Nette fundamentalist mag Algerije niet leiden

De Algerijnse machthebbers hebben in totaal zeven kandidaten tot de komende presidents- verkiezing toegelaten. De tot dusverre geaccepteerde funda- mentalistische leider sjeik Nahnah haalde het niet.

,,Vraag me nou niet wat al die kandidaten voor het presidentschap precies willen, behalve een beetje macht voor zichzelf`, zegt Yahya, advocaat in Algiers. ,,Niemand weet het. Waarom weten we het niet? Omdat zijzelf het niet weten. Het doet er ook niets toe. Uiteindelijk bepalen de werkelijke machthebbers in het donker wat er zal gebeuren. Daar komen wij, stomme burgers, niet aan te pas.''

Yahya vertegenwoordigt de meerderheid van de Algerijnse bevolking, die uiterst cynisch staat tegenover de presidentsverkiezing van 15 april. Hij heeft gelijk – gezien tien jaar ervaringen met pseudo-democratie. Maar hij heeft ook ongelijk. Want ditmaal ziet het er niet naar uit dat Le Pouvoir, de top van de strijdkrachten, vantevoren bepaalt wie de nieuwe president van Algerije wordt. Niet omdat deze dat niet zou willen. Maar Le Pouvoir is, meer dan ooit, onderling verdeeld. ,,Daarom moeten we misschien ons vocabulaire bijstellen'', concludeert Yahya, ,,en van nu af aan spreken over Les Pouvoirs - meervoud. Dat is vanuit democratisch oogpunt een hele voortuitgang. Zie je nou dat ik geen cynicus ben?''

Over één ding bleken Les Pouvoirs het wèl eens te zijn: sjeik Mahfoud Nahnah moest uit de presidentsrace worden verwijderd. Hij is de leider van de fundamentalistische Beweging voor een Vreedzame Samenleving (MPS), tot twee jaar geleden bekend onder de naam Hamas. Sjeik Nahnah heeft zich altijd keurig gedragen. Enerzijds toont hij met zijn scheldpartijen op de Hezb Franca (de Partij van Frankrijk) voortdurend zijn patriottisme. Onder deze denkbeeldige partij verstaat men in Algerije al die Franstalige, liberale intellectuelen en zakenlieden die zich tegen islamisering en geforceerde arabisering van de samenleving uitspreken – en `dus' in dienst staan van de vroegere koloniale heerser. Anderzijds werkt hij in het geheim nauw samen met de militaire inlichtingendienst. Daarom gaf president Liamine Zeroual hem zeven ministersposten in de huidige regering, ten bewijze hoe islamitisch de Algerijnse overheid is. Daarin konden Zerouals tegenstanders binnen de macht zich vinden, op voorwaarde dat sjeik Nahnah niet nòg meer macht zou vergaren.

Vorige week maakte de Grondwettelijke Raad bekend wie aan de presidentsrace mag deelnemen. Van de meer dan 40 personen die in eerste instantie blijk hadden gegeven van hun belangstelling voor het hoge ambt, waren elf overgebleven. Vier van hen werden alsnog geschrapt. Drie hadden voor hun kandidatuur niet de door de grondwet vereiste 75.000 handtekeningen uit 25 van de 48 departementen gekregen. De vierde, sjeik Nahnah, werd uitgeschakeld, omdat uit niets was gebleken dat hij had deelgenomen aan de onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk van 1954 tot 1962. Dat is, volgens de ook door sjeik Nahnah in 1996 goedgekeurde nieuwe grondwet, een vereiste voor presidentskandidaten die vóór juli 1942 werden geboren.

In werkelijkheid, zeggen politieke analisten, werd hij geëlimineerd omdat hij een goede kans maakte deze verkiezingen te winnen. In 1975 werd hij bij de presidentsverkiezing, ná de door de legertop gesteunde president Zeroual, eervolle tweede. Meer dan 25 procent van de kiezers, velen oud-FIS-aanhangers, stemde toen op sjeik Nahnah.

Het duurde even voordat de MPS, Nahnahs partij, met een woedende – maar beslist niet oproerige – reactie kwam op deze ,,illegale beslissing''. Het was ,,een van tevoren beraamde fraude'', waartoe ,,bepaalde partijen'', die overigens niet werden genoemd, hun toevlucht hadden genomen. Het partijbestuur herinnerde eraan dat reeds bij de presidentsverkiezing van 1975 de eis gold dat oudere kandidaten in de onafhankelijkheidsoorlog hadden meegevochten en dat toen de kandidatuur van sjeik Nahnah was geaccepteerd.

De zaak werd nog pikanter toen Yousef Khatib in een communiqué bevestigde dat sjeik Nahnah wel degelijk aan die oorlog had deelgenomen in de regio Blida. Yousef Khatib was tijdens de onafhankelijkheidsoorlog commandant van de moudjahedin (strijders) in het vierde departement van Algerije en is één van de zeven overgebleven presidentskandidaten. Vandaar dat zijn schriftelijke getuigenis nu overal door Nahnahs aanhangers wordt verspreid.

Twee maanden geleden zag het er nog naar uit dat de machthebbers één gemeenschappelijke kandidaat hadden: Abdelaziz Bouteflika, de vroegere minister van Buitenlandse Zaken tijdens het bewind van de autocratische president Boumedienne. Hij had de afgelopen 20 jaar op politiek gebied nooit meer iets van zich laten horen. Maar nu werd zijn kandidatuur opeens van bovenaf opgelegd. Dat leidde tot grote verbittering in de twee partijen die president Zeroual in de uitoefening van zijn macht terzijde staan: de Nationaal Democratische Vergadering (RND), die speciaal ten behoeve van Zeroual was opgericht, en het Nationale Bevrijdingsfront (FLN), tientallen jaren de enige toegestane politieke partij.

Niemand weet hoeveel kans Bouteflika heeft. Hij is de belichaming van het eens zo revolutionair-nationalistische Algerije. Maar de jongere kiezers (70 procent van de circa 28 miljoen Algerijnen is onder de 30 jaar) hebben geen idee wie hij is en wat hij voorstelt. Bovendien heeft hij twee serieuze concurrenten. In de eerste plaats ex-premier Mouloud Hamrouche, die weliswaar altijd een `kind van het systeem' was, maar uiteindelijk economische hervormingen invoerde en vervolgens in 1991 met datzelfde systeem brak omdat hij het niet eens was met de vervolging van het radicaal-islamitische FIS. Twee weken geleden echter sprak hij zich openlijk uit tegen politieke rehabilitatie van het FIS, waardoor zijn populariteit onder de vijanden van het FIS enorm steeg.

Bouteflika's tweede belangrijke uitdager, Ahmed Taleb Ibrahimi, ex-minister van Onderwijs, van Informatie en Cultuur, en van Buitenlandse Zaken, wordt om tegengestelde redenen door een deel van Les Pouvoirs gesteund. Hij stond immers altijd al bekend als verdediger bij uitstek van Algerije's `Arabo-islamitische waarden'. Sinds jaar en dag pleit Ibrahimi, die zich als `onafhankelijk' presenteert, voor opheffing van het verbod op het FIS. De partij is volgens hem ,,een politieke realiteit'' en moet daarom weer worden toegelaten.

De overige vier kandidaten hebben weinig tot geen uitzicht op het presidentschap, tenzij de verkiezingsuitslagen worden gemanipuleerd. De 43-jarige sjeik Abdallah Jaballah bij voorbeeld, nota bene een fellere fundamentalist dan sjeik Nahnah en berucht om zijn uitvallen naar de `laïco-communisten' (dat wil zeggen àlle liberaal gezinden) heeft zich tegen de zin van zijn eigen partij kandidaat gesteld. Sjeik Jaballah geniet alleen bekendheid in en rond de traditioneel-islamitische stad Constantine, maar hoopt in de toekomst de oude sjeik Nahnah als `Leider van het waarlijk islamitische deel van Algerije' te vervangen.

Geen van de zeven presidentskandidaten heeft een politiek programma gepresenteerd – wat eigenaardig is in een land, waar zich nog steeds moordpartijen afspelen (sinds begin deze maand meer dan 110 doden) en waar het gros van de bevolking snakt naar veiligheid en betere sociaal-economische omstandigheden.

Nòg ongewoner voor zowel Algerije als de hele Arabische wereld is dat de afloop van deze presidentsverkiezing voor de kandidaten tot dusver even onzeker is als voor de machthebbers die hen op afstand besturen.