President Ecuador bezwijkt voor volkswoede

De wittebroodsweken van Latijns-Amerika met de globalisering zijn voorbij. In januari stortte Brazilië in, en nu Ecuador, waar de volkswoede tegen de `internationale bank-dictatuur' in alle heftigheid is opgelaaid.

,,Mijn geld is veiliger onder mijn matras dan in de kluizen van die banken'', zegt een boze vrouw in Ecuador. Ze was één van de miljoenen spaarders die dinsdag al voor zonsopgang in de rij voor de bank stond om haar rekening leeg te halen. ,,Ik heb liever dat mijn geld in mijn eigen handen verdampt, dan dat het bij die bankmafia blijft'', zei de vrouw, verwijzend naar veertig procent inflatie in Ecuador – de hoogste van LatijnsAmerika.

Vorige week probeerde de Ecuadoriaanse regering de totale ineenstorting van het land tegen te gaan door de banken te sluiten. Niemand kon geld opnemen. De regering riep de noodtoestand uit, en stuurde het leger de straat op.

Sinds afgelopen dinsdag zijn de banken weer open. Maar mensen mogen niet meer dan de helft van hun spaarcentjes opnemen. De rest is door de regering voor een jaar bevroren.

Ecuador staat in brand. De vakbonden hebben een staking voor onbepaalde tijd uitgeroepen. De steden zijn een chaos van woedende taxichauffeurs die barricades opwerpen uit protest tegen de verhoging van de benzineprijs met 165 procent. Gisteren trok de regering die maatregel weer in. Ook werd de noodtoestand ingetrokken. Maar het openbaar vervoer staakt nog steeds. Scholen zijn gesloten. En de handel ligt plat omdat niemand op zijn werk kan komen. Op het platteland hebben de arbeiders van de bananenplantages het werk neergelegd. Ook de olieindustrie staakt. En Indianen blokkeren autobanen uit protest tegen de regering, zodat in de steden voedselschaarste ontstaat.

`Een schot in de nek van het Ecuadoriaanse volk', noemde vakbondsvoorzitter Fausto Dután de bankmaatregel van de regering. De vakbonden en machtige Ecuatoriaanse Indianenorganisaties eisen het aftreden van president Jamil Mahuad. En dat terwijl de Harvard-geschoolde econoom er pas zeven maanden zit.

De oppositie beschuldigt president Mahuad ervan een `dictatuur van de banken' te hebben ingesteld. De zogeheten banko-cratie zou het volk hebben uitgeleverd aan het internationaal kapitaal. Dat is de reden dat het land nu failliet is. Het vertrouwen van de Ecuadorianen in de geglobaliseerde economie is tot een nulpunt gedaald, en omgeslagen in wrok.

Net als Brazilië in januari, kwam ook Ecuador een paar weken geleden onder vuur te liggen van een speculatieve aanval op zijn munt. Net als de president van Brazilië, reageerde ook die van Ecuador daarop met het loslaten van de koppeling van de munt aan de dollar. De munt ging vrij zweven, en zoals de Braziliaanse munt in een paar weken meer dan 40 procent kelderde, zo viel de Ecuadoriaanse zelfs 60 procent.

In één klap zat Ecuador aan de grond. Het is een klein land dat vooral bananen en olie exporteert. Met beide markten gaat het al een tijdlang slecht. Wel heeft het land een gigantische schuld aan het buitenland. Hoe moet die nu nog afbetaald worden? Volgens het geëigende neo-liberale recept verhoogde de regering Mahuad prijzen en de rente, en kondigde nieuwe privatiseringen aan. En om nog iets van de reserves binnenboord te houden, werd de helft van de banktegoeden bevroren. Een wat minder `liberale' maatregel was het inroepen van de hulp van de militairen om de bevolking de maatregelen door de keel te duwen.

Toch is het niet toevallig dat het verzet tegen de gevolgen van het neo-liberalisme juist in deze vergeten bananenstaat oplaait. Na het einde van militaire dictaturen ontstonden overal in Latijns-Amerika de eerste wankele pogingen tot meer `open' en `liberale' economieën. Na wat inconsistent rommelwerk van de eerste nieuwgekozen presidenten, kwamen in de meeste landen al snel belangrijke economische zwaargewichten aan de macht.

Ze hadden in Amerika en Europa gestudeerd, zoals ex-president Salinas van Mexico en president Cardoso van Brazilië. En ze waren niet gebonden aan de populistische tradities van de eeuwig ruziemakende burgerlijke partijen van vóór de dictaturen. De beste voorbeelden hiervan zijn president Menem van Argentinië, en Alberto Fujimori van Peru. Met harde, soms dictatoriale hand voerden de heren hun hervormingen door. Maar de economieën bloeiden op, en zo voltrok zich op het hele continent het huwelijk met het neo-liberalisme.

De wittebroodsweken zijn nu voorbij. Zelfs schoolvoorbeeld Chili is economisch in het slop. Werkloosheid, toenemende armoede, en voor het eerst sinds jaren ook negatieve groeicijfers. In heel Latijns-Amerika is het plaatje hetzelfde. De meest zichtbare politieke reactie hierop kwam december vorig jaar uit Venezuela. Daar werd tot ontsteltenis van de Verenigde Staten de populist Hugo Chavez tot president verkozen. Chavez is een ex-couppleger en de held van de verarmde bevolking. Bij zijn aantreden begin dit jaar matigde hij zijn toon tegen de `verfoeilijke rijken'. Maar zijn program blijft voor een groot deel bestaan uit het uitdelen van land, hogere lonen en renteloze voorschotten aan de armen.

In het kleine Ecuador echter is het populisme nooit weggeweest. In 1996 werd de macho Abdala Bucaram tot president verkozen. `El loco', de gek, werd hij in Equador genoemd. Vanwege zijn flamboyante gedrag en zijn toespraken vol gescheld. Zijn politieke tegenstanders viel hij aan op hun vermeende `inferieure sperma'. Als president trad hij op met cowboy-liedjes, en kneep elke voorbijkomende vrouw in de billen. Zijn belofte van goedkope huisvesting, gratis medicijnen en lagere voedselprijzen hadden hem echter populair bij de armen gemaakt. Bucaram verzette zich tegen nog meer vrije-markt hervormingen, en hield privatiseringen tegen.

Na zes maanden verklaarde het parlement hem `geestelijk ontoerekeningsvatbaar' en werd hij als president de laan uitgestuurd. Intussen had hij de pers gemuilkorfd, de inflatie naar 50 procent laten stijgen, en de staatkassen geplunderd voor zijn Felliaanse hoffeesten.

De liberale en niet-populistische interim-president die Bucarams plaats innam deed het echter niet veel beter. In iets meer dan een jaar tijd liet deze de overheidsschuld oplopen van 7 tot 9 procent. Hij drukte internationale hulp achterover voor de overstromingsslachtoffers van El Niño, en snoepte daarnaast nog eens drie miljoen dollar uit de staatskas voor eigen besteding. Afgelopen woensdag werd ex-president Alarcón gearresteerd op beschuldiging van het verdelen van honderden overheidsbaantjes: de begunstigden hoefden daarbij niet op het werk te verschijnen.

Deze zomer won uiteindelijk de nette neo-liberaal Jamil Mahuad het presidentschap van Ecuador. In de tweede ronde versloeg hij de populistische bananenboer Alvaro Noboa, een volgeling an `El loco', en beroemd wegens het onderplassen van kamerleden in Equador.

In een brief aan president Mahuad betuigde de Amerikaanse president Clinton deze week alle steun bij het aanpakken van `het diepe economische probleem van Ecuador'. Clinton moedigde predident Mahuad aan te blijven samenwerken met het Internationaal Monetair Fonds –`hoewel de maatregelen die u moet nemen heel hard zullen zijn'.

Maar gisteren al bezweek Mahuad voor de druk van de volkswoede. Hij draaide de verhoging van de benzineprijzen terug, en stemde in met de oppositie te onderhandelen over zijn economische maatregelen.

Is Ecuador nu een voorbode van een ontwikkeling die ook de rest van Latijns-Amerika wacht? Volgens de Braziliaanse econoom Guido Mantega zal het populisme verder terrein winnen naarmate de crisis dieper wordt, en ,,de berooiden van dit continent nog meer rekeningen gepresenteerd krijgen''. De Ecuadoriaanse econooom Alberto Acosta is ook niet optimistisch: ,,De sociale explosie komt elke dag dichterbij.''