Lastige spelers gedijen als scheidsrechter

Onhandelbare voetballers hebben het in zich een goede scheidsrechter te worden. Toparbiter Dick Jol was als spits ,,een klerelijer''. Ben Haverkort, als speler goed voor vijf rode kaarten, debuteerde afgelopen week als scheidsrechter in de eerste divisie.

ANP-bericht van 19 februari 1993: ,,Emmen-speler Ben Haverkort werd wegens belediging van de scheidsrechter in de wedstrijd tegen Eindhoven tot het einde van het seizoen het recht ontzegd de aanvoerdersband te dragen.''

Zes jaar later is de zondaar van toen zelf scheidsrechter. Eentje met talent voor het fluiten, want Haverkort debuteerde afgelopen weekeinde bij Excelsior-RBC in de eerste divisie. Op dat niveau speelde hij zelf zestien seizoenen, achtereenvolgens bij Telstar, Cambuur en Emmen. Haverkort was een voetballer met, zoals hij het typeert, ,,een grote smoel'' en dat leverde hem in zijn carrière liefst vijf rode en vele tientallen gele kaarten op.

,,Ben was een lastige vent in het veld, hij had altijd commentaar'', herinnert John Blankenstein, ex-arbiter en tegenwoordig hoofd scheidsrechterszaken van de KNVB. Haverkort (37) komt nog weleens een scheidsrechter, nu een collega dus, tegen met wie hij vroeger in de clinch heeft gelegen. ,,Laatst had ik een shuttle-run met Jan-Willem van Veluwen. `Wat jij destijds tegen mij riep, durf ik nu niet meer te herhalen', zei hij.''

Ook toparbiter Dick Jol speelde betaald voetbal, bij een paar clubs in België en in Nederland bij NEC. De Scheveninger vond zichzelf als speler ,,een echte klerelijer''. Ooit zei hij dat de KNVB in Zeist een kamer kon behangen met de papieren van zijn strafzaken. Blankenstein denkt dat het geen toeval is dat voetballers die het de leiding moeilijk maken later zelf soms goede arbiters worden. ,,Ze weten precies wat er in de hersenpan van die lastige jongens omgaat. Ze kennen de hele trucendoos. Zodoende kunnen ze vaak alerter reageren dan anderen.''

Blankenstein was drie jaar geleden een van de initiatiefnemers van een scheidsrechterscursus voor profs en ex-profs. Haverkort: ,,Mijn beste vriend uit Amsterdam belde me, hij had over die cursus gelezen. Hij zei dat het typisch iets voor mij was. Het leek me wel wat. Ik was in juni '95 met voetballen gestopt en miste de spanning. Doordeweeks de trainingen en dan op zaterdag of zondag de explosie van de wedstrijd. Toen heb ik John Blankenstein gebeld. Jij, vroeg hij. Ja, ik!''

Lastige spelers zijn blijkbaar ook eerder geneigd de handschoen op te pakken. Blankenstein: ,,Ze vinden meestal dat de scheidsrechters er geen kloten van bakken en denken dat ze het beter kunnen.'' Jol werd destijds uitgedaagd door de voorzitter van zijn amateurclub. ,,Ik zat zoals gewoonlijk in de kantine weer te kankeren op een scheidsrechter. `Ga het zelf dan eens doen', was het advies van Joop. Dat heb ik gedaan. Ik wilde weleens zien hoe ver ik kon komen.''

Jol kreeg al snel begrip voor de moeilijke taak van arbiters. ,,In een van mijn eerste wedstrijden floot ik voor buitenspel en werd er geroepen: `Hé klootzak, kijk eens achter je!' Daar zat dus een speler zijn veters te strikken. Je moet als scheidsrechter op zo ongelooflijk veel dingen letten!''

Voor Jol was er destijds nog geen speciale, versnelde cursus. Haverkort was in 1996 een van de twintig profs die in Zeist werden ontvangen. Hij toonde zich de beste leerling en leidde al na drie jaar zijn eerste wedstrijd in de eerste divisie. Vier andere cursisten van '96 fluiten in de top van het amateurvoetbal. Dat is volgens Blankenstein een onverwacht hoge score. Toch viel de opkomst voor de tweede cursus, die vorige week van start ging, tegen. Slechts tien mannen meldden zich. Blankenstein en toparbiter Mario van der Ende probeerden via persoonlijke benadering en brieven de oudere spelers in ere- en eerste divisie warm te maken. Aanvankelijk toonden twee notoire `kaarten-verzamelaars', Raymond Atteveld (FC Groningen) en Fred van der Hoorn (FC Den Bosch), interesse voor de cursus. Later lieten zij echter niets meer van zich horen.

Haverkort sprak de nieuwe groep op de eerste cursusdag toe. ,,Het viel me op dat die jongens weinig van spelregels afwisten'', zegt hij lachend. ,,Ik heb ze verteld dat de scheidsrechterij een mooi alternatief is voor wie geen trainer kan of wil worden. Kijk naar mij. Ik kan vanwege mijn werk geen trainer worden. Maar dit is het helemaal voor me. Vanaf het eerste moment dat ik die fluit in mijn mond had, heeft het me te pakken. Fluiten geeft een heerlijk gevoel. Ik zal wel elke dag een wedstrijd willen leiden.''

Hij kan tijdens wedstrijden voetballers tegenkomen met wie hij zelf nog heeft gespeeld. Haverkort:,,Ik was laatst vierde official bij FC Den Bosch en toen ik daar de kleedkamer binnenkwam, werd ik begroet met: Hé buurman. Dat was Gerrie Schaap. We woonden vroeger in Emmen naast elkaar. Natuurlijk moet je normaal tegen elkaar blijven doen. Alleen in het veld maakt het niet uit of je iemand goed kent of niet. Geel is geel, rood is rood.''

Jol kan tegenwoordig nog maar één oud-medespeler treffen, Anton Janssen van NEC. Vroeger waren het er meer. ,,Die zeiden dan als je voor een overtreding een kaart gaf dat ik vroeger zelf ook zo tekeer ging. Ja, reageerde ik dan, daarom kreeg ik toen ook geel.''

Haverkort was onlangs vierde man bij de wedstrijd Heerenveen-Vitesse die werd geleid door Jol. ,,Toen ik hem bezig zag, besefte ik dat ik nog maar in de kinderschoenen sta. Ik moet nog veel leren.'' De nieuweling heeft vooral nog moeite met de looplijn, het positie kiezen in het veld. ,,Dat moet een automatisme worden. Daarom fluit ik zo veel mogelijk. Voor mij is elke wedstrijd een finale. Ik weet dat er op me gelet wordt en als ik slecht fluit, sta ik weer op nul.''

Haverkort staat op de C-lijst. Dat betekent dat hij duels leidt van de tweede profelftallen, de hoogste betaalde jeugd en de hoogste amateurs. Excelsior-RBC was vorige week slechts een extraatje voor hem. Hij bracht het er goed vanaf. De vraag is wanneer de ex-prof naar de B-lijst promoveert. ,,De winkel zit overvol'', bekent Blankenstein. ,,We hebben momenteel 29 scheidsrechters voor de achttien wedstrijden die per speelronde in het betaald voetbal worden gespeeld. Maar Ben Haverkort is zeker op de goede weg.''