Saoediërs betalen Haj Irakezen

Saoedi-Arabië heeft gisteren duizenden berooide Iraakse pelgrims, in meerderheid bejaarden, die drie dagen geleden door de Iraakse autoriteiten per bus naar de grens waren gebracht, een visum gegeven en tevens alle kosten van hun pelgrimstocht – in totaal miljoenen dollars – op zich genomen. Hoge Iraakse regeringsfunctionarissen leidden onmiddellijk de honderden bussen en vrachtwagens met pelgrims de grens over. ,,Ik ben zo gelukkig dat ik wil huilen'', riep een bedevaartganger. Iedere moslim is verplicht ten minste eenmaal in zijn leven de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka, de Haj, te verrichten.

Bagdad heeft de Haj dit jaar aangegrepen om de uitwerking van de bijna tien jaar oude handelssancties op de bevolking te belichten en de Saoediërs voor de kosten te laten opdraaien. Tot ergernis van Irak steunt Riad de sancties.

Het Iraakse Haj-quotum bedroeg 22.000. Slechts 4.000 mensen die zich de daartoe minimaal benodigde 2.000 dollar konden veroorloven, vertrokken op eigen kracht naar Saoedi-Arabië: 350 per vliegtuig – gezien de sancties illegaal – de overigen over land.

Irak liet weten het zich wegens de sancties niet te kunnen veroorloven de overige 18.000 pelgrims de benodigde buitenlandse valuta te verschaffen: Saoedi-Arabië accepteert geen Iraaks geld. Bagdad heeft geprobeerd geld te krijgen uit het olie-voor-voedselprogramma van de VN. Maar het sanctiecomité van de VN weigerde geld vrij te geven nadat de Iraakse regering zijn voorstel had verworpen om het geld in vouchers via een derde land ter beschikking te stellen.

De pelgrims werden vervolgens aan de grens gedumpt, zij het in nette tentenkampen en door de autoriteiten voorzien van thee, rijst, kippen en schapen. De regeringsfunctionaris die hen leidde toonde zich daarbij ,,vol vertrouwen'' dat ,,onze Saoedische broeders'' over de brug zouden komen. De Saoedische leiders konden daar als Hoeders van de Twee Heilige Plaatsen niet onderuit. (Reuters)