Leegloopmysterie

NET ZO voorspelbaar als de BiC-ballpoint leegloopt in de jaszak loopt de tube Velpon of Collall leeg in de bureaula. Het voordeel is dat de tube daardoor gauw een vaste plaats heeft in het kantoor, het nadeel dat de lijm op is als-ie nodig is. Want het leeglopen is geen proces dat vanzelf stopt.

Toen er deze week voor de zoveelste keer een klompje barnsteen met gasbellen als fossiele vliegen werd aangetroffen naast een vrijwel gewichtloze tube plasticlijm viel het besluit niet eerder Velpon of Collall te komen voor dat duidelijk was geworden waaròm deze tubes altijd leeglopen en hoe dat te voorkomen is. En waarom tubes Simson bandenplak, die toch niet zo heel erg anders lijkt dan plasticlijm, nooit leeglopen. Verdrogen wel, en zelfs totaal, maar leeglopen: nooit.

Wat zijn dit voor lijmen en waarom doe ze wat ze doen? Dat is de casus van vandaag. Velpon staat op Internet, op de homepage van Perfecta Chemie in Goes, dat vreemd genoeg de telefoon opneemt met `Bison International'. Velen kennen Perfecta Chemie eerder van Bisonkit dan van Velpon en dat klopt ook. Velpon was van Cetabever in Beverwijk die de hobbylijm bij de inlijving in het Akzo-concern omstreeks 1984 aan Perfecta overdeed (zoals ook Talens in hetzelfde jaar het vermaarde Gluton wegdeed aan Perfecta). Cetabever bestaat alleen nog als een door Akzo gevoerde merknaam voor allerlei verf.

Zo komt het dat er deze week niemand meer te vinden was die zich herinnerde hoelang Velpon al op de markt is. Perfecta kreeg het stukje bedrijfsgeschiedenis niet meegeleverd en de oude Bever-ploeg die nu onder Akzo-vleugels schuilt wist het ook niet meer. Aan AW-zijde is er een vage herinnering aan een krant uit 1934 die de onthoofding van Van der Lubbe besprak naast een advertentie voor Velpon. Dat het geen advertentie was voor Collall (waarmee verwarring voor de hand ligt) staat vast omdat Collall pas in 1949 werd opgericht, zegt Collall vanuit Stadskanaal. In 1949 zat Collall nog in Haarlem en de tubes `alleslijm' waren het enige product van de onderneming. De Haarlemse lijm ging unverfrohren de concurrentie aan met het vrijwel identieke Velpon dat op een steenworp afstand werd geproduceerd. Patenten die Velpon hadden kunnen beschermen waren kennelijk verlopen of ontbraken misschien geheel.

Want de receptuur van beide lijmen is erg eenvoudig: het is een oplossing van polyvinylacetaat in aceton waaraan wat gewone alcohol is toegevoegd. Polyvinylacetaat (PVAC) is 's werelds oudste puur synthetische polymeer. De bereiding werd in 1917 gepatenteerd door de Duitse uitvinder F. Klatte, maar de gedachte om deze kunsthars dan maar eens op te lossen in aceton, het meest gangbare oplosmiddel in het organisch laboratorium, gold waarschijnlijk als te voor de hand liggend voor een octrooi. Au fond werken de plasticlijmen niet anders dan beenderlijm en tarwestijfsel die water als oplosmiddel hebben. Na verdamping van het oplosmiddel blijft het min of meer vaste polymeer achter. Er komt geen reactie met zuurstof, waterdamp of wat ook aan te pas.

Gaat men af op wat Ullmann's chemische encyclopedie ervan zegt, dan zijn in de loop van de tijd nog wat kleine verbeteringen doorgevoerd, er werd gemengd met ander kunstharsen, er kwamen vulmiddelen en weekmakers (het geheim van Bisonkit), maar wie zo de woordvoerders van Perfecta en Collall eens aanhoort krijgt niet de indruk dat de Nederlandse fabrikanten van alleslijmen, die voornamelijk door vrouwen en kinderen worden gebruikt, zich aan R&D vertild hebben.

Nog beter komt de nostalgicus aan zijn trekken met de bandenplak van Simson die vaak `solutie' wordt genoemd. Of `rubbercement'. Simsons solutie is al sinds 1881 niet meer veranderd, zegt trots de huidige Simson-producent, Bandrep in Mijdrecht. Het bestaat uit rubbergranulaat opgelost in benzine met tolueen. Een dergelijk mengsel, maar dan met ook asfalt als bestanddeel, wordt in de eerste druk (1936) van `Mengen en roeren' van drs. L.P. Edel marinelijm genoemd.

Waarom lopen Collall en Velpon zo snel leeg en Simson niet? Daarop moesten Collall en Velpon, die natuurlijk (zoals destijds BiC) eerst een formeel verweer voerden, het antwoord schuldig blijven. `Die Simson tubetjes zijn natuurlijk veel kleiner dan onze tubes. En misschien bestaan ze ook uit ander materiaal? Dat er na het knijpen meer druk achter blijft?' Een korte inspectie leerde: onzin.

`Misschien zou het helpen als we een elastische, terugverende tube gebruikten, zoals de tandpastafabrikanten moesten van minister Alders?' Een proefje leert: ook uitzichtloos. Beiersdorf (Almere) verkoop zijn Tesa hobbylijm (naar verluidt ook een PVAC-lijm met aceton en alcohol) in terugverende flacons. Legt men die op hun kant, dan lopen ze ook binnen een week leeg als de dop niet hermetisch is dichtgedraaid.

De flacon blijft vol omdat hij zijn opening hoog houdt en dat is natuurlijk ook de clou in het leegloopmysterie. De lijmoplossing wordt naar buiten geperst door de gasdruk die het oplosmiddel ontwikkelt. In een omgeving met constante temperatuur zal het leeglopen na verloop van tijd stoppen, maar als de temperaturen voortdurend wisselen gaat het ventiel-effect een rol spelen: de lijm die eenmaal naar buiten is geperst (en daar is verhard), kan niet meer naar binnen als de druk weer afneemt. Waarschijnlijk zal dan wat lucht worden aangezogen waardoor bij een nieuwe temperatuurstijging opnieuw drukverhoging kan ontstaan.

Essentieel voor de kwantitatieve afloop van een en ander is hoezeer de verzadigingsdampspanning van het oplosmiddel toeneemt met de temperatuur. Daarin schuilt het voornaamste verschil tussen Collall/Velpon en Simson. Van aceton, dat al kookt bij 56 graden, verandert de dampspanning bij huiskamervariaties veel sterker dan van benzine en tolueen die pas boven de 100 graden koken. Zo zit het. En als het niet zo zit, komt men dat een volgende keer aan de weet.