Na Lewinsky

,,PAS OP VOOR de jurist met de zaak van zijn leven, met een onuitputtelijke geldbuidel om die te financieren en zonder tijdslimitiet waarbinnen de klus moet zijn geklaard.'' Dit zei een van de raadslieden van president Clinton in de zaakLewinsky begin deze maand tegen een Senaatscommissie. Deze buigt zich over de vraag of de wet op de speciale aanklager verlengd moet worden. Het impeachmentproces tegen de president is achter de rug, maar de kater heet Kenneth Starr.

De manier waarop deze speciale aanklager een derderangs onroerend-goedschandaal uit de tijd van het gouverneurschap van Clinton (twee presidentsverkiezingen geleden) heeft helpen opblazen tot een complete constitutionele krachtproef, heeft zijn ambt geen goed gedaan.

Natuurlijk zou het beter zijn geweest als Clinton zijn driftleven tijdens kantooruren in bedwang had weten te houden, maar dat is nog geen reden de rake waarschuwing van zijn raadsman te negeren.

Ook de federale minister van Justitie, Janet Reno, is teruggekomen van haar aanvankelijke steun voor de wet op de speciale aanklager. Deze leek juist zo'n goed middel om gevoelige onderzoeken te isoleren van de politieke machtsstrijd. Nu walgt Reno van de manier waarop iedere beslissing van haar in de speciale procedure meteen een politieke draai heeft gekregen.

DE BEZWAREN TEGEN de functie van speciale aanklager dateren niet van vandaag of gisteren. Het Congres heeft de wet al eens laten expireren om hem later toch weer tot leven te roepen. De wet op de speciale aanklager heeft een wel zeer speciale aanleiding: de brute ingreep van president Nixon in het Watergate-schandaal in de jaren zeventig, die hem ten slotte zijn ambt heeft gekost. Afzien van de wet op de speciale aanklager blijkt echter ook zo zijn bezwaren te hebben, getuige de onrustige reacties in het Congres op het voorstel van Reno om een streep te zetten onder de speciale functie.

Er doen zich diverse zaken voor die in aanmerking komen voor een speciaal onderzoek. De gedachte dat deze zaken allemaal worden afgehandeld door het federale ministerie van Justitie roept de vraag op of dit ministerie dan niet weer te veel politieke macht krijgt.

Ook los van de speciale verhouding tussen Robert Kennedy en zijn broer John F. is de Attorney General in de Amerikaanse geschiedenis vaak wel erg nauw verbonden geweest met het eigenbelang van het Witte Huis.

Er zijn verschillende nadere regels voorgesteld om de speciale aanklager af te houden van visexpedities. De discussie over de juiste balans geeft een fascinerend kijkje in de leer van gewicht en tegenwicht die zo'n belangrijke rol vervult in het Amerikaanse staatsbestel.

Deze discussie heeft is ook van belang voor de Oude Wereld, want ook hier wordt geworsteld met het vraagstuk van de controle op de publieke macht.