Libië belooft uitlevering Lockerbie-duo

De regering van Libië heeft zich bereid verklaard de twee verdachten van de bomaanslag op een Amerikaans vliegtuig boven het Schotse Lockerbie, in 1988, uiterlijk op 6 april over te dragen aan de Verenigde Naties.

Dat staat in een brief van de Libische regering aan secretaris-generaal Kofi Annan van de VN, die gisteren in Tripoli, in bijzijn van de Libische leider Muammar Gaddafi en de Saoedische gezant in Libië, prins Bandar bin Abdul Aziz, werd voorgelezen door de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela. Volgens die brief kunnen de twee Libische Lockerbie-verdachten uiterlijk op 6 april voor een Schots hof in Nederland verschijnen. Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben zeer terughoudend gereageerd op de Libische toezegging.

Mandela zei ook dat de VN-sancties die sinds 1992 van kracht zijn tegen Libië zullen worden opgeschort zodra de twee Libische verdachten in Nederland zijn gearriveerd en dat de strafmaatregelen binnen 90 dagen volledig worden beëindigd. Voordat Mandela de bewuste brief voorlas, zei Gaddafi dat hij van Mandela en van de Saoedische koning Fahd ,,alle garanties'' had gekregen die hij verlangde over de gang van zaken bij het voorgenomen proces en over de bedoelingen van de Amerikaanse en Britse regeringen. ,,Wanneer president Mandela en koning Fahd mij vragen het aan hen over te laten, is het niet redelijk dat ik voorwaarden stel'', aldus Gaddafi. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië hebben de Libiërs Abdel Basset Ali Mohamed al-Migrahi en Lamen Khalifa Fhimah ervan beschuldigd dat zij de bom hebben geplaatst die in 1988 een PanAm toestel opblies boven het Schotse Lockerbie, waarbij 270 mensen omkwamen.

Zowel Amerikanen als Britten reageerden gisteren uiterst behoedzaam op het nieuws uit Tripoli. ,,Wij blijven waakzaam totdat de twee in Nederland zijn gearriveerd'', zei de Britse minister van Buitenlandse zaken, Robin Cook. ,,Ik slaak geen zucht van verlichting totdat dit daadwerkelijk gebeurt.'' Zijn ambassadeur bij de VN, Jeremy Greenstock, zei dat de datum, 6 april ,,het meest optimistische onderdeel'' is van de Libische brief. ,,De secretaris-generaal van de VN heeft de Libische leiding geruime tijd geleden gevraagd om een datum voor de overdracht van de twee verdachten en als die nu is vastgesteld, is dat constructief'', aldus Greenstock. De Amerikaanse vertegenwoordiger bij de VN, Peter Burleigh, zei enige tijd nodig te hebben om de brief tegen het licht te houden en te bezien ,,of er voorwaarden of andere slagen om de arm in staan, want instemming met de overdracht van de twee dient onvoorwaardelijk te zijn''. Hij noemde ,,daadwerkelijke overdracht nog belangrijker dan een datum''.

VN-chef Kofi Annan verwelkomde de mededeling uit Libië, maar zei zich van verder commentaar te willen onthouden totdat hij de ,,relevante details'' in de Libische brief heeft bestudeerd. (AFP, AP, Reuters)