Bio-landbouw heeft toekomst

Nederland moet het voortouw nemen in de biologische landbouwproductie, vindt Jurriaan Kamp.

Albert Heijn wil de komende twee jaar de doorbraak van biologische levensmiddelen forceren. Dat is belangrijk nieuws voor de biologische landbouw én voor het Nederlandse milieu. Consumenten en boeren hebben precies dat steuntje in de rug nodig om biologische producten te `ontdekken'. Zo nam de biologische landbouw in Denemarken vijftien jaar geleden al een vlucht omdat een toonaangevende supermarktketen uitdrukkelijk koos voor het aanbieden van biologische producten.

De biologische landbouw biedt prima perspectieven voor een gezonde en veilige voedselvoorziening in de wereld, maar de sector wordt – ook in Nederland waar de gangbare industriële landbouw onder aanvoering van Wageningen tot een haast enge perfectie (varkenshouderij) is ontwikkeld – onvoldoende serieus genomen. Alle aandacht gaat uit naar de biotechnologie. Die sector wordt door ministers aangeprezen als een speerpunt van hun beleid, als de industrie van de toekomst. Begrijpelijk is dat wel in een wereldeconomie waarin je je nauwelijks meer kunt onderscheiden, maar die behoefte aan een nieuwe `tak van sport' om in te kunnen uitblinken vertroebelt het zicht op de gevaren van het onbeperkt manipuleren met de natuur en op het veilige en schone alternatief van de biologische landbouw.

Het succes van de Groene Revolutie in de jaren zestig heeft ervoor gezorgd dat politici en de agro-industrie hun heil verwachten van de chemische landbouw. Alleen met bestrijdingsmiddelen, kunstmest en biotechnologie kan de honger in de wereld worden bestreden. Die `het kan nu eenmaal niet anders' -visie doet denken aan de argumenten waarmee destijds kernenergie werd gepropageerd. Maar het is een leugen dat alleen grootschalige – en chemische – landbouw voldoende voedsel oplevert voor de snel groeiende mensenmassa in de ontwikkelingslanden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) concludeerde al in 1994 dat het – bij de huidige stand van zaken – mogelijk is om tien miljard mensen te voeden zonder gif en kunstmest. De laatste voorspellingen van de VN wijzen er overigens op dat de wereldbevolking die tien miljard niet eens zal halen, maar zich over veertig jaar tussen 7,5 en acht miljard zal stabiliseren. Daarbij komt dat de Groene Revolutie vastloopt. In India bijvoorbeeld is in allerlei gebieden het grondwaterpeil dramatisch gezakt en is ongedierte resistent geraakt tegen de excessieve hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Voor vele gewassen daalt de opbrengst per hectare. De tegenbeweging tekent zich dan ook af: boeren keren terug naar het planten van inheemse gewassen met behulp van natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Hun opbrengst per hectare loopt weer op.

Dergelijke ontwikkelingen bieden het beste bewijs dat de biologische landbouw in staat is de chemische landbouw te vervangen en de wereldbevolking te voeden. Want het feit dat de Afrikaanse boeren op dit moment niet de Afrikanen voeden, betekent nog niet dat zij dat niet kunnen. Er zijn wereldwijd opmerkelijke successen geboekt met het omschakelen van industriële landbouw naar biologische landbouw met inheemse gewassen, waarbij oogstverbeteringen tussen vijftig en honderd procent worden gerapporteerd. In het koudere Westen zal de omschakeling naar biologische landbouw – naar verwachting – een vermindering van de oogsten met twintig procent tot gevolg hebben. Maar die twintig procent komt overeen met de doelstellingen van de EU en de VS om de huidige overschotten met ongeveer eenvijfde te beperken. En dan hebben we het nog niet over de impuls die die ontwikkeling aan het streven naar een schoner milieu zou geven. De vervuiling in de gangbare landbouw is enorm. Frans onderzoek wees onlangs uit dat in de bodem van veel wijngaarden in Bourgogne minder biologisch leven zit dan in die van de Sahara.

Maar ook Nederland behoort met haar gifverbruik per hectare tot de wereldtop. Omschakeling naar biologische landbouw garandeert niet zonder meer succes. De moderne biologische boer is niet iemand die alleen maar de chemische middelen in de schuur zet en verder boert als zijn grootvader of als een dromerige idealist. In succesvolle gevallen is er steeds sprake van intensieve ondersteuning met wetenschappelijk onderzoek – de formule die Nederland tot de succesvolste agrarische natie maakte. Welke biologische alternatieven zijn er voor chemische bestrijdingsmiddelen? Welke gewassen kunnen het beste worden gecombineerd? Wat is de ideale gewaswisseling? Na hoeveel jaar mag hetzelfde gewas weer worden geplant? In ontwikkelingslanden is extra werkgelegenheid op het land – bijvoorbeeld omdat er meer moet worden gewied – een positief effect. In het Westen, dat op zoek is naar hoogwaardige banen, biedt extra schoffelwerk geen passend werkgelegenheidsperspectief en is het dus bijvoorbeeld van belang om te onderzoeken hoe onkruid kan worden bestreden zonder extra uren te wieden. Maar de overheidsgelden vloeien wereldwijd nog steeds voor het leeuwendeel naar de conventionele landbouw. Ook in Nederland geniet – in de woorden van de hoogleraar E. Goewie van de ecologische faculteit van de Universiteit Wageningen – `Star Wars in de polder' onbetwist de prioriteit. Het is die prioriteitenstelling die Albert Heijn kan – en kennelijk wil – doorbreken.

Als de consument de weg naar de biologische producten vindt, zullen overheid en boeren volgen. Thans beslaat de biologische productie nog slechts een procent van de totale Nederlandse agrarische productie. Het is natuurlijk schrijnend dat Albert Heijn afgelopen maand 120.000 kilo biologische winterpeen uit Israel moest laten komen. Het aanbod in de gewone supermarkt helpt ook om het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten te verminderen. Overigens is er wat dit betreft vooral sprake van stuivertje wisselen door consument en belastingbetaler: wat de consument minder aan gangbare voeding uitgeeft, betaalt hij meer aan belastingen die nodig (zouden) zijn om de schadelijke gevolgen van de gangbare landbouw te bestrijden. De gewone supermarkten hebben de biologische landbouw de afgelopen jaren al verlost van het deprimerende imago van verschrompelde appeltjes en zanderige andijvie. De kwaliteit van de producten van de biologische landbouw laat zich uiterlijk niet meer onderscheiden van de producten van de gangbare landbouw. De variëteit is toegenomen, zodat de biologische consument in de winter niet meer is veroordeeld tot kool en wortels, maar ook een kropje geïmporteerde biologische sla kan eten.

Daardoor groeit de vraag. Recent onderzoek wijst uit dat zes procent van de consumenten `vaak' biologische producten koopt en al bijna dertig procent `soms'. De vraag zal alleen maar toenemen door het initiatief van Albert Heijn. En misschien ontdekt de politiek dan ook dat niet de biotechnologie maar de biologische landbouw een speerpunt is waarmee internationaal aanzien kan worden geworven. Duurzaamheid is een nieuw trefwoord op de internationale politieke agenda. Landbouw zonder bestrijdingsmiddelen, kunstmest en andere chemische trucs hoort hoog op die agenda te staan. Nederland was de aanvoerder van de Groene Revolutie, het zou de aanvoerder van de Biologische Revolutie kunnen zijn.

Jurriaan Kamp is redacteur van het tijdschrift Ode.