Snellere daling van bodem door zoutmijnen

De bodemdaling als gevolg van zoutwinning door de Friese zoutfabriek Frima gaat twee keer zo snel als aanvankelijk werd verwacht. Uit metingen van het Staatstoezicht op de Mijnen blijkt dat de bodem in het concessiegebied bij Sexbierum tussen de 60 à 65 centimeter zal dalen, in plaats van de verwachte 35 centimeter. Het ministerie van Economische Zaken heeft de te winnen hoeveelheid zout in het huidige concessiegebied teruggebracht van achttien tot tien miljoen ton in acht jaar.

De Friese gedeputeerde S. Jansen vindt dat de bodem in het gebied maximaal 35 centimeter mag dalen; dit punt zal in 2004 bereikt zijn. Frima moet daardoor eerder uitwijken naar een nieuwe locatie. Het bedrijf gaat een nieuwe concessieaanvraag bij Economische Zaken indienen voor zoutwinning ten noordoosten van het huidige gebied.

Volgens Jansen moet Frima op tijd beginnen met de procedures, omdat het draagvlak voor zoutwinning in de omgeving afneemt. De Waddenvereniging wil stopzetting van de winning, gezien de snellere bodemdaling. De noordelijke overleggroep bodemdaling Willem Beton is fel tegen de zoutwinning op een diepte van drie kilometer, omdat dit leidt tot schade aan gebouwen en wegen en verzakkingen van zeedijken. ,,Zout winnen vlakbij dijken is gevaarlijk en onverantwoord'', aldus een woordvoerder. Frima, een particulier initiatief van zouthandelaar Talman, ging in 1996 van start. Jaarlijks wordt op een recorddiepte van tussen de 2.500 en 3.000 meter 1,2 miljoen ton steenzout omhoog gehaald. Frima mocht in vijftien jaar achttien miljoen ton zout winnen in beide boorvelden, waar in totaal ruim vier miljard kubieke meter zout ligt. Oorspronkelijk werd ervan uitgegaan dat de bodem in het hart van het winningsgebied 35 centimeter zou verzakken, bij winning van achttien miljoen ton. Volgens J. Pöttgens, hoofdinspecteur geotechniek van het Staatstoezicht, is de versnelde bodemdaling onder meer een gevolg van hogere temperaturen in de zoutmijn.