Trots is voorgoed

Het Amerikaanse leger is na het einde van de Koude Oorlog in een identiteitscrisis terechtgekomen. De mariniers zijn daarvoor gespaard gebleven. Dankzij hun moed, toewijding en eer. Maar die traditionele waarden hebben de elitetroepen wel vervreemd van de gewone Amerikaan.

Uitgeput, uitgehongerd en met de modder nog onder zijn nagels, staart Robert Wilson voor zich uit. Hij is kapot. Maar het is de mooiste dag van zijn leven.

De afgelopen 56 uur heeft hij amper geslapen en weinig gegeten. Met zijn machinegeweer en zware bepakking heeft hij 65 kilometer gelopen, gekropen, geklommen en gerend. Hij is afgebeuld, opgejaagd en afgesnauwd door zijn drilinstructeur. Zijn pijn heeft hij moeten verbijten. Want, zo heeft hij geleerd, pijn is tijdelijk, trots is voorgoed.

Wilson is achttien jaar, en met zijn jongensachtige gezicht lijkt hij meer een jonger broertje van Frank en Ronald de Boer dan een lid van het U.S. Marine Corps, Amerika's befaamde militaire broederschap. Net als vijftig andere rekruten heeft hij zojuist op Parris Island, een eilandje in een moerasgebied aan de kust van South Carolina, het zwaarste onderdeel van het trainingskamp voor mariniers volbracht: The Crucible, de Vuurproef.

En nu hij die beproeving heeft doorstaan mag hij zich, hij zegt het met ontzag, marinier noemen. Voor het eerst draagt hij een uniform, een gevechtstenue in camouflagekleuren, met rechts op zijn borst zijn naam en links het woord U.S. Marines. ,,Ik heb drie maanden keihard gewerkt om dit te mogen dragen'', zegt hij met roodomrande ogen. ,,Dit is mijn nieuwe huid.'' En dan stort hij zich op zijn warriors breakfast, een ontbijt van eieren, spek, worst, havermout, pannenkoeken, jam-pindakaas-sandwiches en chocolade-ijs, waarmee alle nieuwe mariniers na afloop van de Crucible worden beloond.

De Amerikaanse mariniers vormen een wereld apart, zelfs binnen de strijdkrachten. Ondanks hun bescheiden aantal (174.000 op een totale krijgsmacht van 1,3 miljoen) spelen ze de laatste tijd een prominente rol in allerlei militaire operaties, van Somalië en Irak tot Haïti en binnenkort wellicht ook in Kosovo. Voor de grootschalige veldslagen waarop de Amerikanen zich tijdens de Koude Oorlog in NAVO-verband voorbereidden, waren de mariniers niet goed toegerust. Het massale debacle van de Vietnamoorlog stortte hen in de jaren zeventig in een diepe crisis. Maar de kleinere, rommelige conflicten waar Washington afgelopen tien jaar troepen voor heeft uitgezonden, zijn hun op het lijf geschreven.

Wat de mariniers tegenwoordig allemaal doen, blijkt goed uit een opsomming die een Amerikaanse luitenant-generaal eens gaf van zijn overzeese werkzaamheden sinds de val van de Berlijnse Muur. ,,Ik heb politie-eenheden, rechtbanken en gevangenissen opgezet, ik heb massa's vluchtelingen nieuwe woonplaatsen gegeven, ik heb onderhandeld met bandietenleiders en stamoudsten, ik heb voedsel en medische hulp verspreid, en ik heb kranten en radiostations overgenomen om misinformatie tegen te gaan.'' En dan heeft hij zijn meer traditionele oorlogstaken nog niet eens genoemd.

Anders dan de meeste onderdelen van het leger zijn de mariniers flexibel en snel inzetbaar. Hun opleiding duurt langer en stelt hogere eisen. Vechtlust en discipline worden er bij de rekruten al vanaf de eerste dagen ingestampt, zodat ze hun ,,inner warrior'' goed kunnen ontwikkelen. En ze worden getraind om te opereren in kleine eenheden, waarbij de lage rangen relatief veel verantwoordelijkheid krijgen.

Zonodig kunnen de mariniers, zeggen ze zelf, net zo goed in steden optreden als in de jungle of de woestijn. In militaire oefeningen bereiden ze zich zelfs voor op ,,een oorlog in drie blokken''. Daarmee wordt bedoeld dat ze in één stratenblok van een stad humanitaire hulp moeten kunnen verlenen, terwijl ze tegelijkerijd in een ander blok als een soort politiemacht rivaliserende bendes uit elkaar houden, en weer in een derde blok een vijandige aanval afslaan.

Half zeeman, half soldaat

Leger, marine en luchtmacht kijken soms met afgunst naar het marinekorps. Langzamerhand beginnen ze sommige elementen over te nemen van de opleiding van de mariniers (nadruk op onderlinge verbondenheid) en van hun militaire organisatie (eenheden voor snelle interventie). Wie wil weten hoe de Amerikaanse strijdkrachten zich de komende decennia gaan ontwikkelen, of hoe de soldaat van de 21ste eeuw er uitziet, doet er volgens militaire deskundigen goed aan om te kijken naar de mariniers. En niet alleen de Amerikaanse strijdkrachten, maar ook de andere NAVO-landen kunnen een model voor de toekomst goed gebruiken in het nog altijd onzekere tijdperk na het wegvallen van de oude aartsvijand de Sovjet-Unie.

In naam zijn mariniers half zeeman half soldaat, infanteristen op de vloot. Het U.S. Marine Corps is officieel ook een onderdeel van de marine (de Navy). Maar de mariniers hebben een sterke eigen cultuur, met een eigen militaire doctrine, eigen helden, eigen normen en waarden, en niet te vergeten een eigen motto – Semper Fidelis, altijd trouw, vaak afgekort tot Semper Fi. En ze vechten, zoals hun beroemde strijdlied zegt, te land, ter zee en in de lucht – From the halls of Montezuma/ To the shores of Tripoli/ We will fight our country's battles/ In the air, on land and sea...

Mariniers worden niet opgeleid, ze worden gevormd. Langs de smalle dijk die Parris Island verbindt met het vaste land staat een bordje met de woorden: We Make Marines. Het is een lokaal product waar men duidelijk trots op is. Geen motorfietsen, computers of bier, maar mariniers.

Meer dan 20.000 rekruten komen hier per jaar aan, 18.700 mannen en 2.700 vrouwen, van 17 tot 29 jaar, voor het merendeel laag opgeleid, en sinds de afschaffing van de dienstplicht allemaal vrijwilligers. Veel zijn nooit eerder van huis geweest. Het enige andere opleidingskamp voor mariniers in de Verenigde Staten is Camp Pendleton, in Californië.

De mannen en de vrouwen moeten aan min of meer dezelfde eisen voldoen, maar ze zien elkaar tijdens de training vrijwel nooit, want de opleiding is welbewust niet geïntegreerd. Bij de andere onderdelen van de Amerikaanse krijgsmacht trainen mannen en vrouwen wel samen. Maar dat heeft zoveel onrust en al dan niet bewezen gevallen van seksuele intimidatie en overspel opgeleverd, dat leger en marine nu overwegen om net als de mariniers weer meer gescheiden trainingskampen in te voeren.

De rekruten, die met bussen op Parris Island worden afgeleverd, altijd midden in de nacht, hebben doorgaans wel enig idee van wat hun te wachten staat. Uit speelfilms kennen ze de schreeuwende drilsergeanten, de strenge tucht en de zware fysieke inspanning die horen bij het trainingskamp (boot camp). Maar hoe intens de verwarring is waar ze twaalf weken lang in worden ondergedompeld, begint meestal pas te dagen als de bus op Parris Island stilhoudt en een ongeduldig brullende drilinstructeur hen als vee naar buiten drijft. MOVE, MOVE, MOVE!!!

Daarmee begint voor de nieuwkomers de radicale en soms pijnlijke overgang van de burgermaatschappij naar het mariniersbestaan. Het zootje ongeregeld dat van de straten en scholen van Amerika is geplukt moet hier leren lopen, praten en denken als mariniers. Ze krijgen een militaire basisopleiding, ze leren schieten, vechten (met en zonder bajonet) en excerceren. Maar zeker zo belangrijk is de culturele indoctrinatie waar ze tijdens boot camp onophoudelijk aan worden onderworpen. De mariniers brengen de Beavises en Buttheads van Amerika normen en waarden bij, schrijft Thomas Ricks, journalist van The Wall Street Journal, in zijn voortreffelijke boek Making the Corps. En dat gebeurt niet op ontspannen toon.

,,Wat zijn de belangrijkste waarden voor een marinier?'', roept een drilsergeant een peloton kaalgeschoren rekruten van onder uit zijn keel toe. In hun sobere barak, tussen de stapelbedden, leert hij hen marcheren – links, rechts, links – terwijl ze hun M16 machinegeweren voor hun borst houden. En tussendoor overhoort hij de gedragsregels die iedere marinier moet kunnen dromen. ,,Eer, moed en toewijding, SIR!'', blaft het peloton in koor terug.

,,Houden we onze ellebogen dicht tegen ons aan?''

,,Yes, SIR!''

,,Bewegen we ons hoofd?''

,,No SIR!''

,,Bewegen we onze ogen?''

,,No SIR!''

Vijfentwintig paar ogen kijken recht vooruit. De muren van de barak zijn kaal, afgezien van tekstbordjes met informatie die iedere marinier moet kennen: de rangen in de hiërarchie, de namen van heldhaftige mariniers uit de geschiedenis, historische veldslagen, de eigenschappen van bepaalde wapens. Ook hangen er spreuken van het stoere, om niet te zeggen masochistische soort, waar de mariniers een voorliefde voor hebben. ,,Pijn is slechts zwakheid die het lichaam verlaat.'' Of: ,,Pijn is goed, extreme pijn is extreem goed.''

Coca Cola

De rekruten leiden een Spartaans bestaan. Voor ontspanning is nauwelijks tijd. Wie een van de vele regeltjes overtreedt, of wie een fout maakt tijdens het excerceren, wordt bestraft met tien of twintig keer extra opdrukken. Ook wie te zwaar is, moet extra oefeningen doen. Niet alleen drugs, alcohol en nicotine zijn absoluut taboe, ook cafeïne is verboden, waardoor behalve koffie ook Coca Cola op de zwarte lijst staat.

,,Wat doe jij daar'', tiert een drilsergeant tegen een van schrik verstijfde rekruut met flaporen. En nog eens brult hij, nu vlak voor het gezicht van de jongen: ,,Wat doe je?'' De rekruut opent zijn mond, maar voor hij iets heeft kunnen zeggen raast de sergeant:,,Stop dat bijten op je lip! En wat doe je nu?'' ,,Deze rekruut staat in de houding, SIR.'' Bij het uitbrullen van dat laatste woord, hervindt hij zijn houding.

Voor individuen is bij de mariniers geen plaats, de groep staat altijd voorop. Om de rekruten daarvan te doordringen mogen ze tijdens de drie maanden van hun trainingskamp niet in de eerste persoon enkelvoud (ik, mij) over zichzelf spreken, maar moeten ze zich aanduiden met de woorden ,,deze rekruut''. Wie naar de wc moet, de head in het jargon, zegt:,,Sir, this recruit asks permission to make a head call, sir.'' Ook alle persoonlijke eigendommen hebben ze op de eerste dag meteen moeten afgeven. En vrijwel alle privacy is hun ontnomen: de wc's voor rekruten hebben zelfs geen deuren.

De harde manier waarop de aankomende mariniers worden aangepakt is legendarisch. Het blijkt voor veel rekruten zelfs een belangrijke reden te zijn om de mariniers te verkiezen boven het leger, dat de training juist minder zwaar heeft gemaakt om potentiële rekruten niet af te schrikken. ,,Deze rekruut wil iets doen waar hij trots op kan zijn'', zegt de 22-jarige Brett Williford over zijn keuze voor de mariniers, terwijl hij een rustig moment benut om met een tandenborstel zijn geweer schoon te maken. ,,Mijn vrienden dachten dat ik het niet zou kunnen'', verklaart een ander. ,,Ik wil bewonderd worden'', zegt een derde.

Maar hoe zwaar boot camp ook is, het is minder ruw dan vroeger. Lichamelijke mishandeling van rekruten door een drilsergeant werd lange tijd routinematig door de vingers gezien. Maar sinds een dronken sergeant in 1956 eens een peloton rekruten de opdracht gaf om midden in de nacht een zee-arm bij Parris Island door te waden, een excursie waarbij zes doden vielen, zijn de sergeants aan strenge regels gebonden. Schelden ze iemand uit, delen ze een klap uit, of brengen ze het leven van hun rekruten in gevaar, dan kan dat ernstige of zelfs fatale gevolgen hebben voor hun carrière.

Toch is angst nog altijd de drijvende kracht in het trainingskamp. Angst voor de minachting van de drilinstructeur, angst voor de hoon van de mederekruten, angst voor de zware lichamelijke beproevingen, en angst, ten slotte, om te falen en als afvaller van Parris Island te worden verwijderd. Dat laatste overkomt ongeveer eenzesde van alle rekruten. Voor sommigen is het kamp te zwaar, anderen worden verwijderd wegens wangedrag.

Drie jaar geleden werd het trainingskamp voor mariniers uitgebreid met The Crucible, een slopend marathonevenement van ruim twee etmalen, dat de rekruten niet alleen fysiek, maar ook emotioneel, moreel en zelfs intellectueel op de proef stelt. Het is een aaneenschakeling van extra zware opgaven die de rekruten onder druk zet om dingen te doen die ze nooit voor mogelijk hadden gehouden. Door hun grenzen te verleggen, door in kleine groepjes samen te werken en vooral door niet op te geven, moeten ze deze rite de passage zien te doorstaan.

De Vuurproef begint om twee uur 's nachts. De rekruten worden uit bed getrommeld en moeten zich, zoals gebruikelijk, binnen één minuut hebben aangekleed. Na een flinke mars in het donker, moeten ze in groepjes van twaalf een opeenvolging van obstakels overwinnen: zware munitiekisten met behulp van touwen over een tien meter hoge schutting tillen, een evacuatie van zogenaamde gewonden uitvoeren, de schietbaan bestormen en doelen op 450 meter afstand onschadelijk maken, en zo gaat het maar door. Er is weinig eten, weinig slaap en veel actie. Iedere rekruut moet tegen een ander een soort bokswedstrijd uitvechten, met lange stokken die met zacht plastic zijn bekleed. Vechttraining is belangrijk, legt een drilsergeant uit, want tegenwoordig leren tieners alleen nog maar hoe ze op een Nintendo moeten vechten.

Dan gaat het weer verder naar het volgende onderdeel, met de zware bepakking het bos weer in, of kruipen over een veld dat overspannen is met prikkeldraad, onder luid geloei een hoge toren beklimmen zonder trap of ladder. En dan weer verder lopen, tot sommige rekruten strompelen van de blaren op hun voeten.

Geen moraal

In een donkere legertent zitten achttien rekruten op houten bankjes in een carré. De vermoeidheid is van hun besmeurde gezichten te lezen. Ze zijn nu 36 uur in touw en hebben drie uur geslapen. Hun geweren liggen voor hen op de grond. Hun ogen staan dof. De moderne marinier moet niet alleen afzien, maar ook nog in een tent praten over zijn gevoelens.

De drilsergeant spreekt voor deze keer op een zachte, bijna intieme toon. ,,Zo mannen, beginnen de batterijen op te raken'', vraagt hij. ,,Deze rekruten zijn moe, maar ze geven niet op'', klinkt het monotoon uit de mond van een kleine, bleke rekruut. ,,Samen kunnen we dit doorstaan, sir'', zegt een ander dof. ,,We zijn allemaal broeders.''

,,En wat houdt jullie op de been'' vraagt de sergeant. ,,Eer, moed en toewijding, sir'', klinkt het vermoeid in koor. ,,De drilsergeanten zijn het beste wat ons ooit is overkomen, sir'', slijmt iemand. ,,Voor deze rekruut was het meest motiverende dat zijn maten hem gisteravond vijf mijl hebben gedragen, toen hij zijn enkel had verstuikt'', zegt een ander met tranen in zijn ogen. ,,Morgen worden we marinier, sir, en dat houdt ons overeind.''

De grote nadruk die mariniers leggen op traditionele waarden als discipline, eer, en opofferingsgezindheid, heeft hen behoed voor het soort identiteitscrisis waar het leger in terecht is gekomen na het einde van de Koude Oorlog. Maar diezelfde traditionele marinierscultuur heeft hen vervreemd van de rest van de Amerikaanse samenleving. Terwijl het leger zich met succes heeft ingezet om de veranderende burgermaatschappij te blijven weerspiegelen, onder andere door actief raciale integratie te bevorderen, hebben de mariniers zich steeds meer teruggetrokkken in hun eigen, elitaire wereld.

Zo zijn er bij de mariniers bijvoorbeeld veel minder zwarten in de hogere rangen. Ook heeft het marinekorps maar weinig begrip voor manschappen of officieren die in hun loopbaan rekening willen houden met de wensen van hun partner. Over de samenleving die ze moeten verdedigen hebben ze maar weinig goede woorden over. Ze zien zichzelf niet meer als een betere versie van Amerika, zoals vroeger gebruik was, maar beschouwen zich als een soort culturele oppositie tegen de decadente samenleving van de jaren negentig, schrijft Ricks.

Op Parris Island wordt dat beeld bevestigd. ,,Dit land heeft geen discipline meer'', moppert sergeant Kevin Suitt, schietinstructeur en sluipschutter. En desgevraagd zeggen de rekruten het hem na. ,,Amerikanen hebben geen moraal.'' ,,De burgersamenleving kent geen orde, het is om misselijk van te worden.'' ,,Ik zou geen leven als burger meer willen leiden.''

Toen de dienstplicht nog bestond, werd de kloof met de samenleving steeds overbrugd door de gestage instroom in de strijdkrachten van mensen met uiteenlopende politieke opvattingen. Nu gebeurt dat niet meer. De meeste mariniers wijzen de liberalisering die de samenleving de afgelopen jaren heeft doorgemaakt af. Daardoor groeien de Amerikaanse bevolking en haar strijdkrachten, de mariniers voorop, steeds verder uit elkaar. Dat effect wordt nog versterkt doordat, ook door het verdwijnen van de dienstplicht, bijna alleen nog de lagere klassen de barakken vullen. Dat vergroot het gevaar dat Amerika en zijn militairen elkaar steeds minder kunnen begrijpen.

Dat kan pijnlijke gevolgen hebben voor de militairen zelf, zoals bleek na de Vietnamoorlog toen een belangrijk deel van het thuisfront de terugkerende troepen met de nek aankeek. Maar het is ook een probleem voor de politici en de maatschappij, die er wel op moeten kunnen blijven rekenen dat de mariniers in noodsituaties namens hen hun leven op het spel willen zetten.

Als 54 uur na het begin van de Crucible de zon boven de horizon komt, staan een paar families met videocamera's op het excercitieterrein van Parris Island te wachten op de rekruten. Rebecca Gonzales vertelt dat ze in 1980 met haar man en zoontje van vier maanden in een klein bootje uit Cuba naar de Verenigde Staten is gevlucht. En nu wordt haar zoon U.S. Marine. Ze heeft alvast een trui aan met het wapen van de mariniers erop.

Uit de ochtendmist maakt zich in de verte een stram marcherend peloton rekruten los, de vaandeldrager voorop. Hun kistjes stampen op het asfalt. Mama mama can't you see, zingen ze, what the marine corps has done to me. Rebecca Gonzales zoekt tussen de bijna identieke kortgeschoren koppen naar haar zoon. Maar ze kan hem niet vinden. ,,Ze lijken ook zo op elkaar'', snikt ze ontroerd.

Bij een kopie van het beroemde monument van de mariniers die de Amerikaanse vlag planten op Iwo Jima, stellen de rekruten zich op in strak gelid. Na het hijsen van de vlag en een gezamenlijk gebed schalt uit speakers het Amerikaanse volkslied over het terrein, gevolgd door de patriottische popsong van Lee Greenwood I'm proud to be an American, God bless the USA. Een voor een krijgen de rekruten de felbegeerde mariniersinsigne, die bestaat uit een adelaar, een wereldbol en een anker. Vrijwel alle rekruten, nu mariniers, laten hun tranen de vrije loop. Zelfs een enkele barse drilsergeant huilt mee.

Even later zit Robert Wilson, met zijn broertjes-De-Boer-gezicht, in de eetzaal aan zijn monsterontbijt. Hij vertelt dat zijn ouders een late Kerstmis voor hem gaan organiseren, omdat hij in december in boot camp was. Hij praat over zijn vriendin, die hij de afgelopen maanden vijf keer per dag heeft geschreven. Is de president vrijgesproken in het impeachmentproces? Dat had hij hier niet gehoord. ,,Hoe dan ook, hij is de opperbevelhebber en ik doe alles wat hij zegt.''

En Kosovo, ziet hij er niet tegen op om uitgezonden te worden naar een gevaarlijke situatie in het verre Kosovo? ,,Ik zal waarschijnlijk niet sneuvelen'', zegt hij met grote, ernstige ogen. ,,Ze hebben me hier geleerd om te overleven, dat is een goed gevoel.''