Bod op NIB betwijfeld op beurs

De koers van het aandeel van de Nationale Investeringsbank is de afgelopen dagen tot boven het overnamebod van de pensioenfondsen ABP en PGGM gekomen.

Volgens handelaren betekent dit dat de markt op verzet van de bestaande aandeelhouders van de bank rekent.

Ingewijden gaan ervan uit dat met name de grootaandeelhouders als ING, ASR (Stad Rotterdam en Amerfoortse Verzekeringen) en Fortis-dochter Amev niet akkoord zullen gaan met een overnameprijs van 29,95 euro (66 gulden) per aandeel. Gisteren sloot het aandeel van de Nationale Investeringsbank (NIB) op 31 euro. Wanneer de markt geen rekening zou houden met een hoger bod, was de koers normaal gesproken iets onder het niveau van 29,95 euro gebleven. ,,Als je kijkt naar de internationale verhoudingen zou het bod in de buurt van de 40 euro moeten liggen'', stelt een financieel analist.

Het overnamebod op de NIB werd op 24 december bekendgemaakt. De koers op die dag steeg van 49 naar 63,10 gulden. Het bod van de pensioenfondsen, die de bank allereerst als een mooie belegging beschouwen, lag echter onder het koersniveau van juli vorig jaar toen een top van 33 euro werd bereikt.

Volgens handelaren wordt het verzet geleid door de grootste aandeelhouder, ING, die circa 20 procent van de aandelen in handen heeft. Zelf wil het financiële concern niets zeggen (,,we maken ons besluit bekend wanneer eind maart een definitief bod door ABP en PGGM wordt gedaan''), maar wel is duidelijk dat de positie van bestuursvoorzitter G. van der Lugt van ING pikant kan worden. Van der Lugt is niet alleen de hoogste man bij het financiële concern, maar hij is ook commissaris bij NIB. En in het persbericht van eind december wordt gemeld dat de commissarissen `positief' staan tegenover de voorgenomen transactie. Een zegsman van de NIB bevestigt dat geen van de commissarissen een voorbehoud heeft gemaakt bij het steunen van het bod.

De pensioenfondsen, zo hebben zij eerder bekendgemaakt, zullen zich beraden op het moment dat de grootaandeelhouders weigeren hun stukken aan te bieden. In elk geval zetten ABP en PGGM, die al over een belang van 4 procent beschikken, de transactie door wanneer zij een belang van minimaal 60 procent hebben.

Vorige week maakte de overheid bekend dat de staat zijn pakket preferente aandelen (goed voor een belang van 15 procent) de komende vijf jaar niet zal verkopen. De overige aandelen van de overheid, die over 50 procent beschikt, worden wel aan de pensioenfondsen aangeboden.