HOMO SAPIENS IS AL 200.000 JAAR VERDEELD IN TWEE GROEPEN

Het lijkt erop dat al 200.000 jaar geleden de mens verdeeld was in een Afrikaanse bevolking en een niet-Afrikaanse. Dit betekent dat de ontwikkeling van vroeg-moderne mens (Homo sapiens) tot de huidige moderne mens (Homo sapiens sapiens c.q. Cro Magnon-mens) in gescheiden populaties tegelijkertijd heeft plaatsgevonden. Dit concluderen twee genetici van de Rutgers Universiteit in New Jersey uit analyses van mutaties in het PDHA1-gen bij in totaal 35 mannen uit Azië, Europa en Afrika, een normaal aantal voor dit soort onderzoek (Proceedings of the national academy of Sciences, 16 maart).

Deze conclusie gaat in tegen een dominante opvatting dat Homo sapiens sapiens pas in een vrijwel `voltooide' vorm Afrika heeft verlaten, rond 100.000 jaar geleden. Tot nu toe werd deze theorie redelijk stevig ondersteund door archeologische vondsten en door analyses van mitrochondriaal DNA en DNA op niet-geslachtschromosomen. Het PDHA1-gen is gelegen op het X-chromosoom. De allelen van het PDHA1-gen zijn bij de zestien onderzochte Afrikanen zeer gevarieerd, terwijl die variaties juist geen van alle voorkomen bij de onderzochte Europeanen (6) en Aziaten (13). De laatste twee groepen verschillen onderling juist weer vrijwel niet. Het verschil tussen Afrikanen en niet-Afrikanen in dit gen is zeer groot, normaal zijn in het kern-DNA geen grote verschillen tussen de verschillende volkeren op aarde te vinden.

De oudst bekende Homo sapiens sapiens-fossielen zijn ongeveer 130.000 jaar oud, en stammen alle uit Afrika. Volgens de berekeningen van Harris en Hey bestaat er dan al een belangrijke scheiding tussen de Afrikaanse en niet-Afrikaanse populaties. De overgang van de vroege Homo sapiens naar de `echte' moderne Homo sapiens sapiens vond dus plaats in geografisch gescheiden gebieden. Harris en Hey benadrukken dat dit niet betekent dat deze laatste stap in de menselijke evolutie in de verschillende gebieden volkomen onafhankelijk was. Juist omdat de typisch sapiens sapiens-kenmerken kennelijk belangrijk waren voor het overleven van de soort, kan een kleine uitwisseling van genenmateriaal (oftewel slechts een paar vrouwen of mannen) al voldoende zijn om de benodigde kenmerken in een verder afgescheiden populatie te verspreiden. Of de scheiding tussen de twee groepen tot stand kwam doordat een kleine groep vroeg-modernen Afrika verliet of dat deze stichters van de niet-Afrikaanse groepen eerst nog een tijdlang in Afrika bleven, afgescheiden van de rest, is overigens niet uit genetische analyse af te leiden.

(Hendrik Spiering)