`Ik ben afgestraft voor mijn kritische instelling'

Het langst dienende lid van het openbaar ministerie, advocaat-generaal A.G. Korvinus, stapt op na een carrière van dertig jaar. De reorganisatie van het OM neemt zo'n verontrustende vorm aan dat ze om principiële redenen vertrekt. `Ben ik nou zo'n zonderlinge dogmatische idioot?' Een afscheidsinterview tegen wil en dank.

Keer op keer heeft ze in wisselende bewoordingen haar principiële bezwaren nauwgezet, nuchter geformuleerd. Pas aan het eind van een urenlang gesprek wordt ze emotioneel. ,,Waarom laten ze mij zo maar gaan'', roept advocaat-generaal Anna Gerardina (Dien) Korvinus (59). ,,Ik word nu afgeschilderd als iemand die het feestje van de reorganisatie van het openbaar ministerie verstoort. Maar dat wil ik helemaal niet! Er is een verstarring bij justitie waardoor er geen ruimte meer is dominante machtsstandpunten ter discussie te stellen. Er wordt voetstoots geaccepteerd dat een ervaren professional zo maar weggaat bij het openbaar ministerie. Niemand gaat in op mijn bezwaren.''

Korvinus zit in de woonkamer van het huis waar haar moeder vorig jaar is overleden. Pantiningsih luidt de spreuk op het houten bord aan de gevel van de woning in Soest. Het is Javaans en betekent zoveel als `huis waar liefde hoort te heersen'. Maar hier domineren verdriet en onbegrip. ,,Het grijpt mij aan'', zegt ze.

Na een OM-loopbaan van bijna dertig jaar – als officier van justitie bij de Rotterdamse rechtbank en sinds 1980 als advocaat-generaal bij het Amsterdamse gerechtshof – heeft Korvinus besloten dat ze niet langer in volle overtuiging lid kan zijn van de staande magistratuur. Het langst dienende lid van het 450 leden tellende korps van officieren van justitie heeft ontslag genomen. ,,En die stap heeft mij ontzettend veel verdriet gedaan'', verzekert ze ten overvloede.

Maar er was geen keus. Het wetsvoorstel dat de reorganisatie van het openbaar ministerie regelt – dat later deze maand door de Eerste Kamer wordt behandeld – maakt van haar club een door een college van vier procureurs-generaal strak geleide organisatie. De oude structuur van vijf onafhankelijke rechtsgebieden – ressorten – die redelijk autonoom justitieel beleid voerden, moet wijken voor een centraal vanuit Den Haag aangestuurd apparaat van aanklagers.

Onafhankelijke magistraten die ,,zich oriënteren op de rechter'' worden in de nieuwe structuur ,,ambtenaren in een efficiënt aangestuurde club''. Een soort super-hoofdinspecteur van politie, vreest Korvinus. En dat allemaal omdat het OM bedrijfsmatiger moet gaan denken.

,,Straks ben je primair een uitzendkracht van de organisatie OM. En pas in de tweede plaats magistraat. De nieuwe structuur van het OM maakt de organisatie geschikt om vanuit het landelijk centraal bestuur naar beneden te dicteren wat iedereen moet doen en nalaten. Er is te weinig balance of power in dat machtsapparaat. Dat is griezelig.''

Een ,,opgewekte zendeling'' was haar vader. Hij werkte op Java waar Korvinus in 1939 werd geboren. Zes kinderen zou het gezin tellen, onder wie de tien jaar jongere broer Kees – gerenommeerd strafpleiter in Amsterdam – en de zestien jaar jongere Henk, vice-president van de rechtbank in Rotterdam.

De kleuterjaren – van haar tweede tot haar zesde – bracht ze met twee zusjes en haar moeder door in een Japans interneringskamp op Midden-Java. Ze zat er vast in een oud klooster. Het gebouw was ingericht voor driehonderd nonnen maar in de loop van de oorlog zouden er 3.000 vrouwen worden geïnterneerd.

Ze herinnert zich nog ,,de angstige sfeer''. Als de Jappen op het heetst van de dag appèl hielden dan moesten de gedetineerde vrouwen in het Japans tot tien tellen en steeds buigen. ,,Ik kan dat nog'', zegt ze en levert desgevraagd, gegeneerd lacherig, het bewijs. ,,Iet, mie, sam, si...'', klinkt het, of zoiets.

,,Grapjes waren in die tijd verboden, anders kwam je moeder in gevaar. Het was menens'', weet ze nog. Rekenen en schrijven leerde je met een stokje. In het zand. Pas in november 1945 werden de vrouwen Korvinus herenigd met het gezinshoofd dat tijdens de oorlog elders in de Indonesische archipel – ook geïnterneerd – jeugdwerk deed in een jongenskamp.

Aan boord van het SS Willem Ruys reisde ze op haar dertiende naar Nederland. Een medepassagiere was lerares klassieke talen. Dien mocht niet spelen maar werd bijgespijkerd in het Latijn zodat ze in Haarlem naar de derde klas van het gymnasium kon. Ze woonde bij een pleeggezin omdat vader en moeder al snel het zendelingswerk in Indonesië hervatten.

In Amsterdam studeerde ze medicijnen – een dochter van een zendeling heeft al snel een roeping als tropenarts – maar dat werd te duur. Na een jaar stapte ze over naar de rechtenstudie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het betekende het begin van een hartstochtelijke relatie met de juridische professie.

Ze begon als advocate in Rotterdam. ,,Best wel een dapper besluit'', zegt ze. Want vrouwen waren in dit milieu in die dagen dun gezaaid. Dan moest ze ter kennismaking langs bij andere kantoren en dan lieten ze Korvinus op tien meter afstand plaatsnemen en heette het: ,,meiske wat kom je hier doen?'' Dan zei ze: ,,Ik kom hier werken meneer''.

Ook voor de cliënten, bijna altijd mannen, was zo'n jonge vrouwelijke rechtsbijstandverlener een eigenaardige gewaarwording. Als Korvinus het Huis van Bewaring betrad om een verdachte te bezoeken, werd er omgeroepen: vrouwelijke advocaat op weg naar cliënt. Dan stond iedereen aan de reling te kijken hoe Korvinus onder begeleiding naar een cel werd gebracht. ,,En dan kwam ik bij een man die vastzat wegens poging tot diefstal, zo'n oude rot in het tegen de lamp lopen, en dan zei die: `Nou mevrouw de advocate, dan moet je bij die rechter met de vuist op tafel slaan en zeggen: Meneer de Rechter, het was maar een poging. En een met vrijwillige terugtred'.''

Dat waren nog eens tijden. Korvinus heeft als curator nog een tijdje een café gerund in de Zwarte Paardenstraat. Een paar keer per week stond ze daar de kas door te nemen. ,,Ik deed telkens maar alsof het vanzelfsprekend was.'' Wat kon je anders?

Toen ze in 1969 bij het Rotterdamse openbaar ministerie ging werken, was ze de eerste Nederlandse vrouwelijke officier van justitie. Er waren in het noorden nog twee vrouwelijke aanklagers, afkomstig van de rijkspolitie, maar die deden alleen jeugdzaken. ,,Ik werd op het parket als een insect bekeken'', vertelt Korvinus.

De Rotterdamse hoofdofficier P. van der Hoeven begroette Korvinus zuchtend. Wat moet ik met een vrouw in dit mannenbolwerk? ,,Er was een sfeer van sterke mannen op jacht naar criminelen en daar hoort geen vrouw bij. Een machosfeer. Van der Hoeven vond mijn aanstelling maar nieuwlichterij van het departement. Waarop ik zei: `Als u het met mij probeert dan probeer ik het met u'. Toen schoot hij sportief in de lach.''

Korvinus wist al snel respect af te dwingen. Ze dronk met collega's gewoon jenever in het café en beheerste haar zaken als geen ander. Dossiers kende ze uit haar hoofd. ,,Ze is een instituut'', zegt de landelijk woordvoerder van het OM, J. Simonis.

Verdachten in alle soorten en maten heeft ze de afgelopen dertig jaar aan zich voorbij zien trekken. Het hoogtepunt was twee jaar geleden toen ze de strafzaak van Johan V., beter bekend als hasjhandelaar De Hakkelaar, in hoger beroep moest behandelen.

Die strafzaak was bij de rechtbank, mede door agressieve public relations van het OM, in eerste aanleg uitgemond in een justitieel spektakelstuk: de Staat in gevecht met de grootste vaderlandse drugsbaron aller tijden, de leider van het Octopus-syndicaat, was het beeld dat ontstond.

Korvinus deed het in hoger beroep in de haar kenmerkende sobere stijl. Gewoon saai, juridisch. Het proces kende zelfs een bizar slot. Toen Johan V. door het gerechtshof veroordeeld werd tot 5,5 jaar cel stond hij op en liep naar mevrouw Korvinus. Hij gaf haar een hand en bedankte vriendelijk voor de sportieve, nette wijze waarop ze hem had aangeklaagd.

Die handdruk is nu gek genoeg in hoge mate symbolisch voor het afscheid van Korvinus van het openbaar ministerie. De behandeling van de Hakkelaar-zaak heeft haar aan het denken gezet. Erg concreet wil ze niet worden. De Hakkelaar-zaak is nog in behandeling bij de Hoge Raad en dan past het niet om er in het publiek over te spreken.

,,De Hakkelaar-zaak heeft bij mij de ogen geopend'', zegt Korvinus. ,,De druk werd erg opgevoerd. Er ging een steeds grotere krampachtige sfeer ontstaan die ik in dertig jaar nooit eerder heb meegemaakt. Er was bij het OM grote beduchtheid. Zo van: als de organisatie OM maar ongeschonden over het voetlicht komt. Ik voelde dat het mij niet in dank zou worden afgenomen als ik eerder door het OM bij de rechtbank ingenomen standpunten wilde bijstellen. Alsof ik geen diener van het recht was als ik een andere opvatting zou uitdragen. Ik probeer toch nog steeds, ook al klinkt het plechtstatig, niet zozeer de organisatie te dienen als wel te zien dat ik een taak heb in het bedienen van het recht.''

Tot groot ongenoegen van de officieren van justitie F. Teeven en M. Witteveen en hun Amsterdamse hoofdofficier van justitie H. Vrakking had Korvinus duidelijke kritiek op haar collega's. Ze hekelde bijvoorbeeld openlijk de wijze waarop tijdens het onderzoek naar Johan V. een deal was gesloten met een kroongetuige. Dat was tegen het zere been.

,,Niemand heeft mij een aanwijzing gegeven dat ik iets niet moest zeggen. Maar ik werd met argwaan bejegend. Alsof je een afvallige bent. Er was iets van ingehouden adem. En dat vind ik getuigen van een krampachtigheid die niet past bij het OM. Dat was vroeger ongekend.''

De Hakkelaar-zaak raakt de kern van het principiële geschil tussen enerzijds Korvinus en anderzijds de top van het OM en de minister van Justitie. De advocaat-generaal vindt dat het OM in hoger beroep ,,objectief en met een frisse blik'' de strafzaak moet beoordelen die bij de rechtbank is behandeld.

,,Het gaat om de herkansingsgedachte: er is sprake van een nieuwe behandeling. Je moet bereid zijn je te laten overtuigen. Het rechterlijk oordeel en de argumenten van het vonnis van de rechtbank kunnen het OM in hoger beroep toch op andere gedachten brengen? Je moet niet verstard, coûte que coûte, doorgaan op de ingeslagen weg.

,,Hoger beroep geldt niet alleen voor de nieuwe rechters. Het OM is niet puur een instituut voor criminaliteitsbestrijding. Het OM is ook een onderdeel van de rechterlijke macht met een bijzondere taak ten opzichte van de rechter. En ook al kan het afbreuk doen aan de gedachte van een één en ondeelbaar OM – je mag je broeders en zusters in het OM niet afvallen – het kan soms nodig zijn. De vraag is dan: wat is belangrijker: de organisatie of een juridisch correcte afweging?''

Toen Korvinus op een discussiedag van het OM, in september 1995, aandacht vroeg voor dit punt werd ze naar eigen zeggen door de voorzitter afgehamerd. Super-PG A. Docters van Leeuwen zei dat deze kwestie al was afgekaart. Het OM wordt landelijk aangestuurd en voor een zelfstandige rol van de ressortelijke parketten is in hoger beroep geen plaats meer.

,,Voor mijn kritische opmerkingen heb ik een hoge tol betaald. Toen begon de etikettering. Ik zou onvoldoende elan hebben voor de reorganisatie. Onzin, ik zie heus wel het belang in van beter management en bedrijfsvoering, maar het wordt te eenzijdig. Er wordt te veel aan de buitenkant gesleuteld. Verbetering van systemen, meer geld voor public relations en glanzende personeelsbladen. Natuurlijk, de etalage moet er goed uitzien maar er blijft onvoldoende waardering voor het echte professionele werk. Justitie geeft er geen blijk van dat de reorganisatie echt de verbetering van de rechtspraak beoogt.''

Korvinus is ervan overtuigd dat haar principiële opmerkingen haar sollicitatie naar de functie van plaatsvervangend PG in Amsterdam – een functie die ze al waarnam – hebben gedwarsboomd. Ze had die functie graag tot haar 65ste willen uitvoeren. ,,Ik ben afgestraft voor mijn kritische instelling. Maar ik wil heel sportief zijn: ik vind dat Egbert Myjer (die nu PG in Amsterdam is geworden, mh) het heel goed doet.''

En dat is trouwens ook iets dat Korvinus dwars zit. De ,,volgzaamheid'' van haar collega's. ,,Ik heb gekeken of mijn gedachtegang landelijk breed gedragen wordt. Ik ben er zo goed als zeker van dat dit het geval is maar bijna niemand meer durft het te zeggen. Natuurlijk moet het niet pure individuele eigenwijsheid worden van een officier van justitie. Maar mijn opvattingen worden breed gedragen. Zij het stilzwijgend, en dat is een veeg teken.''

Het OM is het OM niet meer. Neem nu de manier waarop de in 1995 aangetreden super-PG Docters van Leeuwen binnen het OM werd aanbeden als de Grote Roerganger. ,,Ik ben absoluut niet het type dat graag een grote leider naloopt. Dat zegt mij niks. Docters wist mensen aan zich te binden en was een groot voorbeeld. Ik vond het alleen vreemd dat men zo persoonsverheerlijkend met hem wegliep. In wezen zegt dat meer over de omgeving dan over de betrokkene zelf. Het was ook zo gek dat vorig jaar iedereen riep: hoe moet het nu met de reorganisatie nu Docters weg is? Dan denk ik ja, als er na drie jaar nog geen draagvlak is voor de reorganisatie.... Dat kan toch niet afhangen van één figuur?''

Korvinus mag dan zeggen dat haar mening breed gedragen wordt, er zijn ook collega's die haar bezwaren wegwuiven. Ze is te principieel. Het OM is een club van nette, zelfstandig denkende mensen. Die laten zich heus niet ringeloren door een vierkoppig centraal college, voeren haar tegenstanders aan.

,,Er wordt mij wat al te gemakkelijk gezegd dat ik een academisch standpunt inneem. Het gaat om de structuur. Als de tijden veranderen is dat gevaarlijk. Je ziet nu in Oostenrijk de opkomst van extreem rechts. Niemand kan voorspellen of dat niet hier ook een keer gebeurt. Je hebt straks panklaar een structuur van het OM die in één klap in een bepaalde richting kan optreden.

,,In een extreem geval kan de voorzitter van het college alles bepalen. De disciplinaire kant en de benoemingen zitten ook bij het college van PG's. Dan kan iedereen wel zeggen: zolang meneer Ficq of Blok PG is gebeurt dat niet, maar wie garandeert mij dat er over tien jaar geen andere figuren zitten? Daarom moet ik nu aan de bel trekken.

,,Het college kan afdwingen wat een officier van justitie moet zeggen. Dat risico zit er in. De top van het OM wordt er ook op aangesproken als een officier iets eigens doet. Als een minister pertinent een veroordeling wil dan kan hij via de hiërarchische structuur in één klap, niemand zal het zien, zeggen tegen de voorzitter: `wil jij dit in je apparaat uitzetten?' En dan kraait er geen haan naar.''

Het openbaar ministerie wordt een veroordelingsmachine? Neen, dat gaat Korvinus net te ver. Hoewel: ,,De mogelijkheid is er wel. Het OM is via het bedrijfsmatige, organisatorische denken wel steeds meer gaan denken: een veroordeling is pas een produkt. Maar een vrijspraak kan ook een produkt zijn. Het gaat toch om een deugdelijk rechterlijk oordeel, zou ik denken.''

Hoe dun ook, de hoop van Korvinus is nu gevestigd op de leden van de senaat. ,,Het punt is zo wezenlijk dat de Eerste Kamer nog eens naar deze kwestie zou moeten kijken. Het is voor geen enkele organisatie goed als er te veel macht in een oligarchie wordt ondergebracht.''

Het heeft er alle schijn van dat advocaat-generaal Korvinus een eenzaam achterhoedegevecht voert. Op 30 november 1998 schreef ze een brief aan excellentie Korthals waarin ze haar ontslag aankondigde. Er bestaat ,,onvoldoende garantie voor het behoud van de juridische integriteit van de OM-bijdrage in hoger beroep'', schreef ze. En ze wees erop dat straks ,,een machtsfactor een rechtsnotie kan overvleugelen''.

Op haar aanbod de kwestie persoonlijk ten departemente te komen toelichten, werd niet ingegaan. Minister Korthals schreef dat ,,de noodzaak van de reorganisatie overduidelijk is aangetoond''. Nader wilde hij er niet op ingaan. De minister vond het wel jammer dat Korvinus wegging ,,net nu de kwaliteit wordt verbeterd''. Op een nader schrijven van Korvinus heeft Korthals helemaal niet meer gereageerd.

Niemand wil meer nadenken, constateert Korvinus mismoedig. ,,Het zetten van deze stap heeft mij ontzettend veel verdriet gedaan. Ik heb natuurlijk ook gedacht: ben ik nou zo'n zonderlinge dogmatische idioot dat ik zo'n hoge prijs betaal voor zoiets? Kun je niet wat veren laten en gemakkelijker leven? Maar aan de andere kant heb ik ook een historisch besef en denk ik: dit is een hartstikke belangrijke fase voor het openbaar ministerie.''