Literaire invasie

Twintig Nederlandse en Vlaamse schrijvers reizen dit weekeinde naar Londen voor de manifestatie Literature from the low Countries. Voor de schrijvers en hun uitgevers is die de opmaat voor de London International Book Fair op 30 en 31 maart. Daar moet de Engelstalige uitgeverswereld massaal verleid worden tot de aankoop van rechten van Nederlandstalige literatuur.

Oorspronkelijk zou Nederland centraal staan op deze beurs, naar het voorbeeld van de Schwerpunkte van de Frankfurter Buchmesse. De Londense organisatie besloot het echter voorlopig zonder zwaartepunten te blijven doen, waardoor Nederland nu de voornaamste attractie is op het eveneens nieuwe London Festival of Literature.

De Engelse uitgeverijen krijgen steeds meer oog voor Nederlandstalige literatuur, nadat Duitsland een paar jaar geleden al zwichtte. ``Engeland is voor ons het laatste bastion,'' zegt Rudi Wester, directeur van het Nederlands Produktie- en Vertalingenfonds. ``Er zijn al zoveel goed schrijvende Engelsen en Amerikanen. De laatste tijd beginnen de Engelsen zich meer op de buitenwereld te richten. Onder Tony Blair wordt het land minder isolationistisch.'' Britten en Amerikanen vinden in De Nederlandse literatuur vooral goede verhalenvertellers, vermoedt Wester. ``Ze menen dat het hier allemaal gebeurt en dat hier ook boeken voor een groot publiek worden geschreven. Frans minimalisme is niet meer in de mode.''

De kleine Londense uitgeverij Harvill heeft altijd al veel Nederlandse literatuur uitgegeven. Op dit moment heeft uitgever Christopher MacLimosi onder anderen Geert Mak, Connie Palmen en Cees Nooteboom in zijn fonds. ``In de jaren zestig had iedereen het hier over Ik, Jan Cremer. Dat werd gezien als hét boek over de Nederlandse hippies. Daarna is er heel lang relatief weinig gebeurd. Er is bijvoorbeeld al die jaren maar één boek van Hella Haasse uitgegeven.''

De uitgever ziet in de beschikbaarheid van goede vertalers een groot voordeel voor de Nederlanders. ``Net als de activiteiten van het produktiefonds. Engeland heeft zich altijd als een Middeleeuws fort verdedigd tegen buitenlandse schrijvers. Nu twintig Nederlandse auteurs hiernaartoe halen is een soort oorlogsverklaring. Maar uiteindelijk is dat goed voor iedereen.''

Niet alle Engelse uitgevers zijn goed ingevoerd in Hollandse waar. Andrew Kidd van Penguin is vooral nieuwsgierig. ``Wij geven Harry Mulisch uit, maar eerlijk gezegd weet ik verder weinig van de Nederlandse literatuur. Zeker de jongeren zijn bij ons nog grotendeels onbekend.'' Hij ziet Nederland vooral als een land van filosofische en avontuurlijke literatuur. ``Engeland zit vastgebakken aan een aantal vaste thema's, en Engelse uitgeverijen steunen nog te veel op een aantal goed lopende eigen auteurs.'' Onlogisch is dat niet. ``Er verschijnt slechts bij hoge uitzondering een vertaald boek in onze bestsellerslijsten. Ook Nederlandse literatuur kom je er niet tegen.''

Een van de Nederlanders die Engeland hopen te veroveren is de Friese dichter Tsjebbe Hettinga. Hij staat op het podium op de inmiddels uitverkochte slotavond van het festival, met grootheden als Nobelprijswinnaar Derek Walcott. ``Het maakt mij niet uit waar ik optreed'', zegt Hettinga. ``Ik lees voor in het Fries. Ik geloof dat er een Engelse vertaling van de gedichten wordt geprojecteerd, zodat men het kan volgen.'' In Nederland is inmiddels een Engelse vertaling van zijn dichtbundel en een compact disc geproduceerd. ``Die zal men ook in Engeland wel proberen te verkopen,'' verwacht Hettinga. ``Ik houd me niet bezig met de handelskant.''

Ambassadeurs

Maandag heeft de ambassadeur van Frankrijk in Nederland, B. de Montferrand, de Prix des Ambassadeurs uitgereikt aan Herman Vuijsje voor zijn boek Correct. Weldenkend Nederland sinds de jaren zestig (1997). De prijs wordt jaarlijks toegekend door een aantal in Nederland geplaatste ambassadeurs aan de schrijver van een boek dat `grote actuele vraagstukken aan de orde stelt, een universeel karakter heeft en een interculturele dialoog bevordert'.

De Prix des Ambassadeurs is drie jaar geleden hervormd, vertelt De Montferrand. ``Oorspronkelijk was het een prijs voor in Nederland verschenen Franstalig werk, maar dat bleek een te beperkte opzet.'' Er waren te weinig boeken om uit te kiezen.'' Inmiddels wordt afwisselend Nederlandse fictie en non-fictie bekroond. De Montferrand: ``Ik zie het als een hommage van de diplomatieke gemeenschap aan de Nederlandse cultuur.'' Eis aan de deelnemende ambassadeurs is wel dat zij Frans spreken, zodat gezamenlijk over de boeken kan worden gepraat.

Waarschijnlijk is de Prix des Ambassadeurs de enige literaire prijs in Nederland die wordt uitgereikt door een jury die het Nederlands slechts in beperkte mate machtig is. Toch staan in het juryrapport passages als: `Bovendien is de praattoon, met zijn soms gemakkelijke grapjes, geschikt voor een televisie- of radio-uitzending, maar vermoeiend voor de lezer.' Die observaties komen niet van de ambassadeurs zelf, maar van de selectiecommissie die vijf boeken heeft genomineerd en de diplomaten ook verder heeft begeleid in hun oordeel. Daarin zaten onder anderen de journalist Philip Freriks en Christophe de Voogd van het Amsterdamse Maison Descartes. ``Delen van de boeken zijn vertaald en er zijn samenvattingen gemaakt,'' zegt De Montferrand. ``De meeste ambassadeurs krijgen de boeken ook. Zelf heb ik grote delen van drie van de vijf boeken gelezen.'' Bij een lunch kiezen de diplomaten een winnaar. Ook de leden van de selectiecommissie stemmen dan mee.

De Franse ambassade probeert het kkwinnende boek in het Frans vertaald te krijgen. Met de winnaar van vorig jaar, de delen twee en drie van de cyclus Het Bureau door J.J. Voskuil, is dat tot op heden niet gelukt. ``Dat zijn natuurlijk zeer omvangrijke werken,'' verklaart De Montferrand.