Een verdwenen goochelaar

Ben Ali Libi was goochelaar, maar in de Nederlandse amusementsgeschiedenis is de herinnering aan zijn optreden geheel verbleekt. Niemand kent hem meer, en in geen enkel boek over het vooroorlogse vermaak is zijn naam te vinden. Het is alsof hij nooit heeft bestaan.

En toch heb ik de afgelopen veertien jaar regelmatig aan Ben Ali Libi gedacht. Zijn naam staat op een lange lijst van vermoorde joodse artiesten, achterin een boek over het Nederlandse amusement tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat de kleinkunsthistoricus Jacques Klöters en ik in 1985 hebben geschreven. Klöters stelde die lijst samen; in de alfabetische volgorde staat Ben Ali Libi iets voorbij de helft, tussen een andere goochelaar en een danser wier namen nu al even weinig zeggen als de zijne.

Dat zijn naam niettemin meer voor mij ging betekenen dan al die andere, is te danken aan een gedicht dat in 1988 werd geschreven door Willem Wilmink. Het gedicht begint met een verwijzing naar de lijst in het boek. Daarna zegt Wilmink `met verwondering' te hebben gekeken naar de vermelding van Ben Ali Libi, goochelaar, omdat hij die naam nooit eerder was tegengekomen. Vervolgens stelt de dichter zich voor wie deze man geweest zou kunnen zijn, en hoe hij aan zijn eind is gekomen. Ben Ali Libi komt, in de loop van het gedicht, model te staan voor de kleine artiest voor wie in een misdadig regime geen plaats was. Wilmink geeft hem zijn naam terug, in strofen die ontroerend van eenvoud zijn.

Drie jaar geleden stelden George Groot en Ruut Weissman het theaterprogramma Tip Top samen, een liefdevol eerbetoon aan de grote rol van joodse artiesten in de Nederlandse amusementsgeschiedenis. Een van de nummers in dit programma was het gedicht van Wilmink. In het eerste seizoen werd het voorgedragen door Joost Prinsen, in het tweede door Frits Lambrechts. Zo klonk de naam van Ben Ali Libi gedurende twee seizoenen op tijdens bijna honderd voorstellingen.

Na het theatersucces van Tip Top heeft de AVRO er een tv-versie van gemaakt, die vandaag wordt uitgezonden. Ook daarin draagt Lambrechts, zonder enige pathetiek, het gedicht over de goochelaar voor. Hij staat op een rood belicht toneeltje en kijkt recht in de camera.

Intussen zat ik op een middag, een paar maanden geleden, in het Nederlands Theater Instituut in Amsterdam te bladeren in jaargangen van het vooroorlogse artiestenvakblad De Komeet, waarvan de uitgever B. Zuikerberg als laatste op Klöters' lijst van vermoorden stond. Ik zocht iets anders, maar mijn adem stokte in mijn keel toen ik het nummer van 16 maart 1934 opsloeg. Daar stond een foto van een heer in smoking, een typische artiestenfoto zoals men die destijds liet maken. Een charmante pose, een strijklichtje achter het hoofd. En boven die foto stond: Prof. Ben Ali Libi.

Het bijschrift vermeldde dat `bovengenoemde kunstenaar' een bekende plaats innam onder `de manipulatoren, goochelaars en mannen met hun vingervlugge handen die ons land telt', dat hij in werkelijkheid M. Velleman heette, en dat hij dan ook ,,een volbloed Nederlander is, Groninger van geboorte, die sinds vele jaren met succes zijn mysterieus beroep uitoefent''. De rest van de tekst luidde: ,,Zoowel in cabarets, theaters en zalen, maar speciaal voor feesten en partijen presenteert de Prof. zijn werk. Laatstelijk maakte hij nog eene succesvolle tournee door België, waar hij was geëngageerd voor diverse voorstellingen, die werden gearrangeerd door het R.-K. Davidfonds en trad Ben Ali Libi op in Brussel, Luik, Gent en Antwerpen, terwijl hij hier te lande nog kortelings eene soirée opluisterde ten huize van den Kamerheer van H.M. de Koningin.''

Elders in hetzelfde nummer stond ook een advertentie van Prof. Ben Ali Libi, aangeduid als `hum. goochelaar'. Zijn adres: Biesboschstraat 7, Amsterdam-Zuid. `Speciaal programma's voor Openlucht- en Kinderfeesten', aldus de verdere aanbeveling.

De naam op de lijst had een gezicht gekregen.

Ben Ali Libi heeft echt bestaan, en hij vond zijn emplooi doorgaans buiten de grote schijnwerpers, op feesten en partijen. Beroemd is hij nooit geweest, hoogstens bekend op bescheiden schaal. In zijn vak was hij één uit velen. Maar als ik vanavond naar de tv-uitzending van Tip Top kijk, en het gedicht van Willem Wilmink hoor, zal ik weer aan hem denken. Omdat hij ook tijdens de Tweede Wereldoorlog één uit velen was.