Voor elke voetbalclub een eigen dichter

De huisdichter is een status-symbool in Engeland. De London Zoo heeft er een, Marks & Spencer en de friettent ook.

Ergens in de Stille Zuidzee ligt het eilandenrijk Kiribati. Het bevoegde gezag van Kiribati kreeg enkele jaren geleden een brief van een Britse student, Daniel Wilson, die aanbood een jaar lang `poet laureate' voor de eilanden te willen zijn. Hij kreeg de baan op grond van een ingesloten proeve van zijn kunnen:

I'd like to live in Kiribati

I feel it is the country for me

Writing poems

for all the people

Underneath a coconut tree

In Londen kan elk moment worden onthuld wie voor het Verenigd Koninkrijk de nieuwe `poet laureate' zal zijn. De post is vacant sinds het overlijden van Ted Hughes, voor wie in mei een herdenkingsdienst wordt gehouden. En als dat geen natuurlijke deadline is voor de benoeming van een nieuwe hofdichter, dan volgt in juni in elk geval het huwelijk van Prins Edward en Sophie Rhys-Jones. Sinds het koningshuis in 1668 de post creëerde voor John Dryden lijkt er geen soortgelijke natie-beroerende gelegenheid te zijn geweest, of 's lands officiële dichter werd geroepen een lofzang af te scheiden. Van Wordsworth tot John Betjeman - zelfs Hughes voelde zich in zijn formele rol gedwongen tedichten op onder andere de Queen Mum toen die weer eens een kroonjaar bereikte. Hij vergeleek haar met een eik.

Gezegend is het land dat meent dat het in deze tijd nog evengoed een `war artist' als een `poet laureate' moet hebben. Britten koesteren, meer dan welke uitdrukkingsvorm ook, het woord. Jeremy Paxman, presentator van `Newsnight' en schrijver van `The English' meent zelfs dat het om een nationale obsessie gaat. Hij somt in zijn boek de voorbeelden op: de `belachelijke' over-produktie van de uitgeverijen, die 100.000 nieuwe boeken per jaar op de markt brengen - meer dan wat er in de Verenigde Staten wordt uitgebracht. Het feit dat hier meer kranten worden gemaakt per hoofd van de bevolking dan bijna overal elders ter wereld. Dan is er de niet te stoppen vloed brieven aan de hoofdredacties en de onverzadigbare honger naar woordraadsels, anagrammen, scrabble, quiz-spelletjes en kruiswoordpuzzels. De springlevende staat van het Britse toneel, de aanwezigheid van tweedehands-boekwinkels in elk gehucht: geen wonder dat een vertrekkende ambassadeur opmerkte dat voor de Britten boeken zoiets zijn als geld.

Op de onderstroom van die woordhonger heeft nu een nieuw fenomeen de kop opgestoken. De eigen dichter als status-symbool. Bedrijven variërend van overheidsinstellingen tot warenhuizen, van universiteitsinstituten tot gevangenissen, van Kew Gardens tot de London Zoo, gaan sinds kort prat op hun eigen huisdichter. Mishcon de Reya, de advocatenfirma die Prinses Diana hielp de voorwaarden voor haar echtscheiding te bedingen, heeft een `poet in residence' en Marks & Spencer, verschaffer van ondergoed en truien, heeft er een. Barnsley Football Club heeft Ian McMillan, een dichter-supporter en in Wigan kreeg een fish and chips-shop zijn eigen dichter toegewezen door The Poetry Society. Een klein meisje van zeven werd aangemoedigd een gedicht te bedenken. Ze zei:

When I eat chips with gravy

my tummy goes all wavey

De aanjager van de huisdichter-mode is de Poetry Society. Die wist de Arts Council - verdeler van het budget voor kunst - vorig jaar zover te krijgen dat zij een budget van 450.000 pond aan extra loterijgelden kreeg toegeschoven, juist om dichtkunst te propageren op de meest ongebruikelijke plaatsen. Met het geld financiert de Poetry Society telkens gedurende een half jaar een (noodlijdende) dichter om twee dagen per week zijn kunsten te vertonen. Niet door de huisdichter te spelen - al maakten sommige opdrachtgevers dat er wel van - maar door anderen te leren hoe dichten in zijn werk gaat. En zo een andere werkelijkheid voor ze te ontsluiten.

,,Het moeilijkste is'', zegt Kevin McCann, poet-in-residence in Hare Majesteits Gevangenis Wymott in Lancashire, ,,om de jongens te leren begrijpen dat dichten niet iets wijverigs is. En dat het niet over de natuur hoeft te gaan en niet hoeft te rijmen.''

,,Het leukste was'', zegt Sharon Horan, een cursist die werkt op de personeelsafdeling van Marks & Spencer in Londen, ,,om hier van die assertieve kerels van marketing te zien binnenkomen, die dachten dat het volgen van de cursus goed zou zijn voor hun carrière en die iets hadden van: ,,Right! Laat me even zien wat ik doen moet, en ik was dat varkentje wel even. Dat viel dus erg tegen.''

De gedachte dat gedichten in openbare ruimten een draai aan de werkelijkheid zouden kunnen geven, komt niet van de Poetry Society alleen. Tien jaar geleden al lanceerde Judith Chernaik, toen nog docent poëzie aan de Universiteit van Londen, de befaamde `Poems on the Underground'. Daarbij liet de Londonse metro lege advertentieruimte in ondergrondsetreinen gebruiken voor het afdrukken van een gedicht. Chernaik koos oud en nieuw, rijmend en niet rijmend, door elkaar en elk jaar opnieuw verschijnt er een boekje met de keuze van dat jaar. De traditie duurt tot op heden voort en is inmiddels overgewaaid naar onder andere Melbourne, New York en Stuttgart.

The Poetry Society zelf probeert zich, na jarenlange misère in eigen gelederen, te herprofileren. Verdwenen is het immense gebouw in westelijk Londen, een soort clubhuis voor dichters, waar sinds 1909 alle 20ste eeuwse dichters van naam hun werk hebben voorgedragen. In plaats daarvan zetelt de Society nu in een bescheiden pand in Covent Garden, zonder bar, maar met een Poetry Cafe op de begane grond. Dezer dagen zijn in de boezem van het genootschap minder spraakmakende ruzies tussen ,,het establishment'' en ,,de modernen'' , al woedt het debat over wie zich ''dichter'' mag noemen natuurlijk voort. Toen de in fluweel-met-jabotkraag gehulde performance-dichter Murray Lachlan Young vorig jaar voor ruim 1 miljoen pond `gekocht' werd door EMI om zijn werk op CD te zetten, barstte de discussie weer in volle hevigheid los. Volgens de nieuwste generatie performance-dichters, degenen die een zaaltje achter de pub vol weten te pakken met het brengen van geestige teksten, zou echte poëzie ,,de nieuwe rock and roll'' zijn. Meer gevestigde dichters schamperen over ,,gedichten met een aandachtsgehalte van niet langer dan een minuut.''

Niettemin, het idee dat poëzie belangrijk is, floreert. Tienduizenden voelen zich aangesproken door National Poetry Day. De natie als geheel lijkt jaarlijks via de BBC te weerspiegelen waarom ,,mijn favoriete gedicht'' dan weer `If' van Rudyard Kiplings of `How Do I Love Thee?' van Elizabeth Browning moet zijn. Na de film Four Weddings and a Funeral kon de uitgever van W.H. Audens `Stop the clocks' de herdrukken niet aangesleept krijgen. En in de Poetry Library op de South Bank verheugt het Lost quotations-aanplakbord - waarop de bezitters van losse citaten passanten smeken om het bijbehorende gedicht - zich in de gretige belangstelling van honderden per week.

Peter Sansom was een half jaar de poet-in-residence van Marks & Spencer: half op het hoofdkantoor, half in de winkel in Norwich. De woordvoerder van het warenhuis kwam er eerlijk voor uit dat het bedrijf hoopte dat geestelijk gestimuleerde werknemers ook produktievere werknemers zouden worden. ,,En de sessies bevorderen dat personeel van hoog tot laag elkaar beter leert kennen.''

,,Het was fantastisch'', zegt Sharon Horan. ,,De groep hier op het hoofdkantoor bestond voornamelijk uit vrouwen: mensen die nog nooit iets hadden geschreven en anderen die erg geïnteresseerd zijn in schrijven en in poëzie. Sansom gaf ons visuele opdrachten: beschrijf het uitzicht uit een raam. Toen moeilijker: beschrijf een dier in dat uitzicht. Beschrijf het uitzicht in een verre toekomst. Je voelt je ontzettend kwetsbaar als je je eigen tekst voor het eerst hardop moet voorlezen, maar het is de groep die maakt dat je het doet. Geleidelijk aan wordt je geest helderder. Voor mij was de hele exercitie bijna therapeutisch. Ik heb eerder één bundeltje gepubliceerd. Dit heeft mijn bereik oneindig vergroot.''

Sansom zelf vertelt hoe hij een klas vroeg bij wijze van huiswerk een gedicht te schrijven vanuit de perceptie van een grasspriet op een voetbalveld. Zijn lievelings-eindzin uit dat huiswerk was: ,,Eric Cantona vermoordde mijn broer.''

Bij de BBC werd de uit West-Indië afkomstige John Agard als poet-in-residence binnengehaald. Zijn achtergrond viel mooi samen met een serie radio- en tv- programma's die de komst van de eerste West-Indische immigranten in Engeland herdachten. Agard schreef vooral gedichten voor de BBC, die als onverwachte pepernoten door allerlei soorten programma's werden gestrooid.

Zijn collega bij de Londense dierentuin zag werk aan de kooien van de dieren opgehangen, waaraan personeel en publiek hun eigen coupletten konden toevoegen. Sarah McGuire, die van beroep tuindeskundige én dichteres is, kreeg de voor haar ideale post: huisdichter voor Kew Gardens. En dan was er Lavinia Greenlaw, de best betaalde van allen bij de meest statusverhogende van alle. Zij ontvangt 10.000 pond per jaar voor een halve dag per week poëtisch prikkelen van de werknemers bij Mishcon de Reya. Zo gesloten is deze advocatenfirma na negatieve publiciteit over de astronomische hoogte van haar rekeningen aan cliënten - onder wie het Diana Memorial Fund - dat wel het hebben van een poet-in-residence wordt geafficheerd, maar dat de inhoud van haar bezigheden geheim schijnt te moeten blijven. Wel weten we dat ze het voltallige personeel per week een nieuw gedicht stuurt per e-mail, waardoor de werknemers zich ,,hogelijk gestimuleerd'' schijnen te voelen.

Kevin McCann, auteur van vier dichtbundels, solliciteerde bij de Poetry Society op de vacature in Wymott Prison. Op een gure januari-ochtend wacht hij op een eenmans-stationnetje in de buurt van Preston. ,,Je herkent me zo als dichter'', had hij ironisch gezegd, ,,ik ben de enige persoon in heel Lancashire met lang haar.'' McCann is kien op een pottenkijkende journalist, omdat hij ziek is van de voorspelbare verontwaardiging van de Britse schandaalpers: ,,Miljoenen om moordenaars te laten dichten''.

Eenmaal in de gevangenis is het duidelijk dat een aantal cursisten desnoods liever dicht met McCann dan last of inpakt in de gevangeniswerkplaats. Maar zelfs de meest zichtbaar ongeïnteresseerden hebben na tweeëneenhalf uur iets om voor te lezen, waardoor ze zelf worden verrast.

,,Een gedicht als een verhaaltje'', moedigt McCann aan. ,,Schrijf over een beeld voor je emoties, niet de emoties zelf.'' Hij zet muziek op: eerst een Dvorak-symphonie, niet het soort muziek dat iemand hier ooit gehoord heeft. ,,I find that sad, that!'' zegt een jongen met nog tien jaar te gaan. Zijn regels gaan over ,,a walk down a cobbled street'' - waarom weet hij zelf niet. ,,Hindert niets,'' zegt McCann. ,,Die kant wil je gedicht kennelijk op. Er is geen goed en fout. Het is jouw gedicht en van niemand anders.''

Later, in de koffiepauze op de galerij, zegt McCann dat er bij de écht langgestraften (langer dan tien jaar) hele workshops voor het schrijven van po"ezie zijn ontstaan. Hij moedigt al zijn cursisten aan om werk in te sturen voor een speciale prijs voor in detentie geschreven poëzie. ,,Sommigen zijn goed. Maar ik droom er van, net als al mijn collega's `in residence', om de nieuwe Ted Hughes te vinden. En op dat miljoen van Murray Lachlan Young ben ik zo jaloers als de hel. Good luck to him - zo willen we allemaal wel dichters heten.''