Jemig de pemig

Onder het motto `Ere wie ere toekomt', wil ik, als oud-Hagenaar en behalve oud-ADO-voetballer ook oud-schoolgenoot van Kees van Kooten en Wim de Bie aan het Haagse Dalton Lyceum, een correctie aanbrengen op het artikel `De opmars van geilroof en positivo' (NRC Handelsblad, 5 maart) en dus ook op het zojuist verschenen boek `Jemig de pemig!' van journalist Ewoud Sanders.

Van Kooten en De Bie zouden, door Sanders gevraagd naar hun inspiratiebronnen voor de namen van hun spreekwoordelijk geworden creaties van doctor Clavan hebben genoemd een `linksbinnen van ADO' en voor de archetypische vrije jongen Tedje van Es `een rechtsbuiten van Sparta'.

De eerste verwijzing naar de onvergetelijke Mickey Clavan is natuurlijk goed. De naam Van Es als Spartaan zal echter menig Rotterdams en Haags voetbalkenner de wenkbrauwen doen fronsen en terecht, want de eer voor die vernoeming, zonder twijfel bedacht door de enige ex-voetballer (nou ja) van het duo, Kees van Kooten, komt natuurlijk alleen op naam van de destijds, in de vijftiger en zestiger jaren, oer–populaire Beb van Es, de rechtsbuiten en daarnaast inspirerende jeugdleider van de Haagse amateur tweede klasser VCS, `de man met de altijd rode koontjes'.

Aanleiding tot deze vergissing zou kunnen zijn dat VCS staat voor Voetbal Club Sparta, maar dat weten waarschijnlijk alleen de clubleden zelf.

VCS was in die tijd de onmiddellijke buurclub van het grote ADO in het Zuiderpark en één van hun pupillen schopte het naderhand nog heel ver: international Guus Haak.