In NAVO's hand

DE EERSTE SLACHTOFFERS van de Kosovaarse handtekening onder het Parijse vredesakkoord dreigen de Kosovaren zelf te worden. Vandaag begon de terugtrekking van de veertienhonderd internationale waarnemers uit het gebied terwijl een Servisch offensief in volle gang is. Volgens de opperbevelhebber van de NAVO, generaal Wesley Clark, voltrekt zich in Kosovo een humanitaire tragedie. Sinds december zijn nog eens meer dan zestigduizend mensen als gevolg van het militaire geweld dakloos geworden. Met de waarnemers uit de weg kan de Servische soldateska ongehinderd en ongezien zijn gang gaan.

Het zal, naar verwachting, zeker tot midden volgende week duren alvorens de luchtmacht van de NAVO in actie komt. Tenzij de Serviërs alsnog inbinden, is een verder uitstel van de sinds oktober vorig jaar voorgenomen bombardementen nauwelijks voorstelbaar. Het vredesoverleg werd gisteren opgeschort toen duidelijk werd dat de Joegoslavische regering bleef weigeren het resultaat van de wekenlange onderhandelingen, gevoerd onder auspiciën van de Contactgroep, te aanvaarden.

De Kosovaarse delegatie van haar kant heeft, nadat zij donderdagavond het vredesakkoord had getekend, verklaard de veiligheid van het Kosovaarse volk nu in handen van de NAVO te hebben gelegd.

Met hun handtekening hadden zij immers ingestemd met de legering van een internationale vredesmacht in Kosovo en met het ontwapenen van de strijders van het UÇK. De betekenis van die handtekening zal echter onder druk staan zolang de Serviërs in Kosovo vrij spel hebben. De tijd dringt voor de NAVO.

DE ONDERHANDELINGSTACTIEK van de Conctactgroep heeft de NAVO vastgezet in een double bind. Om de Serviërs onder druk te houden en het dreigement van bombardementen geloofwaardig te doen zijn, moesten de Kosovaren worden overreed hun handtekening te zetten. Maar nu die handtekening is gezet, heeft de NAVO geen manoeuvreerruimte meer. Als de Serviërs volharden in hun afwijzing van het vredesakkoord, zal de NAVO moeten aanvallen op straffe ervan beschuldigd te worden de Kosovaren aan het Servische geweld over te leveren.

De terugtrekking van de internationale waarnemers uit Kosovo is onder de gegeven omstandigheden logisch en kan als een extra waarschuwing aan Belgrado worden uitgelegd dat het nu menens is. Maar tegelijkertijd berooft het vertrek de bevolking van haar laatste houvast, hoe wankel dat ook in de praktijk bleek te zijn.

Met het massale Servische offensief van deze week is een einde gekomen aan het bestand dat de Amerikaanse onderhandelaar Holbrooke in de herfst van het vorig jaar sloot met de Joegoslavische president Miloševic. Als uitvloeisel van dat bestand werd de Servische hoofdmacht uit Kosovo weggehaald. Toezicht op de naleving werd opgedragen aan de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die honderden waarnemers in het gebied stationeerde.

Al spoedig werd duidelijk dat die waanemers bloedige incidenten niet konden voorkomen, maar hun aanwezigheid, samen met de door de internationale gemeenschap verleende humanitaire hulp, bood de bevolking toch enige zekerheid. Het Servische offensief en de mislukking van het Parijse vredesoverleg hebben intussen korte metten gemaakt met alle hooggespannen verwachtingen.