Onder het juk van de brouwerijen

Rob Freriks heeft samen met andere cafébazen in Enschede een klacht ingediend bij de Neder- landse Mededingings- autoriteit tegen enkele bierbrouwers. De brouwers zouden door onderlinge prijsafspraken de bierprijs kunstmatig hoog houden. Krijgen Freriks en de zijnen gelijk, dan volgt er een heuse bierprijzenoorlog, en kunnen honderden cafés het loodje leggen – zo verwachten de Enschedese horeca- ondernemers.

De Oude Markt in hartje Enschede is 's zomers één groot deinend terras. De vijfentwintig bars, cafés en restaurants die als eeuwige concurrenten pal naast elkaar in monumentale panden aan de rand van het plein staan opgesteld, doen goede zaken. Maar de èchte winnaars zijn de grote brouwerijen. Grolsch, Heineken en Interbrew. Zij houden 23 van de 25 horecaondernemers aan de Oude Markt in een ijzeren greep.

Rob Freriks zit aan een tafeltje in zijn café-restaurant `Happerij Tapperij de Drin-k-eet', met uitzicht op het plein. Freriks, roodbruin opkruipend haar en heldere blauwe ogen, kan moeiteloos vertellen over hoe de horecaondernemers aan de Oude Markt – en met hen vele duizenden bars, cafés en restaurants in de rest van Nederland – gebukt gaan onder het juk van de grote brouwerijen. ,,Veel horecaondernemers zitten met wurgcontracten vast aan hun brouwerij. De horeca laat veel te veel met zich sollen.''

Freriks is voorzitter van de Vereniging Horeca Stad Enschede en bestuurslid van de Enschedese afdeling van Koninklijke Horeca Nederland, de grootste belangenorganisatie van horecaondernemers in Nederland. Freriks heeft samen met een aantal andere caféhouders onder de vlag van Horeca Nederland Enschede een klacht tegen de brouwerijen ingediend bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), de waakhond voor de vrije concurrentie.

De brouwerijen hebben horeca-ondernemers contractueel veel te veel aan zich gebonden, zo luidt de klacht van Horeca Nederland Enschede. En de brouwers houden door onderlinge afspraken de prijzen voor de horeca kunstmatig hoog.

Het overgrote deel van de horeca-ondernemers in Nederland is gebonden aan een van de grote brouwerijen. (Sommigen zeggen meer dan 90 procent van de ondernemers. Anderen houden het op meer dan 75 procent.) De ondernemer zit in een pand van de brouwerij. Heeft geld geleend van de brouwerij. Of is anderszins financieel afhankelijk. De brouwerij verplicht de ondernemer het bier exclusief bij hem of bij een door hem aan te wijzen groothandel af te nemen. Tegen vastgestelde prijzen, veelal zonder mogelijkheden van quantumkorting.

De Drin-k-eet van Rob Freriks bijvoorbeeld is gehuisvest in een pand van Dommelsch en schenkt, zoals het contract voorschrijft, Dommelsch. Voor een vat bier betaalt Freriks 2,83 gulden per liter. ,,Dat is een gulden meer dan de consument betaalt voor een liter bier in de supermarkt. En ongeveer evenveel als alle andere gebonden horecaondernemers voor het bier betalen, ongeacht of ze nou in een pand van Grolsch, van Heineken of van Dommelsch zitten'', zegt Freriks. ,,Dat kan geen toeval zijn. Die brouwerijen hebben de prijs onderling op elkaar afgestemd. Het riekt naar kartelvorming.''

Freriks droomt al jaren van een eigen vrij pand dat hem niet met handen en voeten bindt aan de brouwerij. Want ongebonden ondernemers kunnen wèl kortingen bedingen, zo leert de praktijk. Kunnen wèl de brouwers tegen elkaar uitspelen. Hij toont een contract van een van de twee vrije ondernemers aan de Oude Markt in Enschede waarin de brouwer de ondernemer zwart op wit een fikse reductie aanbiedt van 45 gulden per hectoliter – op een prijs van circa 300 gulden. ,,De brouwers houden zich aan de onderling afgesproken prijzen voor gebonden horecaondernemers. Maar in de strijd om de vrije jongens slachten ze elkaar af met de dikste kortingen. Die kunnen het bier voor een kwartje per glas goedkoper inkopen dan wij.''

Voor de gebonden ondernemers blijft een eigen pandje op een redelijke lokatie een moeilijk te realiseren droom. De goede lokaties zijn namelijk doorgaans al in handen van de brouwers. Bijna alle panden aan de Grote Markt in Enschede bijvoorbeeld (23 van de 25) zijn van Heineken, Grolsch en Interbrew, weet Freriks. Freriks heeft Dommelsch (Interbrew) vorig jaar aangeboden zelf het pand waarin De Drin-k-eet is gevestigd te kopen. Freriks bood 100.000 gulden meer dan de marktwaarde. ,,Maar zelfs dat wilde de brouwer niet'', constateert hij.

Freriks rolde ruim twintig jaar geleden het horecavak in, als werkstudent achter de bar van De Pijp, een van de oudste cafés van Enschede. Hij heeft in de loop der jaren geleerd dat horecaondernemers weinig geneigd zijn samen te werken. Het is er `ieder voor zich en god voor ons allen'. ,,Het zal wel met mijn opleiding te maken hebben – ik ben afgestudeerd in sociaal-cultureel werk – maar ik heb er altijd voor gevochten dat de horecaondernemers samen optrekken'', zegt Freriks. ,,Alleen is maar alleen, samen zo hard als steen, heb ik geleerd in het sociaal werk.''

De verenigde horecaondernemers zijn er onder het voorzitterschap van Freriks in geslaagd op een aantal punten samen een vuist te maken. Zo kopen ze samen bijvoorbeeld sterke drank, fris en sigaretten in, legt Freriks uit. ,,En nu gaan we samen het bierkartel te lijf.''

Een sprekend voorbeeld van hoe vriendelijk de brouwers met elkaar omgaan en hoe bikkelhard met de gebonden horeca, vormt, meent Freriks, De Kater, een uiterst populaire drink- en eetgelegenheid aan de Oude Markt. Peter Ruseler, die De Kater nu al 21 jaar exploiteert, huurt het pand van Grolsch en neemt dus Grolsch-bier af – zoals het contract voorschrijft, dacht hij. Maar toen de discussie over de wurgcontracten vorig jaar opnieuw oplaaide aan de Oude Markt ontdekte de juridisch adviseur van Koninklijke Horeca Nederland na intensieve bestudering van het contract dat Ruseler helemaal niet vastzit aan het Grolsch-bier. De Kater zou wel degelijk bier van een ander merk mogen inkopen.

Opgetogen nodigde Ruseler dan ook de regio-inspecteur van Heineken uit om langs te komen. Ruseler hoopte, tegen beter weten in, dat Heineken het bier goedkoper zou kunnen leveren dan Grolsch. En aanvankelijk leek het goed te gaan. De regio-inspecteur was blij met zo'n grote nieuwe klant, beloofde een flinke prijskorting en vertrok met de mededeling dat hij toestemming aan zijn baas zou vragen voor een contract met De Kater.

Ruseler heeft sindsdien nooit meer wat van Heineken gehoord. Brieven om de brouwerij aan de gemaakte afspraken te helpen herinneren bleven onbeantwoord. ,,De lagere mensen van Heineken waren enthousiast over levering aan het traditionele Grolsch-café De Kater. Maar hogerop willen ze het niet'', zegt Ruseler. ,,Die brouwerijen houden elkaar de hand boven het hoofd.''

Ruseler en Freriks zien in hetgeen De Kater is overkomen een duidelijke aanwijzing van afspraken tussen de brouwers. Afspraken over prijzen en marktaandelen. Afspraken die worden gemaakt in het Centraal Brouwerij Kantoor, de vereniging waarin alle grote brouwers zijn vertegenwoordigd. Zelfs brouwers in het buitenland willen die afspraken niet doorkruisen, zo heeft Freriks ondervonden. De Drin-k-eet heeft vorig jaar geprobeerd een brouwerij in België zo ver te krijgen bier beneden de prijzen van de Nederlandse brouwers te leveren. Maar na een aanvankelijke positieve reactie (de Belgen bleken bereid 200 in plaats van 300 gulden per hectoliter te vragen) bleef het ook in België stil. ,,Het Nederlands bierkartel slaagt er in shoppen in het buitenland tegen te gaan.''

Bewijzen voor een bierkartel kunnen de ondernemers uit Enschede maar moeilijk hard krijgen. ,,Die zijn in dit soort niet te vinden. Of je moet tijdens een partijtje golf tussen de brouwers de bandrecorder aanzetten'', zegt Freriks. En gemaakt deftig bootst hij de ene brouwer na die tijdens een partijtje golf tegen de andere brouwer roept: ,,We zullen die gebonden horecajongens eens even een mooie loer draaien.''

Directeur Dick Jonker Roelants van het Centraal Brouwerij Kantoor in Amsterdam kan maar weinig begrip opbrengen voor deze kritiek. ,,Het is volstrekte onzin dat brouwers onderling prijsafspraken maken'', zegt hij. Al jarenlang klagen horeca-ondernemers over de vermeend hoge prijzen en mogelijke prijsafspraken tussen brouwers. ,,Maar de ECD [Economische Controle Dienst] heeft drie jaar geleden nog geconstateerd dat er niets loos is. Er is volledig vrije concurrentie.''

De ECD concludeerde destijds dat de bierprijzen die de verschillende brouwers de horeca in rekening brengen wel verdacht veel op elkaar lijken, maar vond er geen bewijs voor geheime onderlinge prijsafspraken, vertelt woordvoerder Jan van Diepen van de ECD.

De ECD stuitte wel op de opmerkelijke gewoonte van de brouwers om de prijzen die zij de horeca berekenen steevast te melden aan het Centraal Brouwerij Kantoor. Maar dat werd onder de toen geldende Wet economische mededinging niet strafbaar geacht. Hoe de NMa daar nu over denkt weet Van Diepen niet.

De ECD concludeerde bovendien dat er wel degelijk sprake was van concurrentie tussen de brouwerijen onderling. Zij het dat ze niet op prijs concurreerden maar op emolumenten. Op aanlokkelijke hypotheken voor panden bijvoorbeeld, of andere vormen van financiering voor de cafébazen.

De gebonden horecaondernemers uit Enschede verwachten de uitspraak van de NMa voor 1 mei. Ondertussen probeert directeur Jeu Claes van Koninklijke Horeca Nederland een kleine brouwerij zo ver te krijgen alvast onder de vastgestelde prijzen te verkopen, zegt Freriks. ,,Want als één brouwer onder de prijs gaat zitten is het hek van de dam. Dan volgt de rest van de brouwers vanzelf en heb je voor je het weet een bieroorlog, zoals we ook brood- en lpg-oorlogen kennen.''

Ans Groenewegen, voorlichter van Horeca Nederland, is niets bekend van pogingen van haar directeur een kleine brouwer over te halen. Wel bevestigt Groenewegen dat Koninklijke Horeca Nederland sinds enkele maanden in gesprek is met de brouwers over de omstreden contracten met de horeca. Deze gesprekken hebben plaats tegen de achtergrond van plannen van de Europese Commissie om de contracten tussen brouwers en horeca verder aan banden te leggen. Verticale verbindingen (de brouwer die een cafébaas verplicht alleen zijn bier te verkopen) mogen volgens de plannen van de Commissie in de toekomst slechts worden toegestaan bij brouwers die een niet al te groot marktaandeel hebben. De Commissie wil zo de concurrentie versterken.

De grote brouwers zijn uiterst ontstemd over deze plannen. Heineken, met een marktaandeel van meer dan 50 procent verreweg de grootste in Nederland, heeft al laten weten in dat geval de financiële steun aan haar cafés te staken, wat mogelijk tot een sanering in de branche zal leiden. Want dan kunnen de uitbaters niet meer bij Heineken aankloppen voor zachte leningen voor bijvoorbeeld een verbouwing, een nieuw interieur, een talentenjacht of een ander promo-feestje.

Freriks zal er niet echt van wakker liggen. De bierbrouwers zijn volgens hem nu ,,veel te gemakkelijk in het verstrekken van gunstige leningen en hypotheken aan ondernemers die het helemaal niet zo goed doen''. Dat leidt volgens hem alleen maar tot een overaanbod aan horecagelegenheden en tot slechte marges. ,,Het zal de brouwers een rotzorg zijn dat de gebonden ondernemer slechte rendementen maakt, als het bier maar blijft stromen.'' En dat gebeurt toch wel. Want gaat de ene gebonden ondernemer failliet, dan melden zich de volgende dag meteen tien nieuwe ondernemers voor het pand van de brouwer, aldus de redenering van Freriks.

Mochten de caféhouders in Enschede ongelijk krijgen van de NMa, dan volgen er acties, zegt voorzitter Freriks van de Enschedese verenigde horeca. ,,Dan gaan we ongehoorzaam worden. Dan gaan we ons bier inkopen bij de Albert Heijn om de hoek. Daar is het een gulden per liter goedkoper.''