Schrijver om belediging veroordeeld

W.F. Hermans en Gerard Reve werden om zinnen in hun romans aangeklaagd maar niet veroordeeld. De journalist-schrijver Pieter van der Sloot is nu om zinsneden uit zijn debuutroman `Danslessen' wegens belediging wel veroordeeld. Een unicum. `Krankzinnig', vindt zijn collega Joost Zwagerman.

,,Ik ga door tot de Hoge Raad of desnoods tot het vuurpeloton', zegt de schrijver-journalist Pieter van der Sloot. Donderdag werd hij door de politierechter in Haarlem veroordeeld wegens opzettelijke belediging van een groep mensen (artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht). In zijn vorig jaar verschenen debuutroman Danslessen laat hij een personage over een burgemeester van Zandvoort spreken als `zo'n joodje aan het hoofd'. De huidige burgemeester van Zandvoort, die net als de burgemeester in de roman Van der Heijden heet, diende een klacht in wegens antisemitisme; de rechter achtte antisemitisme niet bewezen, maar veroordeelde Van der Sloot wegens belediging wel tot een boete van 500 gulden, waarvan 250 voorwaardelijk.

,,Ik ben diep treurig en geschokt', zegt Van der Sloot per telefoon uit Moskou, waar hij als correspondent van De Telegraaf werkt. ,,Er staat `roman' op de kaft van het boek, en ik heb juist geschreven over een dorp met een oorlogsverleden waar het klimaat dertig jaar na de oorlog nog niet veel veranderd is. Het vonnis van de rechter is een unicum: Hermans en Reve zijn ook ooit aangeklaagd wegens belediging, maar het is voor het eerst dat een schrijver veroordeeld wordt voor de uitspraak van een fictief personage.'

Van der Sloot, die zijn roman publiceerde onder het pseudoniem Pieter Waterdrinker, voelt zich extra overvallen door het vonnis omdat hij nooit een dagvaarding heeft ontvangen. ,,Ook het vonnis heb ik uit de krant moeten vernemen - een kafkaeske situatie. Vorig jaar heb ik voor het laatst gehoord van de bezwaren van de burgemeester; ter gelegenheid van de 5 mei-viering hield hij een rede waarin hij in niet al te bedekte termen waarschuwde tegen types als ik. Ik vind dat hij zijn joodse afkomst misbruikt.' Van der Sloot gaat beroep aantekenen tegen de uitspraak; zijn uitgever, Ronald Dietz van de Arbeiderspers, steunt hem daarbij, hoewel hij eerder `woorden' met de auteur heeft gehad omdat die niet had gemeld dat de naam van de burgemeester in de roman overeen kwam met de echte.

De burgemeester van Zandvoort, M.R. van der Heijden, verklaart zich tevreden met het vonnis. ,,Niet zozeer omdat ik me persoonlijk gekrenkt voelde – ik was de enige in het boek die met naam en toenaam werd genoemd – maar omdat ik een signaalfunctie wilde afgeven. De passage over het joodje in Waterdrinkers roman was stuitend en denigrerend, en stond geenszins in relatie met de rest van het boek. Het mag dan een romanfiguur zijn die het zegt, maar het is wel erg gemakkelijk om je daarachter te verschuilen. Je moet uitermate waakzaam zijn in dit soort gevallen.'

De gewraakte passage uit Danslessen, een familieroman over een hotelierszoon in het Zandvoort van de jaren zeventig, staat in een hoofdstuk waarin katholieken worden aangeduid als `podikken' en andere gelovigen als `gereformeerd als fijngemalen poppenstront'. Een dorpsbewoner verbaast zich erover dat een katholieke wethouder, Gladpootje, zich leent voor een schaatswedstrijd op zondag: `,,Maar ja, wat wil je ook, met zo'n joodje aan het hoofd'.'

De zaak Van der Sloot vertoont overeenkomst met die van W.F. Hermans, die in 1952 op grond van hetzelfde wetsartikel werd aangeklaagd vanwege uitspraken van hoofdpersoon Lodewijk Stegman in Ik heb altijd gelijk. Hermans werd vrijgesproken.

Onder enig voorbehoud, want ,,je moet de context van het boek kennen om te kunnen oordelen', noemt schrijver Marcel Möring de veroordeling van Waterdrinker ,,onbestaanbaar'. Möring: ,,Natuurlijk is er een strikte scheiding tussen de fictieve wereld van de literatuur, waarin personages alles kunnen zeggen, en de werkelijke wereld. Wat zou zo'n rechter doen met het werk van Gogol en Tolstoj, waar ook heel wat `joodjes' in voorkomen? Als schrijver kun je je niet verweren tegen dit soort dingen.' Collega Joost Zwagerman bestempelt de uitspraak als ,,krankzinnig'. Zwagerman: ,,Zometeen gaat de politie op pad om criminelen uit detectives op te pakken.' Een verklaring heeft hij wel: ,,Fictie en werkelijkheid liggen overhoop. Literatuur maakt steeds meer gebruik van autobiografische elementen, waardoor lezers zich niet realiseren dat schrijvers een herkenbaar decor gebruiken om een fictief verhaal te vertellen. Ten onrechte wordt de fabel letterlijk genomen.'