BOLHOOP LAAT EEN KOMEETACHTIG STERRENSPOOR ACHTER

Astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili hebben ontdekt dat de bolvormige sterrenhoop NGC 6712 tijdens zijn beweging rond het melkwegstelsel een spoor van sterren achterlaat. Bolvormige sterrenhopen (of kortweg: bolhopen) zijn compacte opeenhopingen van grote aantallen sterren die door hun onderlinge aantrekkingskracht bijeen worden gehouden. Zij ontstonden zo'n 12 tot 14 miljard jaar geleden en bevolken de uitgestrekte, min of meer bolvormige `halo' rond dit stelsel. Hun langgerekte banen voeren hen echter periodiek door de sterrenrijke schijf van ons melkwegstelsel en dat heeft belangrijke gevolgen.

NGC 6712 is een van de ongeveer 150 bolhopen die men nu kent. Hij bevindt zich op een afstand van ongeveer 23.000 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Scutum (Schild) en bestaat uit bijna een miljoen sterren. Europese astronomen hebben deze bolhoop waargenomen met de eerste van de vier acht-metertelescopen die in de komende jaren op Paranal, in Chili, worden gebouwd. Het onderzoek was vooral gericht op het bepalen van de massafunctie van de sterren in de bolhoop: het verband tussen de massa van een ster en het aantal van die massa. Bij bolhopen neemt het aantal sterren bij het afnemen van de massa toe, maar bij NGC 6712 is precies het omgekeerde het geval.

In Astronomy and Astrophysics van 1 maart tonen de astronomen aan dat dit tekort aan lichte sterren samenhangt met de baan die de bolhoop rond het centrum van het melkwegstelsel beschrijft. Die baan heeft hem al talloze malen dicht – op slechts 1000 lichtjaar – langs het melkwegcentrum gevoerd, waar hij wordt blootgesteld aan de aantrekkingskracht van veel grotere aantallen sterren dan waaruit hij zelf bestaat. Die aantrekkingskracht `weekt' uit de bolhoop vooral lichte sterren los, die aanvankelijk min of meer de baan van de bolhoop blijven volgen, maar zich na verloop van tijd door de halo gaan verspreiden. De vergelijking met de stofdeeltjes in de staart van een komeet gaat niet helemaal op, maar is wel erg illustratief.

Astronomen vermoeden al lang dat bolhopen tijdens hun beweging door de sterrenrijke schijf van het melkwegstelsel een deel van hun leden verliezen, maar tot nu toe was het moeilijk om concrete aanwijzingen voor dat verlies te vinden. Het effect is bij NGC 6712 zo duidelijk doordat deze bolhoop tevens rakelings langs het melkwegcentrum beweegt. Men denkt dat alle bolhopen in de afgelopen 12 tot 14 miljard jaar het grootste deel van hun sterren zullen hebben verloren. Dat zou weer impliceren dat een groot deel en misschien wel alle individuele sterren die nu in de halo rond het melkwegstelsel bewegen ooit tot bolhopen hebben behoord.

(George Beekman)