Grijze gebieden

Klassieke vraag: heeft de pers macht? Johannes van Dam, de restaurant-recensent van Het Parool, is wezen eten bij Ali, een Koerd bij mij om de hoek. Ali heeft een goede Italiaanse keuken, aardig personeel en in de zomer kun je er riant buiten zitten met je bordje pasta. Echt druk was het er zelden, er aten voornamelijk buurtbewoners, maar sinds het restaurant door Van Dam als goed en goedkoop is aangeprezen, is het avond aan avond afgeladen vol. Even binnenlopen om snel iets mee te nemen, is er niet meer bij. Je komt niet eens aan de beurt.

Zo'n Van Dam weet wat het effect is van zijn lovende stukjes. Ali vertelde me dat de keurmeester van Het Parool hem – nog voor publicatie van de recensie – had gebeld met de geheimzinnige mededeling dat hij het binnenkort erg druk zou krijgen.

Heel wat restauranthouders in Amsterdam zouden bij wijze van spreken een moord doen voor een mooi rapportcijfer in Het Parool. Gelukkig is het bekend dat de journalistieke beroepsproever volkomen integer te werk gaat. Toch drukt het geval-Ali me weer eens met de neus op de verleiding waar journalisten soms aan bloot kunnen staan. Denk maar aan de redacteuren van autopagina's, toeristische bijlagen, consumentenrubrieken enz.

,,Accepteer nooit cadeaus op persconferenties, zelfs geen ballpoints, blocnootjes of fraai uitgevoerde mappen'', kregen leerling-journalisten bij Het Vrije Volk vroeger ingepeperd, en hoewel dat misschien een beetje overdreven was, lijkt het me nog altijd een redelijk veilig uitgangspunt. Van Dam betaalt altijd de rekening als hij ergens heeft gegeten. Ik vind het normaal als recensent een recensie-exemplaar van de uitgever toegestuurd te krijgen. Maar er is altijd een grijs gebied.

Lang geleden interviewde ik de inmiddels overleden uitgever Rob van Gennep over zijn fonds vertaalde Oost-Europese boeken. Hij had voor die gelegenheid een prachtige uitstalling gemaakt van recent verschenen boeken en toen we klaar waren kreeg ik een stapeltje mee. Pas toen ik het interview aan het uitwerken was, realiseerde ik me dat ik dit cadeautje vriendelijk doch beslist had moeten afslaan. Niet dat Van Gennep kwade bedoelingen had, of dat ik ook maar een seconde heb gedacht `voor wat hoort wat', maar je moet als journalist gewoon nooit iets aannemen.

Vriendjespolitiek, corruptie, fraude of belangenverstrengeling komen in de beste kringen voor. Anton Geesink – worstelend met zijn zelfreinigend vermogen – klaagde donderdag voor de televisie dat het ,,zo moeilijk is om nee te zeggen''. Het is niet moeilijk om regelrechte pogingen tot omkoping te weerstaan, maar in het grijze gebied raken mensen de weg kwijt. ,,In het grijze gebied'', vertelde de functionaris die in 1992 de Olympische Spelen naar Amsterdam moest proberen te halen, ,,was genoeg ruimte om aan de gang te gaan met de meest vreemde verzoeken van IOC-leden''. Deze functionaris, Gidy Marijnen, onthulde in een gesprek met de Volkskrant dat Amsterdam zelfs ,,uitermate actief'' was in het grijze gebied, waarin ,,persoonlijke en zakelijke belangen voortdurend door elkaar liepen''.

Het kan toeval zijn, maar diezelfde dag wemelde het nieuws van verhalen over vriendjespolitiek en corruptie. Dit verschijnsel lijkt nog sneller om zich heen te grijpen dan de veteranenziekte. We beleefden echt de week van de corruptie: de halfhartige schoonmaak bij het IOC, de wegens wanbeheer en fraudeschandalen afgetreden Europese Commissie, Allan Boesak die vierhonderduizend gulden aan hulpgeld in eigen zak stak, de Franse president Chirac die als burgemeester van Parijs tientallen vriendjes aan ,,fictieve banen'' hielp.

Al deze geruchtmakende affaires liggen relatief duidelijk. Omkoping en belangenverstrengeling kun je niet echt in het `grijze gebied' situeren, ze horen thuis in het inktzwarte gebied van de witteboordencriminaliteit. Maar er zijn ook, laat ik zeggen, heel lichtgrijze gebieden, waar mensen op volkomen legitieme wijze hun voordeel doen met hun positie, publieke status of bekendheid. Een voorbeeld zijn de extraatjes die televisiesterren incasseren voor optredens bij bedrijven en instellingen. Het zakenblad Quote publiceerde vorige maand de tarieven die tv-beroemdheden per dagdeel bedingen als ze op verzoek van het bedrijfsleven een forumpje voorzitten. Witteman vraagt 12.500 gulden, Sonja Barend 10.000, Victor Deconinck 9.500, Hanneke Groenteman 8.500, Ton Egbers 7.500. Marcel van Dam spant volgens Quote de kroon met 15.000 gulden per dagdeel.

Geen misverstand: met corruptie heeft dit niets te maken. De honoraria drukken gewoon de marktwaarde uit van publieke bekendheid. Als televisiepersoonlijkheden die marktwaarde verzilveren, doen zij natuurlijk niets wat niet door de beugel kan. Het zij hun gegund. Toch betreden zij zo ongemerkt een min of meer grijs gebied. De beloning voor een middagje presenteren staat namelijk niet in verhouding tot de geleverde prestatie, maar slechts tot de naamsbekendheid van de betrokkenen. Ik vraag me af of journalisten hun onafhankelijkheid niet op het spel zetten, als zij zich voor dergelijke fancy bedragen laten inhuren door instellingen die zij tegelijkertijd geacht worden kritisch te volgen. Voor hun eigenlijke (top)prestaties worden zij betaald door de omroepen die hun vedetten terecht ruimhartig belonen. Een Ivo Niehe verdient bij de TROS een miljoen bruto, alweer volgens Quote.

Omroepmedewerkers die het niet van hun bekendheid moeten hebben, omdat ze achter de schermen werken, voerden deze week actie, niet voor duizenden guldens per dagdeel erbij, maar zes procent salarisverhoging, twee procent meer dan hun werkgever wilde betalen. De acties bij de publieke omroep waren een in mijn ogen heel wat normalere manier om het inkomen bij te spijkeren, dan de exploitatie van dankzij diezelfde omroep opgebouwde beroemdheid.

Een bijkomend voordeel van de acties was trouwens dat ik afgelopen week nooit te laat was voor het Journaal. Het resultaat van de ouderwetse loonstrijd is dat de omroepmedewerkers vijfeneenhalf procent salarisverhoging krijgen. Als de beroemdheden hun status en macht nu eens hadden ingezet om hun minder bedeelde collega's te steunen, hadden ze er ongetwijfeld meer uitgesleept. Johannes van Dam, voor wie ik een zwak heb omdat hij tenminste eet voor zijn brood, had zich vanuit de dagbladsector eveneens solidair kunnen verklaren. Hij had bijvoorbeeld eventjes in hongerstaking kunnen gaan.