Jonge toneel ambassadeurs

De Haarlemse scholier Job van der Kroft (14) gaat al jarenlang naar het theater. Als kleine jongen namen zijn ouders hem al mee: ,,naar Oidipoes of het RO Theater bijvoorbeeld. Mijn moeder legde dan van tevoren uit waarover het ging.'' Inmiddels gaat de derdejaars gymnasiast uit eigen beweging naar toneel, ongeveer eens in de twee weken. Een van de toneelplannen die staatssecretaris Van der Ploeg deze week lanceerde, was dat toneelgroepen en theaters jongeren moeten lokken door middel van educatieve activiteiten. Veel gezelschappen hebben allang educatieve programma's en andere middelen om jongeren bij het theater te betrekken.

De Toneelschuur in Haarlem heeft bijvoorbeeld het ambassadeurs-project. Het theater vraagt verschillende scholieren van veertien tot achttien jaar om `Ambassadeur van de Toneelschuur' te worden. Zij moeten het theater promoten in hun eigen omgeving. Als zij andere jongeren meenemen naar een toneelstuk, mogen zij zelf gratis naar binnen. Job van der Kroft is een van hen: ,,Er gaan heel weinig jongeren naar toneel. Daarom moet ik andere mensen enthousiast maken. Dat lukt best. Ik heb al een paar keer de hele klas meegenomen. Eerst hadden ze helemaal geen zin, maar na afloop vonden ze het hartstikke leuk.''

De vijfentwintig ambassadeurs hangen ook posters op en doen soms mee aan promotieacties. Job: ,,Tijdens het Cinekid Festival gingen wij bijvoorbeeld verkleed als prinsen in een koets door de stad.'' De ambassadeurs hebben nu ook een eigen poster bedacht, met daarop de slagzin: `Cheer up Babe, See you at Toneelschuur'. Sinds twee maanden mogen de jonge ambassadeurs bovendien een recensie schrijven in het Haarlems Dagblad. Job van der Kroft heeft er ook een geschreven, over Ongebluste kalk; een toneelstuk over Marinus van der Lubbe.

Toneelgroep Amsterdam heeft al vanaf de oprichting in 1987 een breed educatief programma, met cursussen, voorbesprekingen, en zeven theaterdocenten in dienst. Schoolklassen worden uitgenodigd om naar een toneelstuk te komen. Van tevoren komt er op school een docent langs die de klas voorbereidt op de voorstelling. Verder organiseert de groep elk jaar een jongerenvoorstelling die erg populair is onder het jonge publiek.

Wilma Smilde coördineert de activiteiten: ,,.Voor het gymnasium hadden we dit seizoen bijvoorbeeld Bakchanten van Euripides. Op school lieten we de scholieren scènes van het koor op drie manieren spelen: alsof ze in een voetbalstadion waren; alsof ze in een kerk waren; en alsof ze in de Jerry Springer Show zaten. Dat laatste hebben we later veranderd in: alsof ze in een dictatuur leefden''.

De gezelschappen zien graag meer jongeren in de zaal, maar ze moeten niet allemaal tegelijk komen. Toneelgroep Amsterdam heeft een quotum ingevoerd, van 25 procent scholieren per avond. Smilde: ,,De scholieren moeten niet het andere publiek overschaduwen. Bij Bakchanten is het een keer gebeurd dat ze erdoorheen gingen praten en met chipszakken kraakten. Het maximum aantal geldt trouwens alleen voor groepen scholieren. Individuele jongeren zijn altijd welkom. Over het algemeen vormen jongeren een aandachtig en enthousiast publiek.