Europa kan niet zonder grondwet

Eerst het goede nieuws: de Europese Unie leert wat democratie inhoudt. Soms is dat aftreden. Bijvoorbeeld het aftreden van Jacques Santer, de voorzitter van de Europese Commissie in Brussel. Hij werd, na een reeks schandalen en onbeholpen pogingen om met een schone lei te beginnen, meteen gevolgd door de hele leiding van het centrale bestuursorgaan van de Europese Unie. Twintig commissarissen in één klap. Mooi zo, zeggen miljoenen EU-burgers. Ook het parlement in Straatsburg was Santers treurige figuur allang zat.

Dan het slechte nieuws: Santer en zijn team zijn om de verkeerde reden afgetreden. Zij treden niet af omdat zij massaal schuldig zouden zijn bevonden aan corruptie en nepotisme.

Integendeel, dat kan alleen gezegd worden van de notoire intrigante Edith Cresson – het Comité van onafhankelijke deskundigen laat geen twijfel bestaan aan de vriendjespolitiek van de arrogante Française.

Nee, de commissarissen zijn gestruikeld over een onjuist oordeel, want voor de algemene verdenking van de `vijf wijzen', als zou nergens in de Europese bestuurstop nog iemand te vinden zijn ,,die zich ook maar een beetje verantwoordelijk voelt'', blijken na lezing van hun rapport geen bewijzen voorhanden. Maar Santer, volgens Helmut Kohl de `beste Jacques' van Europa, had nu eenmaal gezworen aan iedere aanbeveling van de experts gevolg te zullen geven. En dus: allemaal samen opgestapt. Zo bezien is Europa's tot dusverre ernstigste institutionele crisis een bedrijfsongeval.

En ten slotte het ergste nieuws uit Brussel. Schandalen en het aftreden belemmeren het zicht op het fundamentele dilemma waarin de integratie van dit werelddeel – na de euro en voor de uitbreiding naar het oosten – verstrikt is geraakt. Er was niet veel voor nodig om zich klem te zetten: een al te brave Commissievoorzitter, die zijn bestuursapparaat onverhoeds in een impasse manoeuvreert, en een onrijp, want pas halfvoltooid parlement, dat zichzelf en zijn macht uitprobeert. En vijftien nationale regeringen, die als ramptoeristen bij een snelwegongeluk met de armen over elkaar staan te kijken hoe de Brusselse organen op elkaar geknald zijn. Terwijl zij zelf – via het EU-verdrag – de verkeersregels hebben opgesteld waardoor nu het ene ongeval na het andere plaatsvindt. Om van de files nog maar te zwijgen.

Neem nou die Commissie. Dat tweeslachtige creatuur – het ene moment wetgever, het volgende moment uitvoerende macht – wordt verpletterd onder steeds maar nieuwe taken, die het parlement en de ministerraad het zo nu en dan toewijzen. Maar beide weigeren eenstemmig het benodigde personeel te verschaffen. De Commissie wordt overbelast en mikt zelf ook te hoog: ze wil een bureaucratie zijn die creatief programma's voor de Europese vooruitgang ontwerpt. En tegelijkertijd een behoedster van het heilige gemeenschapsrecht, die zich – opgepast, subsidiariteit – niet al te zeer in de zogenaamd interne aangelegenheden van zijn lidstaten mengen mag.

Tegenover de Commissie staat een Parlement dat in geen van de vijftien hoofdsteden voor vol wordt aangezien. De regeringen regelen bijna de helft van de EU-uitgaven – het landbouwbudget namelijk – liefst zonder rekening te houden met die hoge instantie. Aldus van hun verantwoordelijkheden ontheven, maken in Straatsburg vele ijverige afgevaardigden zich druk zonder zich om enige orde te bekommeren. Als zij al ergens rekening mee houden, dan zijn het nationale en geen fractiebelangen. Een microkosmos die maar al te vaak chaos voortbrengt.

Sceptici als Edmund Stoiber hebben zonder meer gelijk in hun diagnose van de toestanden in Europa, wanneer zij de EU betichten van een gebrek aan democratie en toezicht. Helaas hebben zij geen therapie te bieden. Oplossingen zijn, wat de euro, de uitbreiding naar het oosten en de mondialisering betreft, niet te vinden in een terugkeer naar provincialisme, maar alleen in plannen voor de verbouwing en voltooiing van het Europese huis. Bij Joschka Fischer bijvoorbeeld, of bij Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Commissie.

Deze Fransman heeft enkele maanden geleden het idee gepresenteerd om bij de Europese verkiezingen de bevolking de volgende voorzitter van de Commissie te laten kiezen. Schröder, Blair & co. voelden daar niet voor. Zij, de almachtigen in de EU, wilden die benoeming liever onder elkaar bekokstoven. Precies zoals vijf jaar geleden Kohl, Mitterrand en Major hebben gedaan, die toen precies de man uitzochten die nu na een pak rammel in Luxemburg met de VUT gaat. Nóg een Santer kan Europa zich echt niet permitteren.

Maar zelfs een nieuwe Delors zou de Unie niet uit haar structurele crisis kunnen verlossen. Dat heeft de Duitse minister van Buitenlandse Zaken tenminste begrepen. Joschka Fischer heeft naar aanleiding van de miserabele toestand van de EU opgeroepen tot een debat over een Europese constitutie: voor minder zijn een nette scheiding van de machten, meer democratie en ten slotte meer sympathie van de burgers voor hun Europa niet te krijgen.

De Unie zit in een van de ernstigste crises uit haar geschiedenis. Nu is er meer nodig dan dat Gerhard Schröder een paar scherven lijmt. Meer dan onder wat kwalijke corruptie lijdt Europa onder zijn miserabele constitutie.

Christian Wernicke is correspondent in Brussel voor Die Zeit.

© Die Zeit