Integer te water

Hoe integer opereert een rattenvanger? Als randstedeling werd ik met deze vraag geconfronteerd toen ik op een verjaardagsfeest een hoge ambtenaar ontmoette. De man werkte voor een bekende Nederlandse provincie, waar hij verantwoordelijk was voor het waterbeheer. Gespreksstof te over dus. Verjaardagen beschouw ik als een aangename vorm van sociologisch veldwerk en met behulp van een basale interviewtechniek boek je al gauw verrassende resultaten.

Maar in dit geval wilde het niet vlotten. Nee, hij had zelf de kroonprins nog niet mogen ontmoeten, en nee, van een schandaal rond een miljarden verslindend sluizenproject was hem niets bekend. Ook over de kwaliteit van het oppervlaktewater in zijn provincie wilde de hoge ambtenaar niets concreets naar buiten brengen.

Pas toen ik het gesprek op het actuele onderwerp van de ambtelijke integriteit bracht, werd hij toeschietelijker en kwam hij, geheel uit eigen beweging, met een voorbeeld waaruit de slagvaardigheid van zijn provincie op dit terrein moest blijken.

Als hoofd waterbeheer was hij ook verantwoordelijk voor het team ambtenaren dat dagelijks de strijd aanbond met de muskusrat. Een team kon je het nauwelijks noemen want het bestond uit veertien zwijgzame individualisten die moederziel alleen in hun roeiboot eropuit trokken om in Gods vrije natuur hun vallen te plaatsen en weer op te halen. Een eeuwenoud ambacht waar de vooruitgang slechts de fluistermotor aan had toegevoegd. Mijn gesprekspartner had een diep respect voor deze vaklieden die, hoewel ver verwijderd van de expertise op het provinciehuis, toch zo'n belangrijke taak volbrachten binnen het totale plaatje van het integrale watermanagement. Als de muskusrat niet systematisch werd uitgeroeid, zouden provinciale polders binnen de kortste keren blank staan.

Maar ondanks dat respect, had het hoofd lange tijd iets dwarsgezeten. Als direct verantwoordelijke wist hij niet helemaal zeker of zijn veertien polderjongens wel opgewassen waren tegen de verlokkingen die tegenwoordig ook in Gods vrije natuur te vinden waren, en vanaf het water vaak goed waarneembaar. Giflozingen, hennepkassen, uitrijden van mest, wilde recreatie, koeien zonder oormerk, op al dit soort zaken zouden de provinciemannen in hun roeiboten kunnen stuiten en wat zouden ze dan doen? Een rapport opstellen en dat onverwijld naar de verantwoordelijke inspectiedienst sturen, of het handje ophouden en een oogje toeknijpen?

Hij had het antwoord niet geweten, want van elkaar echt leren kennen was het nooit gekomen tussen hem en zijn team.

Zijn twijfels omtrent het gedrag van zijn ondergeschikten bleken gedeeld te worden door zijn mede-hoofden. En hoemeer ze er met elkaar over spraken, hoe duidelijker hun conclusie werd: het morele vacuüm, waar je zo vaak over las, zou ook de bestuurlijke ruimte in de eigen provincie weggezogen kunnen hebben. De geloofwaardigheid van het openbaar bestuur stond op het spel. Zeker nu met al die parlementaire enquêtes. Daarom was het management samen met de afdeling Human Resources `voluit in de slag gegaan' met een organisatiebreed programma van `integrale kwaliteitszorg'. De kwaliteit van het ethisch handelen van de ambtenaar was daarbij speerpunt nummer één, zo meldde mijn zegsman opgetogen.

Ik was even bang dat de hoge ambtenaar zijn relaas met deze kokkiaanse vaagpraat wilde beëindigen, maar nee, na nog eens ingeschonken te hebben, werd hij ineens een stuk concreter. De dag ervoor had hij namelijk in het kader van die kwaliteitszorg samen met zijn rattenvangers een integriteitscursus gevolgd.

Genoten, had hij. Voor de middagpauze moesten ze nogal wat theoretische kost over de morele ontwikkelingsfases van de mens verhapstukken, maar na de lunch in het provinciale driesterren hotel, had de psychologe van het adviesbureau hen aan de echte trainingsarbeid gezet. Dat begon wat moeilijk, omdat de deelnemers zelf met een praktijkvoorbeeld van een `moreel dilemma' moesten komen.

De veertien oergezonde buitenmensen hadden elkaar een half uur ongemakkelijk aan zitten kijken. Morele problemen...? Zij...? In hun boot...? Met die ratten...? Niemand kon iets verzinnen. De psychologe moest eerst tal van voorbeelden noemen waar ambtenaren van andere afdelingen opgekomen waren in eerdere trainingsessies. Toen begon het te dagen.

De jongste rattenvanger stond als eerste op. Met een rood hoofd, maar al gauw, toen hij de lachers op zijn hand kreeg, met de nodige bravoure vertelde hij wat hem overkomen was toen hij in een landelijke villawijk aan het werk was. Op een warme zomermiddag ploeterde hij in zijn lieslaarzen door de modder van een singel. Hij had ruim twintig vallen gecontroleerd, allemaal leeg. Net toen hij zich uit de blubber ophees om op het gazon van een aanpalende villa uit te blazen, werd vanaf het terras naar hem geroepen. Een jonge vrouw hield een pijpje bier uitnodigend boven haar hoofd, en vroeg of hij zin had. Voorzover hij het op twintig meter afstand kon zien had de vrouw geen kleren aan. Op dat moment voelde de jonge provincieambtenaar iets van een moreel dilemma, zo bekende hij aan zijn collega's.

De hoge ambtenaar vertelde hoe zijn groep die middag met groeiend enthousiasme deze situatie zeker tien keer had nagespeeld. Steeds weer volgens een ander moreel scenario. Alle handelingsalternatieven waren uitvoerig aan bod geweest en met de psychologe doorgeanalyseerd. Het resultaat was dat de veertien individualisten samen met hun manager als een hecht team het hotel verlieten. Ze kenden elkaar van haver tot gort, trokken voortaan één lijn en popelden om in de praktijk nog meer van dit soort dilemma's tegen te komen.

Interessant verhaal, zeker, maar, zoals gezegd, het werd opgetekend temidden van het rumoer van een verjaardagsfeest. Het kan zijn dat de werkelijkheid gecompliceerder is dan mijn informant onder deze omstandigheden kon uitleggen. Maar dat neemt niet weg dat in ieder geval één conclusie getrokken kan worden: aan de integriteit van de Nederlandse ambtenaar wordt in den lande druk gesleuteld. En niet zonder succes! Dat is een hele geruststelling.