Beurseuforie gaat aan meeste lokale fondsen voorbij

De kleinere, lokale beursfondsen zitten in een negatieve spiraal. In de zogeheten small caps zit al enkele jaren de klad, waardoor het voor beleggers steeds moeilijker wordt om, zo nodig, snel in en uit te kunnen stappen. Dit zogeheten gebrek aan liquiditeit zorgt er weer voor dat de belangstelling klein blijft. Een typisch voorbeeld van het kip en het ei.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) luidde afgelopen week de noodklok. De belangenbehartiger van de particuliere belegger onderscheidde zestig beursfondsen waarvan de koers-winstverhouding (de koers gedeeld door de winst per aandeel) lager is dan 10. Slechts drie van laag gewaardeerde fondsen (Hoogovens, DSM en KLM) behoren tot de groep hoofdfondsen, twaalf tot de zogeheten midkap-fondsen, terwijl het gros (45) uit de kleinste, lokale beursfondsen bestaat.

De geringe populariteit van de kleinere fondsen heeft volgens analisten alles te maken met de hedendaagse Europese oriëntatie van de belegger. ,,Nederlandse beleggers maken geld vrij om in andere euro-landen te beleggen. Tegelijkertijd trekken de Nederlandse beleggers wel buitenlands kapitaal aan, maar die beleggers steken hun geld alleen in de grote AEX-fondsen'', stelt Joost van Beek die namens effectenbank Kempen de small caps in de gaten houdt. De groei van de AEX-index, die deze week met 1,78 procent toenam tot 547,17, is aan heel wat kleine fondsen voorbijgegaan.

Voor dit jaar ziet Van Beek nauwelijks verbeteringen in de waardering van de kleinere fondsen. ,,Toch is de winstgroei van de kleine fondsen gemiddeld hoger dan die van de hoofdfondsen. Gemiddeld zien de kleinere de winst over dit jaar met 16 procent stijgen, terwijl het resultaat van de hoofdfondsen met 11 procent toeneemt.'' Maar met alleen goede resultaten gaan de koersen nog niet omhoog. ,,Bedrijven als Aalberts en Volker Wessels Stevin hebben fraaie resultaten laten zien en ook de prognoses zijn goed. Toch zie je meer verkopers dan kopers in de markt'', aldus Van Beek.

De lagere koersen zitten niet alleen de belegger, maar ook de kleinere beursfondsen zelf dwars. Zo wordt het steeds problematischer om overnames te plegen omdat er niet kan worden betaald met (te goedkope) aandelen. Gevolg is dat veel kleinere beursfondsen zich de afgelopen tijd hebben moeten behelpen met vreemd vermogen.

Ook voor de VEB zijn de lage koersen een doorn in het oog. De beleggersclub heeft zich altijd verzet tegen (overbodige) beschermingsconstructies. Door de lage koersen heeft menig bedrijf het gevoel een goedkope overnameprooi te zijn: als al wordt overwogen de aandeelhouders meer invloed te geven, dan is dit niet het moment, ziet ook de VEB in. Toch kunnen overnames volgens analist Van Beek een positieve prikkel hebben op het gemiddeld koersniveau. ,,De huidige onderwaardering zal eens worden beëindigd, vermoedelijk door een reeks van overnames. Een mooi voorbeeld daarvan is de Nationale Investeringsbank waar ABP en PGGM onlangs een bod op hebben uitgebracht.''

Een andere mogelijkheid om de onderwaardering te beëindigen is ooit door vatenfabrikant Van Leer geopperd: het terugkopen van alle uitstaande aandelen. Topman Bill de Vlugt wilde dit dreigement deze week bij de presentatie van de cijfers niet herhalen. Bij de mededeling ,,de beursgang heeft ons niet gebracht wat wij hoopten'', liet hij het dit keer. Maar tevreden is hij allerminst.