Eigenzinnig

Het mooie van Cees Buddingh's haiku is dat hij zich voor zo veel variaties leent; multifunctioneel is, zeggen we in deze tijd. De oorspronkelijke luidt: `De zon gaat op, de zon gaat onder, langzaam telt de oude boer zijn kloten.' Telkens weer moet ik erom lachen en tegelijkertijd dieper nadenken. In de eerste plaats zijn het evocatieve regels. Ze roepen een Chinees landschap op, een eindeloze akker zoals we die uit de film kennen. Op de grens van voorgrond en onmetelijkheid staat de oude boer – met zijn rug naar ons toe of ons aankijkend? Dat maakt geen verschil meer. In zijn houding heeft zich de absolute relativiteit gevestigd.

Buddingh' leert de lezer waarmee de oude boer bezig is. Natuurlijk! denk je. Waarmee anders. Hij bevestigt zichzelf op de allereenvoudigste wijze in zijn hier-zijn (om met Heidegger te spreken). Iets anders staat voor hem niet meer op de agenda. In deze bevestiging van het hier-zijn (of het nog-hier-zijn) vervaagt zelfs het verschil tussen dag en nacht. Het door Buddingh' opgeroepen beeld spoort aan tot het diepste denken. Het is geen wonder dat hij deze regels heeft geschreven in de jaren dat het existentialisme onder kunstenaars en intellectuelen de dienst uitmaakte.

De haiku beschrijft een wijze van waarneming: hoe een sneller verlopende vergankelijkheid uit het `stand'punt van een tragere wijze van vergaan wordt waargenomen. Vergelijk het met die twee treinen tussen Leiden en Den Haag. Ze vertrekken op hetzelfde ogenblik, het is alsof ze met dezelfde snelheid rijden, maar langzaam, onverzettelijk haalt de linkertrein die van rechts in. Je kijkt in de wegschuivende coupés, naar mensen die je na deze paar ogenblikken waarschijnlijk nooit meer zult zien. Daarin ligt de multifunctionaliteit van de haiku. Het woord verschijnt, het woord verdwijnt, langzaam telt de oude columnist, enzovoort, enzovoort. Het woord komt op en gaat weer onder en op den duur rest de columnist niets anders dan een voorbeeld te nemen aan de boer van Buddingh'.

Zover is het bij mij nog niet. Deze overwegingen dienen ter inleiding. Het gaat om een woord dat al heel lang bestaat, een sluimerend bestaan heeft geleid en nu een nieuwe opkomst beleeft: eigenzinnig. Van Dale, twaalfde druk brengt het onder in het lemma eigenwillig en komt dan tot: `zijn eigen zin, wil volgend (m.n.tegen de waarschuwingen van anderen in): een eigenzinnige jongen.' Dat klinkt neutraal, met een zweem naar het negatieve. Een: `Doe toch verstandig! Gebruik je hersens,' enz. In deze waarschuwende context wordt bijna niet meer gebruikt. Het betekeniswoordenboek der Nederlandse taal, Het juiste woord van Dr. L. Brouwers, bewerkt door Dr. F. Claes (dikwijls het raadplegen waard) verwijst naar drie pagina's woorden en uitdrukkingen met verwante betekenis. Ik noem: brallen, protsen, pronken, wind maken, veel kak op zijn lijf hebben, eigen roem stinkt, als apen hoog klimmen ziet men hun blote billen. Als Het juiste woord ergens goed voor is, dan om de lezer weer eens te laten weten hoe rijk onze taal is.

Voor het eerste na lange tijd, en nog uitsluitend op de hoogte van de oude betekenis, zag ik een reclame: De eigenzinnige AVRO. Het schijnt een uitstekende omroep te zijn, maar eigenzinnig? Ik kijk bijna nooit naar de televisie en als ik toevallig iets zie, vergeet ik naar de verantwoordelijke omroep te vragen. Het laatste wat ik me van de AVRO herinner, is het bijtijds verbieden van een programma waarin Hans Keller en Hans Gomperts op het punt hadden gestaan Remco Campert een woord te laten zeggen dat niet door de beugel kon. En Paul Vlaanderen. `Hoor ik daar iets, Paul?' `Ik hoor niets, Ina', terwijl het huis in elkaar stort. Blijkbaar is sindsdien de AVRO op het verkeerde pad geraakt, het eigenzinnige pad. Toen las ik over een eigenzinnig zaktelefoontje. Ik ging er op letten. Er is een eigenzinnige auto, er zijn eigenzinnige schrijvers, nog meer eigenzinnigs, en ten slotte in deze krant, de eigenzinnige enquêtecommissie. Eigenzinnig is van negatief volgens Van Dale en Brouwers/Claes in positief veranderd. En daarna is eigenzinnig een reclamewoord geworden.

Wat moeten we ervan denken? Wie zichzelf als eigenzinnig beschouwt en dat aan iedereen laat weten, wil daarmee zeggen dat hij zich door zijn unieke individualiteit onderscheidt. Intussen staat de wereld al stijf van het geïndividualiseer. Daardoor komt het. Na individualiseren komt hyperindividualiseren. Daartoe hoort eigenzinnig. Het is niet meer een eigenschap maar het prijzend bijvoeglijk naamwoord voor een product geworden. Op deze manier is het, om andere voorbeelden te noemen, ook met eerlijk gegaan en met ambachtelijk. Als iemand je nu een eerlijk brood of een ambachtelijk stuk vlees wil verkopen, begin je te twijfelen. Die woorden zijn in neergang. Eigenzinnig is nog in opkomst. Als het zijn zenith heeft bereikt, is de betekenis verdwenen. Ik geef toe: het zijn kleinigheden, ze gaan voorbij, maar ze horen tot de geweldige productie, de output van de alom actieve mondiale vervalsingsindustrie in continubedrijf.

979