Omroeplonen met 5,75 pct omhoog

Bonden en werkgevers hebben afgelopen nacht een akkoord bereikt over een loonsverhoging van 5,75 procent voor de vijfduizend werknemers van de publieke omroep. Daardoor konden de voor vandaag aangekondigde acties bij radio- en tv-programma's op het laatste moment worden afgeblazen. De loonsverhoging geldt voor de periode van juli 1998 tot en met maart 2000 (21 maanden). De bonden eisten aanvankelijk zes procent. Ook is er overeenstemming bereikt over de contractsystemen. Mensen met tijdelijke contracten kunnen nu na drie jaar, en niet pas na vijf jaar aanspraak maken op een vast dienstverband.

Voor de contractanten die in de zomermaanden, als het televisieseizoen voorbij is, zonder werk zitten zal een oplossing worden gezocht. Als ze geen recht hebben op een WW-uitkering, zal de omroep financieel bijspringen, of een aansluitend contract aanbieden.

S. Bak van de vakbond CNV Media, is tevreden met het resultaat. ,,De onderhandelaars hebben elkaar de tent uitgevochten. De raad van bestuur van de NOS was niet onder de indruk van de prikacties van de laatste dagen. Ze dachten dat het wel met een sisser zou aflopen. Toen ze zagen dat het menens was, zijn ze overstag gegaan.''

Volgens K. Groothuis, adviseur van het NOS-bestuur, kost de loonsverhoging de werkgevers in totaal bijna vijf miljoen gulden extra. ,,We hebben niet gisteravond ineens een pot met geld gevonden. Er zal elders moeten worden bezuinigd.'' Volgens hem zullen enkele regionale omroepen moeite hebben de loonsverhoging te betalen.