Niet-weten

Bestuurskundige Paul 't Hart signaleert (Z 13 maart) een veelvuldig gebruik van het 'niet-weten' argument door politici die werden verhoord in de Bijlmerenquête. Toen na de formatie de namen van de bewindspersonen bekend werden gemaakt, heerste er verbazing alom: weinigen van de nieuwe ministers en staatssecretarissen konden bogen op inhoudelijke kennis of ervaring op hun beleidsterrein. Kennelijk bezitten zij andere — bestuurlijke (?) — kwaliteiten. Zij hoeven niet in staat te zijn de scheikunde van gifgas uit te leggen, maar ze horen wel degelijk van het bestaan ervan te weten. In dezelfde krant, een bijlage verder, wordt de noodklok geluid over het Natuur & Techniek-profiel in het nieuwe studiehuis in het voortgezet onderwijs. Er zouden geen scholieren aan willen beginnen, omdat het profiel nergens echt voor nodig is. Als in een land, waar een financieel-economisch geschoolde verkoper van een product beter wordt betaald dan de technisch geschoolde bedenkers en makers ervan, een minister zich mag verdedigen met een `niet-weten-want-technisch' argument, kan ik deze scholieren geen ongelijk geven.