regeringsleiders te verwijten. Wat nationaal goed wordt gevonden, is het beste voor Europa, zo redeneren de zonen van Kohl. `Lidstaten mogen Brussel wantrouwen, ze wantrouwen elkaar nog meer.'

De motor van de Europese integratie is deze week stilgevallen. De Europese Commissie is onthoofd, de enige instelling die boven de lidstaten van de Europese Unie staat, die wetten voorstelt en toeziet op de naleving ervan. Collectief dienden de hoogste dienaren hun ontslag in, na een uiterst kritisch rapport over hun financieel beleid. Machteloos moeten ze nu toekijken hoe de macht hun uit handen dreigt te glippen.

Aan de ene kant trekken de lidstaten, die er genoeg van hebben steeds meer bevoegdheden af te staan aan `Brussel'. Aan de andere kant eist het Europees Parlement meer invloed. Politieke initiatieven nemen de demissionaire commissarissen niet meer, zo hebben ze aangekondigd.

Het is aan de vijftien regeringsleiders om de Europese Unie uit deze kuil te trekken. Ze moeten daarbij rekening houden met het Europees Parlement, dat grotere zeggenschap opeist. In de eerste plaats moet de huidige Commissie vervangen worden. Onmiddellijk schuiven landen hun kandidaat voor het voorzitterschap naar voren. De Italiaanse premier D'Alema propageert zijn voorganger Prodi, terwijl Portugal zijn premier Guterres aanprijst.

Dit gelobby is typerend voor de steeds grotere nationale reflex in Europa. Geen politicus spreekt nog over de Europese Unie als een project, nu de naoorlogse generatie politici aan de macht is. Het gaat hun vooral om de vraag: wat levert Europa mijn land op? Bij de `zonen van Kohl' wellen niet meer de tranen op als ze spreken over de uitbreiding naar Oost-Europa. Zij spreken over de kosten die dat met zich meebrengt en over de criminaliteit die zal stijgen als straks de grenzen open gaan.

Toch is het nu meer dan ooit tijd voor bezinning over de Europese Unie. Steeds nieuwe lidstaten, telkens meer taken heeft `Brussel' er de laatste decennia bij gekregen. Tegelijkertijd woedde een strijd tussen voorstanders van Europese integratie en degenen die zoveel mogelijk nationale soevereiniteit willen behouden. De lidstaten gedragen zich alsof de Europese Unie een permanente conferentie is, maar in werkelijkheid is de Europese eenwording zo ver gevorderd dat van een vrijblijvende overlegclub geen sprake meer is.

Van de Nederlandse milieuwetgeving, bijvoorbeeld, komt al meer dan de helft uit Brussel. Ook het landbouwbeleid wordt grotendeels door Europa bepaald. Waartoe het `Europese project' zal leiden is een vraag die niemand kan beantwoorden. Wel is duidelijk dat het gevaarlijk is de Europese Commissie te laten verzwakken. Zij neemt initiatieven voor Europese wetgeving en ze is de hoedster van de verdragen.

Bij alle Europese regeringen leeft de gedachte dat wat nationaal goed wordt gevonden, het beste is voor de Europese Unie. Parijs droomt van Europa als een groot Frankrijk en Den Haag van een Europa waarin iedereen Nederlands denkt. De Commissie is de supranationale instelling die de lidstaten dwingt de Europese afspraken te respecteren. Want lidstaten mogen `Brussel' wantrouwen, ze wantrouwen elkaar nog meer.

De huidige crisis kan louterend werken. Vooral als de veranderingen zich niet beperken tot hervormingen bij de Commissie, maar als de lidstaten zelf ook lessen trekken. Want de crisis is niet alleen een gevolg van een zwakke voorzitter, een discutabel financieel beheer, vriendjespolitiek en een Europees Parlement met toenemend zelfbewustzijn. Ook de regeringsleiders dragen grote verantwoordelijkheid. Zij hebben de Europese Commissie gewenst die afgelopen dinsdag als een verguisd gezelschap besloot tot opstappen. Zij wilden een zwakke voorzitter die zij hoopten te kunnen manipuleren – en nu roepen ze om het hardst dat hij zo snel mogelijk moet verdwijnen. Zij hebben niets gedaan met de jarenlange kritiek van de Europese Rekenkamer op het financieel beheer bij de Commissie. En zij waren niet van plan of in staat Parijs ertoe te bewegen de van iedere politieke realiteitszin gespeende Franse Eurocommissaris Cresson uit Brussel terug te trekken.

Op de valreep heeft premier Kok deze week gebeld met Chirac. Maar ,,het ligt gevoelig in Parijs'', moest hij woensdag de Kamer melden. Opvallend in de crisis is de rol van Groot-Brittannië. Premier Blair was de eerste om te eisen dat Santer plaats moet maken voor een krachtiger persoon. Zijn conservatieve voorganger Major zorgde er in 1994 nog voor dat de Belgische premier Dehaene geen Commissievoorzitter werd, wegens te Europees gezind. Daarom moest de compromiskandidaat Santer worden gevonden. Maar deze week pleitte Blair als eerste voor een krachtdadiger voorzitter. Blair wil een goede Europeaan zijn. Maar ook bij hem mag het niet gaan ten koste van nationale belangen. Aan het gunstige Britse betalingssysteem aan Brussel mag niet worden getornd.

In de Europese besluitvorming is de rol van de regeringsleiders steeds belangrijker geworden. Hun bijeenkomsten volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Oorspronkelijk zou het om twee toppen per jaar gaan. Dit jaar worden het er vijf, misschien zelfs zes. Op deze bijeenkomsten, bedoeld om vrijblijvend te praten over de toekomst, vecht ieder voor zijn land: zijn financiële bijdrage, zijn boeren, zijn asielprobleem. Gaat het mis in Europa, dan heeft Brussel het gedaan. Gaat het goed, dan is dat te danken aan de lidstaten. Daarbij wordt gemakkelijk vergeten dat de vijftien lidstaten de Europese Unie zíjn.

Natuurlijk, het deze week gepubliceerde rapport van een comité van wijzen toont aan dat er een en ander mis is bij de Commissie. Op sommige punten is het zelfs nog erger dan werd vermoed. De Française Cresson stelde een bevriende bejaarde tandarts aan voor het uitvoeren van aidsonderzoek op kosten van de gemeenschap. Vijftien missies heeft de tandarts uitgevoerd, waarvan dertien in Châtellerault, het stadje ten zuiden van Tours waar hij zelf woonde en waar Cresson tot 1997 burgemeester was. Op de aanvragen voor deze missies vulde hij in bij `onderwerp': `Uitvoering speciale taken op direct verzoek van mevrouw de commissaris.' Droog constateert het comité van wijzen: het is moeilijk te begrijpen dat Châtellerault en omgeving vrijwel de enige plek is waarvoor een expert belast met een zeer breed onderzoek belangstelling heeft. Cresson blijft volhouden dat ze niets verkeerd heeft gedaan. Als je een kennis in dienst wilt nemen, dan laat je toch een baan voor hem regelen? Of mag je soms alleen maar werken met mensen die je niet kent?

De hele Europese Commissie is over één vrouw gevallen. Was Cresson eerder afgetreden, of had ze tenminste maar bekend dat ze een fout had gemaakt, dan was het nooit zo ver gekomen. Dan was er geen comité van wijzen geweest dat de commissie had doorgelicht op een manier die volgens de Belgische commissaris Van Miert geen enkele regering zou overleven. Maar Cresson hield koppig vast aan het pluche en haar collega's hebben haar niet tot opstappen kunnen dwingen. Duidelijk blijkt nu het gebrek aan zelfreinigend vermogen van de Europese Commissie. Of alle commissarissen stappen op, of geen enkele. Dus gebeurde er lange tijd niets. Tot deze week de bom barstte en de slechten in hun val hun collega's die wel goed functioneren meesleepten.

Het geval-Cresson is door het comité van wijzen bestempeld als ,,een duidelijk geval van favoritisme''. De problemen met andere Eurocommissarissen vallen mee. De Portugese commissaris Pinheiro had beter niet zijn zwager in dienst kunnen nemen en zijn Duitse collega Wulf-Mathies had een kennis op een andere manier moeten aanstellen. Anderen die in de pers in opspraak zijn gebracht, zoals de Finse commissaris Liikanen, zijn van blaam gezuiverd. Toen de betrokken commissarissen zondagavond de passages in het rapport over hun eigen persoon hadden mogen inkijken, waren ze dan ook vol vertrouwen dat het allemaal zonder al te grote problemen zou aflopen. Commissievoorzitter Santer had daarom maandag voor de verschijning van het rapport al een communiqué voorbereid waarin hij wilde zeggen dat hij het werk van het comité van wijzen zeer waardeerde en dat hij vond dat de commissarissen daaruit collectief en individueel hun gevolgen uit moesten trekken. Een hint aan Cresson om nu toch maar eens op te stappen.

Tòt de commissarissen maandagmiddag de slotconclusies zagen van de wijzen. Tot hun verbijstering lazen ze dat bij de Commissie vrijwel niemand met zin voor verantwoordelijkheid te vinden is. Dat, gecombineerd met de harde uitspraken van Pauline Green, de leider van de grootste, socialistische fractie in het Europees Parlement, deed de Commissie besluiten op te stappen. Briesend van woede liep de Belgische commissaris Van Miert de volgende dag voor het Commissiegebouw. Iedereen die het maar weten wilde, verklaarde hij dat dit onrechtvaardig was: de hele Commissie wordt met één zinnetje veroordeeld.

Met verbazing werd dinsdag in de Europese hoofdsteden gereageerd. Niet alleen omdat de Commissie opstapte, maar ook omdat opeens het besef doordrong dat in Brussel aan politiek wordt gedaan. De huidige crisis draagt bij aan wat de Commissie tot nu toe niet is gelukt: duidelijk maken dat ze een politieke factor van belang is. Brussel heeft zich nooit weten te verkopen.

Het was de laatste jaren dan ook een ondankbare taak. De Euroforie van begin jaren negentig, toen nog gedacht werd dat de Gouden Koets binnenkort niet meer in Den Haag maar in Brussel zou stoppen, is allang verdwenen. Dit is geen tijd meer van grote ideeën over uitbreiding van Brusselse bevoegdheden. De euro is er inmiddels en de interne markt is bijna afgerond. De Commissie moet zich nu bezighouden met goed beheer, waaraan veel minder eer te behalen valt.

Het elan dat de vorige Commissie-Delors in zijn laatste jaren had, is verdwenen. Even flikkerde de hoop op, in september vorig jaar. Met de nieuwe Duitse bondskanselier Schröder kwam een jonge generatie socialisten aan de macht. Maar al gauw bleken ook zij vooral bezig met binnenlandse besognes. Schröder moet nu alles op alles zetten om van de top van Berlijn nog iets te maken. Anders wordt hem thuis verweten: zelfs dat kun je niet.

Arme Santer. Hij had helemaal geen Commissievoorzitter willen worden. Een fin-de-carrière als premier van Luxemburg was wat hem voor ogen stond. Hij was er populair, ontving fanmail en verzoeken om foto's met handtekeningen. Maar omdat bondskanselier Kohl een beroep op hem deed, vertrok hij uit plichtsbesef naar Brussel. Zijn ergste droom moet nu waarheid zijn geworden. Eerloos naar huis gestuurd. Geschiedenis heeft hij wel geschreven: als eerste Commissievoorzitter is hij met zijn hele ploeg vertrokken.

De Commissie is deze week de verliezer. Het Europees Parlement de winnaar. Het toont dat het steeds meer volwassen wordt en zelfs een Commissie tot opstappen kan dwingen. Bij de oprichting van de Europese Gemeenschap in 1957 was het niet meer dan een embryo van een parlement. De afgelopen decennia is het uitgegroeid tot een assemblee dat wat te zeggen heeft. Het parlement was ook al de echte overwinnaar van de top in Amsterdam in 1997 waar zijn medebeslissingsrecht fors werd uitgebreid. Als begin mei het Verdrag van Amsterdam van kracht wordt, zal het parlement over vrijwel alles kunnen meestemmen – ook over de aanstelling van een nieuwe Commissievoorzitter.

Maar het is de vraag of het Europees Parlement een echt controlerend parlement wordt. Weliswaar is de verhouding met de Europese Commissie veranderd. De Commissie moet meer rekening houden met de mening van het parlement. Maar nog altijd kunnen Europarlementariërs niet een individuele commissaris naar huis sturen. Ze hebben de atoombom nodig van het wegsturen van het hele college. Bovendien blijft het probleem, dat de politieke groeperingen in het Europees Parlement niet over de landsgrenzen heen functioneren. De socialistische fractie is geen eenheid, maar een verzameling van groepjes socialistische Europarlementariërs die dikwijls nationale belangen boven die van de fractie laten prevaleren. Bij de andere politieke groeperingen is dat niet anders.

Met champagne en ballonnen presenteerde de Europese Unie zich begin dit jaar, met de lancering van de euro, als financiële wereldmacht. Op dit moment straalt Brussel alleen nog ellende uit. De Commissie is weg wegens wanbeheer. De lidstaten ruziën over het landbouwbeleid en de toekomstige financiering van de unie. Zelfs tussen Bonn en Parijs, de motor van Europa, botert het niet. Volgende week barst op een top van regeringsleiders in Berlijn een weinig verheffend gevecht los over geld. Daarna zullen ze in de clinch gaan over de vraag wie de nieuwe voorzitter van de Commissie mag leveren, wie de voorzitter van de Europese Investeringsbank, wie een vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid.

De rest van de wereld kijkt toe hoe Europa met zichzelf worstelt. Europees commissaris Van den Broek (Buitenlands Beleid) kreeg deze week ongeruste telefoontjes uit Oost-Europa. Want, hoe moet het nu verder met de uitbreiding nu de Europese motor is stil gevallen? Met de val van de Commissie is in Oost-Europa de indruk ontstaan dat de unie even alleen maar tijd heeft voor zichzelf. De uitbreiding moet zo snel mogelijk gebeuren, zegt keer op keer de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Van Aartsen. De kandidaatleden moeten er de moed in houden. Maar ook hij weet dat de meeste lidstaten de Europese Unie pas willen uitbreiden als zij de eigen problemen op orde heeft.

Daarom moet nu snel gebeuren wat op de top van Amsterdam niet lukte: een hervorming van de Europese instellingen, waarbij de positie van de Commissie niet vermalen wordt tussen enerzijds de democratische verlangens van het Parlement en anderzijds de van democratische controle gespeende permanente conferentie achter zeer gesloten deuren van de regeringsleiders.

Zie ook het dossier EU-crisis op de Internetsite van deze krant (www.nrc.nl).