Tegenslag voor `krankzinnig plan'

In 1995 begon de beveiliging van de Limburgse Maasvallei tegen overstromingen. Vier jaar later kampt het miljardenproject met tegenslag. De uitvoering is vertraagd, de kosten lopen op, schadeclaims komen binnen en de kritiek op het plan zwelt aan.

Het mocht wat kosten, de veiligheid van Limburgers. Daarover was de politiek het eens in die januaridagen van 1995 toen een deel van de Maasvallei in Limburg voor de tweede keer in korte tijd onder water stond. Koningin Beatrix, premier Kok, ministers en Kamerleden: iedereen was ontdaan bij de aanblik van zoveel gekruld huiskamerparket en ondergelopen tuinbouwgrond. Aangespoord door boze bewoners (`heel Nederland heeft dijken, waarom wij niet?') en gesteund door de Kamer deed het kabinet de toezegging dat Limburg zou worden beveiligd.

Vier jaar later is het voor woordvoerder K. Wu van Rijkswaterstaat directie Limburg moeilijk uit te leggen waarom voor het project nooit de gebruikelijke kosten-batenanalyse is uitgevoerd. ,,Het was een politiek besluit in de geest van die tijd. Er waren veel autoriteiten in het veld om de ellende te bekijken. En ellende, emotie en stress laten zich niet altijd in geld uitdrukken.''

Worden kosten en baten wél tegen elkaar afgewogen, dan ontstaat een opmerkelijk beeld. Van watersnood en verdrinkingsgevaar was in Limburg nooit sprake. Het ging om overlast, emotie en schade. Die schade is becijferd. Als het rijk nu een bedrag van 250 miljoen gulden zou reserveren op een rentedragende rekening, kan daar tot in lengte van dagen alle overstromingsschade in Limburg mee worden betaald. Daar staat tegenover dat de nu geplande ingreep in de Maas – verbreding, verdieping en kademuren – meer dan het tienvoudige van het schadebedrag kost: drie miljard gulden. De overheid hoopt tweederde daarvan te betalen met de opbrengst van delfstoffen die bij het project vrijkomen.

De kosten zijn de afgelopen vier jaar opgelopen. Uit een berekening van de commissie Watersnood Maas in 1994 bleek – optimistisch – dat het project 110 miljoen gulden zou opleveren, dankzij de verkoop van grind en zand. ,,Die berekening was maar een vingeroefening'', meldt woordvoerder Wu van Rijkswaterstaat nu. ,,Toen is niet met alle kosten rekening gehouden.''

Nadat de politiek eind 1995 akkoord was gegaan, rekende Rijkswaterstaat uit dat het project wel eens 500 miljoen gulden kon gaan kosten. Later sprak de projectorganisatie De Maaswerken, een samenwerking van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Limburg en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, over netto één miljard kosten.

Maar ook dat bedrag zal niet voldoende zijn, want de tegenslagen stapelen zich op. Zo is de De Maaswerken er niet meer zeker van dat de zand- en grindopbrengst zo groot zal zijn als aangenomen. Een proefproject bij Grave, waar het zomerbed is verdiept, dacht De Maaswerken te betalen met de zandopbrengst. Dat was een misrekening: het project kostte uiteindelijk drie miljoen. Bovendien heeft de aannemerscombinatie een schadeclaim van enkele miljoenen neergelegd wegens hogere verschepingskosten.

Een andere proef, een verdieping bij Swalmen, leverde ook al een miljoenenclaim van een aannemer op. Een ontbrekende vergunning vertraagde het werk ernstig. Plaatsvervangend directeur van De Maaswerken, P. van Meel: ,,Van de proefprojecten leerden we dat we betere afspraken met de aannemers moeten maken. De risico's zijn groter dan eerst gedacht. Het is moeilijk te voorspellen wat de opbrengst aan delfstoffen is. Dat kan het project goedkoper maar ook duurder maken.''

Voor nog meer tegenslag zorgt een groep grindproducenten. Zij heeft snel de helft van de gronden langs de Grensmaas gekocht. De aanpak van de Grensmaas had volgens de overheidsplannen kostenneutraal moeten zijn: de opbrengst van grind had het werk moeten betalen. Dat idee lacht ir. H. Maessen van de Panheelgroep, een van de grondeigenaren, weg. ,,Daar moet zéker 300 miljoen gulden bij.'' Ook Van Meel van de Maaswerken sluit niet meer uit dat er extra geld bij moet als de grindproducenten helder kunnen aantonen dat zij niet uit de kosten komen. ,,Dan moeten we het plan veranderen of er alsnog geld bij doen. Een garantie dat het niets gaat kosten kan ik dus niet geven.''

Er wordt ook nog gemord in Noord-Brabant. Daar bestaat zorg over de verhoogde waterstanden die het gevolg zijn van de ingrepen in de Maas in Limburg. Daar was in 1995 ook al geen rekening mee gehouden. Volgens de jongste inzichten van Rijkswaterstaat zorgt de versnelde afvoer van water in Limburg voor `maximaal tien centimeter' hogere waterpieken in de buurt van Den Bosch. Om dat te voorkomen, moeten er in Brabant grote opvanggebieden (retentiebekkens) komen. Zo nodig moet zelfs de Maas van Lith tot de Biesbosch worden verdiept. Hoe meer maatregelen, hoe duurder het project. De aanleg van de retentiebekkens slorpt ook veel ruimte op. Noord-Brabant heeft al aangekondigd het natuurgebied de Kraaijenbergse Plassen daar niet aan te willen opofferen.

Prof. G. van de Ven, hoogleraar waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam die eerder het project `weggegooid geld' noemde, toont zich opnieuw bezorgd: ,,De waarheid achter dit krankzinnige plan is dat de ingreep in Limburg het waterpeil in het bedijkte rivierengebied verhoogt. Wij hebben onze buurstaten ervan overtuigd dat zij het water in hun dalen moeten vasthouden om ons bedijkte rivierenland te beschermen. Nu gaan wij zelf de afvoer in ons Maasdal versnellen, zodat de waterstanden verderop verhoogd worden. Om die stijging teniet te doen wordt veel geld uitgegeven. Maar retentiebekkens bieden onvoldoende bescherming.''

Van de Ven krijgt steun van ir. P. Huisman, tot 1993 hoofd waterkeringen van de hoofddirectie van Rijkswaterstaat en nu hoofddocent aan de TU Delft. Retentiebekkens zijn volgens hem niet betrouwbaar genoeg bij onverwacht aanhoudend hoogwater. Huisman: ,,Zijn ze eenmaal vol en blijft het regenen in de Ardennen, dan zal het rivierpeil in de bedijkte Maas toch stijgen. De dijken lopen dan gevaar en het gebied rond Den Bosch kan niet afwateren.''

Huisman, die de bijnaam `Atilla op de bulldozer' verwierf als verantwoordelijke voor de dijkversterkingen in het rivierengebied, heeft meer kritiek op de Maaswerken. ,,Het besluit is erdoor gedrukt na de mediahype rond de overstromingen in 1993 en 1995. De indruk werd gewekt dat Limburg verdronk. Ik denk dat daarmee alle redelijkheid uit het oog verloren is.''

Onderwijl wordt de uitvoering van het project telkens verschoven. Toenmalig minister Jorritsma (Waterstaat) beloofde in 1995 dat in 2006 alle Limburgers `veilig' zouden zijn. Dat tijdstip is in 1997 door het kabinet, om vooral budgettaire redenen, verschoven naar `uiterlijk 2015'. Nu is er opnieuw vertraging. Volgens de plannen zou volgend jaar worden begonnen. Van Meel van De Maaswerken geeft na enig aandringen toe dat het ook wel eens 2001 kan worden. De grindproducenten verwachten overigens dat het aanpassen van de Grensmaas niet eerder dan 2004 begint, wegens de noodzakelijke procedures.

Na zoveel tegenslag betwijfelt zelfs Rijkswaterstaat openlijk of het project nog wel helemaal uitgevoerd moet worden. Woordvoerder Wu, somber: ,,Ik denk niet dat alle toeters en bellen van het oorspronkelijke project aangebracht worden.''