Prins Claus

Het probleem met tachtigjarigen en ouder is dat ik altijd geneigd ben ze te geloven. Wat ze ook zeggen. Waarom zouden ze liegen? Er is een redelijke kans dat ze de uitkomst van hun eigen verzinsels niet meer meemaken. Ik moet een heuse inspanning doen om niet meteen 'amen' te zeggen als Juan Antonio Samaranch heeft gesproken. Ook omdat de oude mandarijn mij altijd weer ontroert. Zijn frêle, skeletachtige verschijning, de ogen die nooit lachen, het vogelkoppie, ce président triste, te fragiel om mens te zijn, ik wil altijd maar naar hem toelopen om hem in de arm te nemen voor de afdaling van de trappen. Als er iemand met de veteranenziekte is geboren, is het wel Juan Antonio.

Toen de voorzitter van het IOC deze week met het timbre van een grafrede uitriep dat zijn organisatie weer clean was, dacht ik: nou ja, als Juan Antonio het zegt... Ik slaakte een zucht van verlichting, mede namens Willem-Alexander. Niet dat het kritische hoofdartikel in deze krant mij ontgaan is, maar je moet niet alle sappen willen wegnemen uit het leven van een jonge flierefluiter. Nog jaren wachten op het koningschap, alla, maar als Alex zo graag bobo wil zijn, laat hem dan ook niet tot sint juttemis antichambreren. Zelfs in het vertraagde leven van een koningskind komt een moment van gekwetste eigenwaarde. In gedachten riep ik Kok toe: kom op, met die gouden koets, op naar Lausanne. En leg ook maar een kussentje op de plek waar Emily hoort te zitten. Mijn euforie werd steeds groter, ik schreeuwde tegen mezelf: Nederland, hang de vlag uit, Willem-Alexander is weer een poosje van de straat!

Tot ik in de krant las dat Samaranch zich wil laten adviseren door een Comité van Wijzen. De IOC-voorzitter liet een paar namen vallen: Kissinger, Delors, Agnelli. Mannen met een uitmuntende conduitestaat, maar of het ethische scherpslijpers zijn waag ik te betwijfelen. Als er nou drie kanonnen van de politiek en de industrie weten wat gefêteerd zijn is, dan zijn het wel hogervermelde heren.

Kissinger charterde ooit een regeringsvliegtuig om een voetbalwedstrijd bij te wonen. Delors is soberder in zijn levenswandel, maar wordt wel gerekend tot de vriendenkring van Edith Cresson. En Agnelli is de meest verfijnde peetvader die in Italië nog vrij rondloopt. In commercieel en bestuurlijk vernuft kennen de drie heren hun gelijken niet, maar als titularissen van een ethisch reveil denk ik eerder aan de Dalai Lama dan aan Kissinger en Agnelli.

Of aan prins Claus.

Zou dat geen mooi compromis zijn? Willem-Alexander stort zich met de woede van de Sahel op het watermanagement en prins Claus wordt lid van het IOC. De leeftijdgrens kan geen bezwaar zijn. En het lijkt mij dat Claus wel aan een knuffel toe is. Nou, daar weten hockeyers wel raad mee. Dat sport zijn biotoop niet is, maakt niet uit. Op honderd IOC-leden zijn er geen zeven die zien waar het balletje rolt. Of te dronken of te blind.

Claus is de wereldse uitgave van de Dalai Lama. Hij past dus perfect in de uitmestingsrituelen van Samaranch en wij, sportliefhebbers, doen er ook ons voordeel mee: er zal straks in Sidney tenminste één IOC-lid niet in een Bermuda rondlopen. Het effect in waardigheid is dubbelop.

Niet onbelangrijk: met Claus houden we onze bruggen en wegen. Volgens de Volkskrant liet IOC-lid Havelange de stichting Olympische Spelen Amsterdam 1992 weten dat hij zijn oog had laten vallen op een brug in Zeeland. Bidstrategen hebben nog ijlings de nodige expertise aangesproken om na te gaan of de verplaatsing van zo'n brug naar het Amazonegebied een haalbare kaart was. Uiteindelijk waren de kosten te exorbitant.

Willem-Alexander zou bij zo'n grijs verzoek nog kunnen denken: beton is beton. Maar een man als Claus kent de sentimentele waarde van een brug. Waar gevreeën en gedeald is, gehuild en gebeden, geofferd en geschaterd. Bruggen in Nederland dragen grote, menselijke verhalen. Prins Claus straalt zoveel aristocratie uit dat een Congolees hem nooit zal durven vragen de A-27 naar Kinshasa te vliegen. Ook uit overwegingen van landschappelijk lijfsbehoud zou het IOC-lid Claus een prachtige compromisfiguur zijn.