DRESSUURDIVA IN VOOR- EN TEGENSPOED

Anky van Grunsven (31) is dit weekeinde bij het onderdeel dressuur van Indoor Brabant in Den Bosch weer de favoriet. ,,Vroeger vond ik het heel eng om daar te rijden. Iedereen die ik kende kwam kijken.'' Over vriendjes, het runnen van een bedrijf en de dood van een paard met bluf.

Wie Sjef Janssen ziet, weet dat Anky van Grunsven dichtbij is. Dat is een ijzeren wet, op hun manege in Erp, ook bij een concours als Indoor Brabant. Janssen is partner en trainer van de dressuurdiva tegelijk. ,,Ik heb vroeger een vriendje gehad dat niks met paarden had, maar dat is heel moeilijk'', zegt Van Grunsven. ,,Als je paardengek bent, is zo'n relatie lastig. Die twee werelden splitsen zich te veel.''

Van Grunsven kent een recenter voorbeeld. De verzorgster van Gestion Bonfire, haar beste paard, vertrok vorig najaar na het wereldkampioenschap in Rome bij de stal waar ze zoveel jaren had gewerkt. ,,Ze had een vriendje en ik denk dat ze daar meer tijd aan wilde besteden. Het is natuurlijk ook hard werken hier, zeven dagen per week. Als je dan met iemand gaat die elk weekend vrij is en jij moet elk weekend werken, dan valt dat niet mee.''

Toch is er voor Van Grunsven meer dan paarden. ,,Ik volg wat er in de wereld gebeurt, lees heel veel, speel golf op z'n tijd, hou van uit eten gaan en veel kletsen, want dat kan ik heel goed.'' De amazone wordt vereenzelvigd met paardensport, maar neemt daar op gezette tijden afstand van. ,,Ik heb meer vrienden buiten de paardensport dan daarbinnen.''

Gisteren stond Van Grunsven in Den Bosch in de schijnwerpers als ruiter van het jaar. Die verkiezing is een eentonige aangelegenheid geworden. Voor de vijfde keer viel de eretitel haar ten deel. ,,Het wordt steeds moeilijker, dus hecht ik er ook veel waarde aan. Elk jaar zie ik wel weer een combinatie waarvan ik denk, `wauw', maar na een jaar of twee zijn ze er niet meer.''

Gestion Bonfire werd vorig jaar gekozen tot paard van het jaar, ook voor de zoveelste keer. ,,Het lijkt allemaal heel mooi, maar ik heb net zoveel tegenslagen. Het grote publiek ziet dat meestal niet.'' Neem de laatste WK in Rome. Daar werd Van Grunsven tot ontsteltenis van de toeschouwers geen wereldkampioene, maar tweede, achter de Duitse Isabell Werth. ,,Dat was niet eens een teleurstelling, omdat het naar mijn gevoel goed was gegaan. Ik was eigenlijk supertevreden.'' Twee van de vijf juryleden dachten er anders over. ,,Het was een paar duizend toeschouwers tegen twee juryleden.''

Heeft ze nooit de neiging juryleden aan te vliegen als ze vindt dat een foute beslissing is genomen, zoals in Rome? ,,Eerst dacht ik altijd, `rijden, en dan komt het vanzelf wel een keer goed'. Toen had ik heel lang gereden en m'n mond dichtgehouden, en elke keer dacht ik, `dat klopt niet'. Twee jaar geleden bij de EK in Verden vond ik dat m'n mond open moest doen. Ik zei dat ik het niet met de beslissing eens was en dat het op die manier niet verder kon. Dat is toen slecht ontvangen. Iedereen vond dat ik m'n mond had moeten houden. Misschien was het verkeerd van me om en public te roepen. In Rome hield ik m'n mond omdat ik dacht dat het duidelijk was. Tegenwoordig kan ik naar de jury stappen als ik een probleem heb. Dat deed ik vroeger nooit. Nu wel, omdat ik daar wijzer van word.''

Vorige week hervatte Van Grunsven de competitie, in Parijs. Vrijdagavond, direct na de wedstrijd, reden Van Grunsven en Janssen naar huis, om de volgende ochtend op de manege te kunnen zijn, om voorbereidingen te treffen voor Indoor Brabant. Een achttal paarden wachtte daar om getraind te worden. ,,Zaterdag en zondag heb ik de hele dag gereden, de was gedaan, de boekhouding, de vrachtwagen en les gegeven.'' Ook het toiletteren van de paarden, zoals manen trekken en opscheren, nam ze voor eigen rekening.

Indoor Brabant is haar `thuisconcours'. ,,Vroeger was dat heel eng. Iedereen die ik kende kwam kijken. `Als het nou maar goed gaat', dacht ik dan. Dat heb ik nu helemaal niet meer.''

Met de 16-jarige Bonfire behaalde Van Grunsven haar grootste successen. ,,Ik rijd acht paarden per dag maar ik krijg nooit een tweede Bonfire. In alles is hij bijzonder; in z'n karakter, z'n lijf, z'n sterk-zijn, blessurevrij blijven.'' Van Grunsven klopt dat af. ,,Ik heb veel goede paarden, maar de een is sneller moe, de ander heeft eerder een blessure of is niet zo intelligent. Ik heb er die net zo goed kunnen worden of beter, maar Bonfire heeft iets dat ik waarschijnlijk nooit meer bij een paard tegenkom.''

Het is te vroeg om te beslissen of Bonfire meegaat naar de Olympische Spelen, over anderhalf jaar in Sydney. ,,Mijn broer zegt, `hij gaat nog mee'. Maar je weet niet of hij zo goed blijft. Het ligt er ook aan hoe de andere paarden zich ontwikkelen.'' Een lange voorbereidingstijd op de Spelen heeft Bonfire niet nodig. ,,Bij hem is het een kwestie van fit en soepel houden.''

Bij de Spelen in Atlanta in 1996 heette Bonfire nog voluit Cameleon Bonfire. Het eerste deel van die naam was afkomstig van de toenmalige sponsor van het paard, een snoepjesfabrikant. Nu luistert de oogappel van Van Grunsven naar de naam Gestion Bonfire, naar een nieuwe sponsor. ,,Thuis noem ik hem gewoon Bonnie.'' Lachend: ,,Bonfire is met iemand getrouwd en diens naam staat ervoor in plaats van erachter, zo moet je het zien.'' Van Grunsven bedenkt het ter plekke en beseft dat Bonfire bezig is aan zijn tweede huwelijk. ,,Mensen scheiden en gaan weer trouwen, waarom dan paarden ook niet?''

Vorige maand verloor Van Grunsven Gestion Cocktail. Het dier kreeg een hartstilstand. ,,Dat was een heel ander paard dan Bonfire, die ik altijd voor de belangrijkste wedstrijden inzet. Cocktail was daar in zijn karakter te wispelturig voor, echt een hengst. Toen ik hem klaarmaakte voor de dressuur riep iedereen, dat is hem en ik dacht ook, `wauw, dat wordt hem'. Maar hij was te vaak afgeleid en niet vast genoeg in zijn prestatie om de dikke concoursen te lopen. Wereldbekerkwalificaties heeft hij er ik weet niet hoeveel gewonnen. Aan de andere kant had hij veel meer dat showelement in zich. Bonfire is heel correct, mooi en lichtvoetig, Cocktail had meer power en bluf. Daar zette ik hem voor in en ik deed veel shows en clinics met hem. Bonfire is beter, maar die moet je naar een toppunt toewerken.''

Een van de mooiste zeges boekte Van Grunsven met Cocktail in Goodwood, in 1992. Een jaar later kreeg de hengst hartritmestoornissen en stond hij maanden op non-actief. ,,Zijn mooiste overwinning kwam daarna, bij Indoor Brabant.''

De stroom reacties na de dood van Cocktail was enorm. Er verscheen zelfs een condoléanceregister op het Internet. ,,Ik vind het heel erg'', zegt Van Grunsven over de dood van Cocktail. ,,Nog steeds. Dat heeft gewoon z'n tijd nodig. En zoveel reacties had ik niet verwacht. Ik was er blij mee omdat blijkt dat hij niet alleen voor mij veel heeft betekend. Maar dat ik brieven kreeg met foto's van Cocktail erbij, maakte het tegelijkertijd heel moeilijk.''

Van Grunsven: ,,Ik ben een paar keer een hond verloren en op een gegeven moment zei ik dat ik geen hond meer hoefde. Ik vind het zo erg als er eentje doodgaat. Maar Sjef heeft er weer één voor me gekocht en dan ga je er toch weer gek mee worden. Met die paarden is het precies zo. Prisco is 25 jaar. Die gaat dadelijk ook een keer. Ik had een pony, die was dertig toen ie doodging. Dat is voor jezelf iets makkelijker. Bij mensen is dat toch ook zo? Als iemand van tachtig doodgaat is dat erg, maar bij iemand van zestien is het een drama. Cocktail stond er nog middenin. Hij zou nu vijftien zijn geworden en dan komt het toch harder aan.

,,Cocktail kreeg die stoornissen doordat ik hem trainde toen hij koorts had, zonder dat ik dat in de gaten had. Die hartstilstand heeft daar niks mee te maken. Dat overkomt gezonde mensen ook. Toch zullen sommigen denken, `als ie zo hard moet dressuren, vraag je er toch om?' In 1993, toen Cocktail hartritmestoornissen kreeg en Bonfire een virusziekte had, kreeg ik een brief, anoniem natuurlijk, waarin stond, `jullie rijden ze kapot'. Maar als je hier op de manege paard bent, heb je een goed leven.''

Van Grunsven is eigenaar of mede-eigenaar van haar paarden. ,,In het begin had ik er veel voordeel van dat mijn vader paarden voor me kocht. Dat ging niet over extreem veel geld. De kosten zitten 'm dan in het onderhouden van de paarden. Dat doe ik vanaf m'n achttiende zelf. Met een sponsor is het nu makkelijker en kan ik meer getalenteerde paarden kopen.''

Van Grunsven runt inmiddels een florerende onderneming. ,,Een stal kost tussen de drie en de vijf ton per jaar. Je hebt je vrachtwagen, personeel, paarden, smid, dierenarts, boekhouder; er komt een heleboel bij kijken. Misschien moet je een keer een nieuw paard kopen; het is heel duur. Als ik een wereldbekerkwalificatiewedstrijd win, verdien ik 8.000 gulden. Dat staat niet in verhouding tot wat het me kost. Het staat ook niet in verhouding tot wat springruiters verdienen, terwijl mijn kosten net zo hoog zijn als die van een springstal. Vroeger begreep ik dat wel. Toen was er weinig publiciteit. Wie had nou interesse voor de dressuur? Dat is niet meer zo: in Den Bosch is de kür uitverkocht. Alle concoursen waar wij rijden zitten vol. Dan gaat het toch goed met die sport en dat komt nog te weinig in de prijzen tot uitdrukking, hoewel het beter is geworden. Het verschil met de belangstelling voor het springen is niet meer zo groot.''

Toch besloot de organisatie van het internationale concours hippique van Rotterdam (CHIO) deze week om dit jaar, in augustus, en in 2000 geen dressuur in het programma op te nemen. De maatregel is genomen omdat er op dat onderdeel verlies werd geleden. ,,Ongelooflijk'', zegt Van Grunsven. ,,Vorig jaar hadden ze nog een extreem vol dressuurprogramma, met ontzettend veel ruiters, nu gaan ze naar nul. Er is ook een tussenweg.''

Financiële klappers maakt Van Grunsven bijvoorbeeld in de finales van de wereldbekerwedstrijden. ,,Toen Volvo nog sponsorde, heb ik een paar keer zo'n auto gewonnen, en verkocht. Ik heb m'n geld uit wedstrijden, hengsten die dekken, een paar paarden in training, een sponsor, ik geef clinics en door dat alles bij elkaar kan ik de zaak rondfietsen.''

Na het WK was Van Grunsven even haar motivatie kwijt. ,,Na Rome moest ik in Amsterdam concours rijden en Sjef was weer heel fanatiek, zo van `dit moet beter en dat moet beter' en ik dacht, `maak je toch niet zo druk, joh. Laat me maar lekker rijden en plezier hebben'. Aan de andere kant wilde ik na vier maanden weer laten zien wat ik kan.'' Het einde van haar carrière is nog niet in zicht. ,,Misschien ga ik het ooit rustiger aan doen, maar stoppen zal ik nooit. Dat weet ik zeker.''