SCHOLIEREN OP DE VLUCHT

Op jacht naar de beste scholen belanden veel ouders uit de grote steden in randgemeenten als Nieuwegein en Amstelveen – waardoor soms de locale ouders op hun beurt nòg wittere scholen gaan zoeken. De trendbreuk van de mobiele leerling.

WIE OP bowlingbaan De Kegel in Amstelveen met een flinke worp alle kegels omver werpt, wordt geconfronteerd met de reclame van Panta Rhei. Deze scholengemeenschap heeft een wervende boodschap meegegeven aan het rek dat na de geslaagde worp omlaag zakt en de kegels van de baan verwijdert. Het leek de directie van Panta Rhei – een scholengemeenschap voor (i)VBO en Mavo – een goed plan de bowlingbaan op te tuigen met reclame. Immers, bijna elk Amstelveens gezin en veel Amstelveense basisscholen bezoeken De Kegel wel eens.

De bowlingbaan heeft inderdaad niet over klandizie te klagen, maar slechts vijftien procent van de 650 leerlingen komt uit Amstelveen. Omdat in de hele gemeente geen andere school voor (i)VBO-Mavo is en de directie zich niet kon voorstellen dat de gemeente zo weinig zwakke leerlingen zou herbergen, kon zij geen andere conclusie trekken dan dat haar potentiële leerlingen nu in een andere gemeente op school zitten.

Het komt steeds meer voor dat scholen leerlingen trekken uit gebieden buiten hun traditionele voedingsgebied. Scholen zijn er meestal niet op uit, maar krijgen ouders aan de deur die verzwarting, criminaliteit en gebrek aan regels ontvluchten. Het verschijnsel doet zich vooral voor wanneer kinderen een VBO-Mavo-advies hebben of dat type onderwijs volgen. Immers, juist dáár doen de meeste problemen zich voor. Vooral rond de grote steden in de randstad is de trend waarneembaar: Haagse ouders sturen hun kinderen naar Zoetermeer of Delft, Utrechtse ouders kiezen voor Houten of Nieuwegein en Amsterdamse ouders laten hun oog vallen op Amstelveen. Verbeterde verbindingen met bus, trein en (vooral) sneltram, dragen bij aan die ontwikkeling, want wie uitstapt, hoort de schoolbel al.

sneltram

``Lijn 51 heeft in Amstelveen nogal wat teweeggebracht'', zegt directeur Harry Rosenkrantz van Panta Rhei, gelegen op een steenworp afstand van de halte `Ouderkerkerlaan'. Sinds de aanleg van de sneltramverbinding met Amsterdam en – vooral – met Amsterdam-Zuidoost, heeft de keurige en witte gemeente Amstelveen binnen haar grenzen een heuse zwarte school gekregen, want ook allochtone ouders zijn tegenwoordig op zoek naar de betere school in een veilige omgeving. De sneltram uit de Bijlmer brengt hun kroost erheen. Rosenkrantz: ``Vijfenzeventig procent van de leerlingen komt uit Amsterdam en de bulk daarvan uit de Bijlmer.'' Gevolg: de Amstelveense leerlingen zijn op de vlucht geslagen.

Adjunct-directeur Ed van Hal van scholengemeenschap Thamen in Uithoorn kan deze middag geen verslaggevers te woord staan. Hij moet `een clubje van zes meiden' op zijn school rondleiden. Zes Amstelveense meiden, wel te verstaan, die komende augustus in het eerste jaar van zijn (i)VBO-Mavo-school willen instromen. De zes vriendinnen zullen niet de enige Amstelveense leerlingen zijn. Het Thamen heeft 650 leerlingen, van wie een kwart uit Amstelveen. Het zijn al een beetje `grote stadsleerlingen', heel anders dan de Uithoornse jeugd. Van Hal: ``Jongens uit Amstelveen hangen in hun vrije tijd op het plein bij V&D, de jongens van deze kant sleutelen aan hun brommer.'' Een docent voegt eraan toe: ``De Amstelveners zijn beter gebekt, verwender en hebben meer kapsones.'' Niettemin zijn ze welkom en Van Hal hoeft daar niet eens veel voor te doen. ``Adverteren doen we zelden en in de gemeentegids van Amstelveen staan we niet eens.''

``Jammer genoeg moet Hanneke na de zomervakantie elke dag naar Uithoorn, maar dat heeft ze er wel voor over. Halverwege de voorlichtingsavond zei ze al `mam, vul het formulier maar in, want ik ga naar deze school'.'' A. de Pijper, moeder van een van de zes meiden, stuurt dochter Hanneke vanaf komend schooljaar naar het Thamen, hoewel ze om de hoek van Panta Rhei woont. De Pijper: ``Op zich hebben we er niets op tegen, maar Panta Rhei is wel een erg zwarte school geworden.'' De Pijper komt er eerlijk voor uit, maar de meeste ouders doen dat niet.

``Veel ouders zeggen dat ze een school afwijzen op grond van het pedagogisch klimaat. Bedoeld wordt meestal `de school is onvoldoende wit','' zegt Sjoerd Karsten, werkzaam aan het SCO Kohnstamm-instituut van de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar factoren die de schoolkeuze van ouders bepalen. Onderwijsprestaties spelen daarbij volgens hem een minder grote rol dan algemeen wordt aangenomen. ``Bij het keuzeproces kijken ouders niet zo zeer naar de objectieve cijfers, maar eerder naar de etnische samenstelling van de school, zonder dit overigens toe te geven.'' Karsten meent dat er een duidelijk verband bestaat tussen stedelijkheid en kwaliteit van een school en bevestigt dat verbeterde verbindingen kwaliteitsscholen dichter in de buurt brengen.

sneller

Ook in andere delen van de randstad reizen steeds meer leerlingen naar een school in een omliggende forensengemeente. De reis erheen is bovendien vaak nog sneller dan wanneer ze binnen hun eigen woonplaats naar school zouden gaan. Het Delftse Grotius College, waar de tram uit Den Haag praktisch voor de deur stopt, telt op een VBO-Mavo populatie van 550 leerlingen, er veertig uit Den Haag of Rotterdam. Directeur H.F. Brune: ``Het is een bekend verschijnsel. Om echt grote aantallen gaat het nog niet, maar ik heb wel de indruk dat het steeds meer voorkomt.'' De VBO-Mavo afdeling van het Anna van Rijncollege in Nieuwegein ligt op twee minuten lopen van de halte van de sneltram uit Utrecht en steeds meer Utrechtse leerlingen kiezen dan ook voor Nieuwegein, waar ze in twintig minuten zijn.

``Op een totaal aantal van 140 instromers in het eerste jaar, hadden we er dit schooljaar twaalf uit Utrecht. Voor komend schooljaar heeft één Utrechtse basisschool nu al tien leerlingen aangemeld, dus ik ga in ieder geval uit van een verdubbeling van het aantal Utrechtse instromers, maar het kunnen ook dertig of veertig worden'', zegt sectordirecteur Ed Lucassen van de school in Nieuwegein. Hij bekijkt de trend door een economische bril. ``Ik vind het een positieve ontwikkeling, want scholen moeten steeds bedrijfsmatiger opereren en als je op deze manier aan leerlingen kunt komen, is dat geen probleem.''

elite

Karsten kan zich de leerlingentrek `naar buiten' wel voorstellen. Uit onderzoek is gebleken dat scholen in de kleinere randgemeenten veelal beter zijn. De mobiele leerling is volgens hem wel een trendbreuk met het verleden. ``Het is in Nederland geen traditie de kinderen ver van huis op school te doen'', zegt Karsten, ``en dan nog kwam het vooral voor onder de elite wanneer zij problemen had bij de opvoeding van de kinderen.'' De fusies in het voortgezet onderwijs zijn volgens hem mede debet aan de suburbane trek van leerlingen naar plaatsen als Nieuwegein. ``In de steden zijn keuzemogelijkheden beperkt geworden door de schaalvergrotingen.''

Rond Amsterdam is de situatie extreem, omdat een zwarte vlucht uit de Bijlmer een witte vlucht uit Amstelveen heeft veroorzaakt en de vraag werpt zich op of dit proces zich zal voortzetten naar Uithoorn en verder. ``Het zal nog wel enige tijd doorgaan, maar het is wel eindig'', zegt Karsten. ``Daar ligt een gat in de markt. Een school beginnen tegen de urbane gebieden aan, maar dan wel met kost en inwoning.''

Streng, veilig en veel begeleiding, alleen dat zal de uittocht naar de forensengemeenten kunnen stoppen, verwacht Karsten. Directeur Rosenkrantz van Panta Rhei heeft al geïnvesteerd in strenge begeleiding en duidelijke schoolregels. Niettemin zegt hij: ``Als de stroom eenmaal is ingezet, is die niet meer tegen te houden. Wacht maar tot de sneltram drie haltes wordt verlengd, dan zitten ze allemaal in Uithoorn.''

`Pedagogisch klimaat? Bedoeld wordt meestal: de school is onvoldoende wit'