Een avondvullende divantherapie

Van de schrijver Bordewijk is de uitspraak dat de mens wordt geleid door krachten waar hij geen greep op heeft. Als Sigmund Freud niet had bestaan, zou je hierin kunnen berusten zonder ongelukkig te hoeven zijn. Wat niet weet, wat niet deert. Maar omdat Freud wel heeft bestaan, en zijn volgelingen altijd gelijk menen te hebben en niet nalaten dat overal op te dringen, is het vrijwel onmogelijk zijn theorieën te negeren. Al was het maar omdat begrippen als Oedipuscomplex, castratieangst en latente homoseksualiteit tegenwoordig door `iedereen' worden gebruikt.

In het begin van het avondvullende programma `De Echo van Freud' legt een historicus de essentie van de Freudiaanse hulpverlening uit: ,,Ik kan jou helpen als jij spreekt en jij kan geholpen worden als ik met jou spreek.'' Die `ik'– de therapeut – is dus almachtig. Hij is onfeilbaar als de paus. En net als de paus is hij Gods plaatsvervanger op aarde. In het Weense fin de siècle met zijn strenge sociale waarden moet de psychoanalyse een verademing zijn geweest voor de gefortuneerde dames die geen aandacht kregen van hun man. Het corset mocht los en alle opgekropte spanningen en frustraties van een mislukt huwelijk konden eindelijk aan iemand worden verteld. Maar nu op televisie mensen hun intiemste problemen aan Paul Witteman opbiechten en etentjes in therapeutische praatgroepen ontaarden, klinkt het wat achterhaald. En of al dat gepraat helpt?

Over de resultaten van de divantherapie verschillen de meningen nog altijd hevig. Karel van het Reve heeft in zijn essay Freud over Dostojevski overtuigend aangetoond hoe onverschillig Freud met de feiten omging. Hij wordt in dit programma dan ook node gemist, al was het maar om de scherpzinnige socioloog Han Israëls bij te staan, de enige tegenstander die door de VPRO wordt opgevoerd. Nadat Israëls heeft benadrukt dat nog altijd niet bewezen is dat de eerste levensjaren van een mens echt zo belangrijk zijn, mogen twee Britse onderzoekers aantonen dat het er bij de dieren heel anders aan toe gaat: een bok die door schapen is opgevoed laat zijn soortgenoten links liggen als het om seks gaat. Conclusie van de gedragswetenschappers: de bok is sterk beïnvloed door zijn pleegmoeder wier evenbeeld hij zoekt voor de bevrediging van zijn geslachtsdrift. Het gaat dus om de moeder en niet om de soort. Maar of dit nu het bewijs van een Oedipuscomplex is?

Geloofwaardiger is de Italiaanse psychoanalyticus Roccini, die 240 politici op de divan heeft behandeld. De meesten droomden dat hun tanden uitvielen, een teken dat ze hun macht zouden verliezen. Zonder tanden kun je tenslotte niet van je afbijten, zou de op latere leeftijd tandenloze doch oppermachtige Freud zeggen. Interessant zijn ook de Franse artsen die op echoscopieën laten zien dat een foetus in de baarmoeder aan zijn piemel zuigt of met haar hand aan haar vagina zit.

Wie de melige dames van `De Freudshow', de kritische geluiden van schrijfster/soapverslaafde/ psychoanalytica Anna Enquist en de filmpjes over `Angst en consument' en `Angst en auto' heeft doorstaan, krijgt tegen twaalf uur een beloning als drie zwarte psychoanalytici uit New York aan het woord komen. Tijdens hun opleiding (,,de psychoanalytische opleiding is een blanke opleiding'') en in hun praktijk zijn zij met heel andere problemen geconfronteerd dan hun blanke vakbroeders. Zo lijden veel van hun patiënten niet aan castratieangst of een Oedipuscomplex, maar aan neuroses die het indirecte gevolg zijn van `onverwerkte' rassendiscriminatie en zich uiten in agressie en criminaliteit. Op de vraag hoe de psychoanalyse zou zijn als Freud zwart was geweest, antwoordt een van hen: ,, He would probably be a lot more compassionate.''

De echo van Freud. Zondag, Ned. 3, 21.15-00.05 uur