Moeilijke omslag van vrolijk naar wrang

Vera Mann werd bekend door haar rollen in onder meer de musicals Joe en Evita. Nu is ze een musicalster en speelt in de komedie `Twee op de wip'. `Er zitten ook veel tragische momenten in. Je merkt dat het publiek dat niet altijd begrijpt'', zegt ze.

,,Ik heb meteen een wereldprimeur voor je,'' zegt Vera Mann, ,,ik laat mijn neus rechtzetten.'' Dat is inderdaad opzienbarend nieuws want de lange, fraai geboogde neus van de musicalster is in de loop der jaren haar handelsmerk geworden. Mann: ,,Joop van den Ende zei vaak: waarom laat je niet iets aan die scheve neus doen, maar ik wilde het nooit. Ik zei tegen hem: scheef of niet, je geeft me toch wel grote rollen.'' Mann gaat niet uit ijdelheid onder het mes, maar uit medische noodzaak. Haar chronisch verstopte neusholte bezorgde haar ernstige stemproblemen.

De Vlaamse actrice en zangeres werd de afgelopen twaalf jaar beroemd door haar rollen in de musicals Joe, My Fair Lady, Les Miserables en Evita. In 1992 kreeg ze voor haar werk de Pall Mall Export Prijs. Verder werd ze bekend met het lied `Nog een kans', de herkenningsmelodie van de tv-serie Vrouwenvleugel. Momenteel speelt ze samen met GTST-ster Rick Engelkes in de komedie Twee op de wip van William Gibson.

Mann: ,,Toen ik het toneelstuk voor het eerst las, vond ik het niets. Het was oubollig en er worden nogal wat vrouwonvriendelijke dingen in gezegd. Maar nadat Coot van Doesburgh een bewerking had gemaakt, vond ik het wel mooi. Zij heeft het stuk gemoderniseerd en het in het Amsterdam van nu geplaatst. Ik vond mezelf in het begin niet geweldig spelen, ik heb er gewoon maar het beste van gemaakt. Nu het publiek zo enthousiast is, begin ik langzaam te geloven dat het toch zo slecht niet is.''

Twee op de wip is een Britse komedie die elke tien jaar weer opduikt in Nederland. In 1959 werd het stuk gespeeld door Andrea Domburg en Guus Hermus; begin jaren zeventig door Jeroen Krabbé en Willeke Alberti; en tien jaar later door het toneelechtpaar Pleuni Touw en Hugo Metsers. Mann: ,,Die versies heb ik niet gezien, maar dat het steeds weer gespeeld wordt, bewijst toch dat het een sterke komedie is. Het is leuk om in zo'n traditie te stappen.

,,Ik speel een danseres die een relatie begint met een advocaat. Maar die is nog lang niet klaar met zijn ex. Ze weet dat het niets kan worden, maar ze blijft hopen tegen beter weten in. Het is een stuk dat over relatieproblemen van dertigers gaat. Ik heb zelf momenteel geen vaste relatie en ik herken me wel in de `alleenzaamheid' van mijn personage: ze wil niet alleen zijn, maar ze is tegelijkertijd gesteld op haar vrijgezellenbestaan. Ze is vaak op verkeerde types gevallen en ze heeft nog steeds de ware niet gevonden. Op een gegeven moment weet je dat je nooit meer een onbeschreven blad tegenkomt. Je krijgt altijd vriendjes met een verleden. Bovendien zit ze in de balletwereld en daar zijn de `echte mannen' dun gezaaid.

,,Twee op de wip is een komedie, maar er zitten ook veel tragische momenten in. Je merkt dat het publiek dat niet altijd begrijpt. Ze komen voor een komedie dus ze lachen om alles, ook als het helemaal niet grappig is. Vaak begint een scène vrolijk, om dan heel wrang te eindigen. Het is moeilijk om die omslag te maken, ook voor ons.''

Mann is geboren in het Vlaamse dorpje Genk. Toch spreekt ze in Twee op de wip onberispelijk Amsterdams. In haar vorige toneelstuk, Little Voice van Jim Cartwright, sprak ze plat Rotterdams. Het interview geeft ze in algemeen beschaafd Nederlands, maar op verzoek kan ze ook wel een stukje plat Vlaams praten. ,,Ik heb altijd een goed oor voor accenten gehad. Dat heeft met muzikaliteit te maken, ik pak makkelijk de melodie van een taal op. Ik zat op een tweetalige kleuterschool en tijdens de kleinkunstopleiding bij Studio Herman Teirlinck in Antwerpen heb ik gewoon netjes Nederlands geleerd. Plat Amsterdams heb ik van Frits Lambrechts geleerd toen ik in My Fair Lady speelde. Het is veel moeilijker dan Rotterdams. Met Little Voice zijn we met de hele cast naar Feyenoord-Porto geweest, om het accent onder de knie te krijgen.

,,Ik probeer musicalrollen altijd af te wisselen met toneelrollen. Dat is best lastig; als je eenmaal in de ene hoek zit, vragen ze je niet snel voor de andere hoek. Musical is fysiek veel zwaarder. Je moet vaak spelen, zes dagen per week, maandenlang achter elkaar. Bovendien moet je ook nog zingen. Ik wil daarmee niet zeggen dat toneel makkelijk is. In Twee op de wip sta ik vijfenzeventig minuten achter elkaar te spelen. Met z'n tweeën moeten we dat podium vullen. Dat is ook zwaar.

,,Het liefste zou ik televisie of film doen. Ik was als een kind zo blij toen ik een keertje een bijrolletje in de tv-serie Baantjer kreeg. Om me voor te bereiden heb ik het boek How to act on television van Michael Caine gelezen. Ik was wel bang dat ik meteen vermoord zou worden en de rest van de draaidag grijs geschminkt zou moeten stilliggen. Maar ik speelde gelukkig de vrouw van het slachtoffer.''

Twee op de wip speelt nog tot begin juni. Daarna gaat Mann naar de plastisch chirurg voor haar neusoperatie. ,,Maar eerst geef ik in café Het Blaauwe Hoofd in Amsterdam een afscheidsfeest van mijn neus. Iedereen mag dan en profil met me op de foto. En alle gasten moeten natuurlijk een feestneus op.''

`Twee op de wip'. Toernee t/m 30/5. Inl. 0900-9203