Visioen van Schipholstad

Als er een luchthaven in de Noordzee komt, kan Schiphol een geheel nieuw gedaante krijgen. Architect Koolhaas meent zelfs dat het Nederland van zijn benepenheid kan verlossen.

Al jaren ziet architect Rem Koolhaas met lede ogen aan hoe Nederland met zijn ruimtelijke indeling ,,in naam van de gelijkheid braaf doorsukkelt op een soort IKEA-hoogte''. Dat bedenkelijke niveau zou het echter volgens hem kunnen ontstijgen door een kunstmatig eiland voor een nieuwe luchthaven in de Noordzee aan te leggen en de ruimte van het oude Schiphol met beduidend meer fantasie te hergebruiken.

Op een conferentie in Wassenaar over de mogelijke toekomst van het oude vliegveld hield Koolhaas gisteren een gloedvol betoog voor een nieuwe compacte stad in de Haarlemmermeer, die ongeveer even groot is als het eiland Texel. ,,De compacte stad op het Schiphol-gebied kan het Groene Hart redden'', aldus Koolhaas. Hij wees erop dat anders dan in veel andere stedelijke gebieden in de wereld steeds meer mensen in de Randstad niet in de steden maar in vlekken binnen het Groene Hart leven. Die ontwikkeling moet volgens hem een halt worden toegeroepen.

Zowel het eiland in zee als de oude Schiphollokatie zouden volop mogelijkheden bieden voor inspirerende projecten. Hij raadde aan vooral veel culturele instellingen en entertainment onder te brengen in de nieuwe Schipholstad. Een uitgewerkt plan hiervoor had Koolhaas gisteren nog niet.

Het kabinet heeft eind vorig jaar besloten voor het einde van 1999 een besluit te nemen, waar de aanhoudende groei van de Nederlandse luchtvaart het beste kan worden opgevangen. Daarbij moet het kiezen tussen uitbreiding en aanpassingen op Schiphol zelf of de aanleg van een nieuw vliegveld op een kunstmatig eiland in de Noordzee.

Minister Pronk (Ruimtelijke Ordening) en andere hoge functionarissen die de bijeenkomst bijwoonden hadden zich nog maar net vertrouwd gemaakt met de visionaire wereld van Koolhaas of ze werden door de Amsterdamse vastgoedkundige prof. P. Kohnstamm onthaald op een portie Hollandse nuchterheid.

Kohnstamm wees er om te beginnen op dat in 97 procent van de gevallen, waarbij een stad de beschikking kreeg over een nieuwe luchthaven, de oude uiteindelijk gewoon ook in gebruik bleef. Ook adviseerde hij om Schiphol nog enige jaren open te houden, zolang nog niet vaststaat dat het nieuwe veld op zee naar wens functioneert. De hoogleraar had ook bedenkingen over het vervoer van en naar het kunstmatige eiland. Een ondergrondse tunnel voor supersnelle treinen zou zeer kwetsbaar zijn. Bovendien herinnerde hij eraan dat er geen vliegveld ter wereld is dat niet ook per auto te bereiken is, dat de geschatte kosten van 40 miljard gulden vermoedelijk 50 procent hoger zullen uitvallen en dat zulke ambitieuze projecten in de praktijk altijd langer duren dan oorspronkelijk voorzien.

Bestuurders braken zich intussen het hoofd welke instantie het beste gestalte kon geven aan de plannen. ,,Praat daarover toch vooral niet'', zei echter luchtvaartdeskundige prof. Bussink. ,,Dat leidt alleen maar af van de creativiteit en voor je het weet zit je vast in een moeras.''