Inspiratie is menselijk

In `Shakespeare in Love' weten Will Shakespeare en zijn geliefde niet meer of ze hun gevoelens acteren of dat ze hun hart op de tong hebben. Deel 11 in de wekelijkse serie die Bas Heijne schrijft in het laatste jaar van het millennium.

De verbeelding is het verstand met een erectie.

Zei Victor Hugo, ergens halverwege de vorige eeuw. Hij wist waar hij het over had, want tijdens zijn lange leven probeerde hij de wereld onvermoeibaar rationeel te hervormen, terwijl hij met zijn dichtersgeest het universum tot in alle uithoeken met woorden wilde bevruchten. Er zit ook een letterlijke kant aan het aforisme, blijkt uit de biografie die de Engelsman Graham Robb over de Franse kolos schreef. Zonder een dagelijkse seksuele ontlading kreeg Hugo geen pen op papier. Toen hij op hoge leeftijd het 23-jarige dienstmeisje Blanche eindelijk had overgehaald zijn pik vast te pakken, mompelde hij aanmoedigend: ,,Het is een lier.''

Of een pen. De makers van de succesfilm Shakespeare in Love zijn niet zo expliciet viriel in hun beeldspraak, maar ze zeggen hetzelfde: de jonge toneelschrijver Will Shakespeare heeft last van literaire impotentie, omdat hij ook in de werkelijkheid geen punt kan zetten. Op doktersadvies gaat hij op zoek naar seks en dat blijkt een soort Viagra voor zijn verbeelding. Het zijn de illegale liefdesnachten met Lady Viola de Lesseps die de potentie van Will's verbeelding verhogen met Romeo and Juliet als resultaat.

Verfrissende beeldspraak, vind ik. In zulke energieke termen wordt er tegenwoordig zelden meer over de verbeelding gesproken. Verbeelding: het woord heeft een onzijdige klank gekregen, iets amoebe-achtigs. Je weet dat het belangrijk is, dat het goed voor je is, maar waarom ook al weer? In Shakespeare in Love, met een scenario van Tom Stoppard, snijdt het mes naar twee kanten: de liefde bevrucht de verbeelding van de jonge Shakespeare, maar andersom is het ook zijn verbeelding die het leven dramatiseert. Zijn geliefde, de adellijke Viola, geeft zich uit voor acteur en speelt de allereerste Romeo. De woorden waartoe zij hem heeft geïnspireerd nu onsterfelijke klassieke regels inspireren ook weer hun liefde. Zo is de film veel meer dan een doldwaze jeu d'esprit, waarin handig gegoocheld wordt met feit en fictie en die grollig reageert op de historische figuur Shakespeare en de toneelwereld.

Dat Shakespeare in Love een kassakraker is waarbij de helft van het publiek hand in hand zit, kan niet zonder betekenis zijn. Behalve de romantiek van de liefde verbeeldt deze film de romantiek van de kunst. Door kunst en liefde speels met elkaar te verstrengelen, vallen voor het publiek die twee samen. De triomf van de eerste geslaagde uitvoering van Romeo en Julia is gelijk aan de triomf van de liefde van Will Shakespeare en zijn Viola.

Zo geeft de film en passant antwoord op de kwestie waarover in de Nederlandse literatuur op dit moment het hardst gebakkeleid wordt. Alle kunst is autobiografisch, beweren tegenwoordig steeds meer schrijvers, vooral degenen die eigenlijk zouden willen dat alle autobiografie ook meteen kunst was. Dat is een infantiele voorstelling van zaken. Kunst is nooit puur natuur. Er is een wezenlijk verschil tussen de herschepping van menselijke ervaringen tot kunst en het uitroepen van de eigen ervaring tot kunst juist omdat er geen verbeelding aan te pas is gekomen. In Shakespeare in Love weten Shakespeare en zijn geliefde niet meer of ze hun gevoelens voor elkaar acteren of dat ze hun hart op de tong hebben het onderscheid bestaat niet meer, leven en kunst zijn tezeer verstrengeld. Ze bevruchten elkaar steeds opnieuw maar ze zijn niet hetzelfde.

Het is een radicaal ander beeld dan het beeld in een andere zo razend populaire film over de verhouding van kunst met de wereld: Mozart was in Amadeus een banaal ventje dat door de hemel was aangeraakt. Zijn niet-menselijke genie huisde alleen in een al te menselijk omhulsel. In Amadeus had het scheppingsproces met iets bovenaards te maken, iets waar een gewoon mens niet bij kan zie de titel.

In Shakespeare in Love is inspiratie bij uitstek menselijk. Al te menselijk? Veelzeggend is het dat Stoppard in zijn scenario de liefde voor het wezen van het leven laat staan. Kunst is tegenwoordig ontdaan van maatschappelijk belang, alle pogingen van nostalgici om het engagement te reanimeren ten spijt. De politiek-maatschappelijke betekenis die werk en persoonlijkheid van een schrijver als Victor Hugo in de vorige eeuw konden hebben, zijn in de westerse wereld van nu ondenkbaar geworden. Wat de Nederlandse schrijvers, schilders en componisten in de jaren zestig met hun puberale engagement onderstreepten, was dat het eindpunt van een traditie was bereikt. De verbeelding zou nooit meer aan de macht komen.

Dat ligt niet aan de kunst, zoals teveel mensen nog denken, het is de politiek zelf die niet meer tot de verbeelding spreekt. Wanneer de politiek pragmatisch wordt, heeft ze de kunst niets meer te zeggen.

Dat is niet tragisch, alleen kost het de kunst sinds het wegvallen van haar maatschappelijke betekenis steeds meer moeite om haar noodzaak aan te tonen (vooral aan politici). De geëngageerde kunstenaar was een nagel aan de doodskist van de bestuurders, maar ze spraken dezelfde taal. Nu kunst zich beperkt tot de taal van de verbeelding, wordt ze door de maatschappij al snel voor nutteloze luxe versleten, of alsnog nuttig gemaakt door haar te beschouwen als een vorm van therapie waarmee je iets persoonlijks kunt verwerken. En steeds vaker wordt de pleitbezorgers van de verbeelding het zwijgen opgelegd met de drogreden, dat er op deze wereld miljoenen, zo niet miljarden mensen zijn die gelukkig zijn zonder kunst.

Dat is een leugen. Er zijn op deze wereld geen miljoenen mensen, laat staan miljarden, gelukkig. En het is ook helemaal niet de taak van kunst om mensen gelukkig te maken. Maar niemand leeft zonder verbeelding, zonder kunst. Art makes life, schreef Henry James, ook de levens van al die mensen die nog nooit van Shakespeare hebben gehoord.

Het is briljant van Tom Stoppard om de liefde weer gelijk te stellen aan de verbeelding, woordkunst gelijk aan passie. De liefde is het enige onstoffelijke op deze wereld waarvan niemand ooit het nut zal durven betwisten. Geen politicus die zijn belangen en idealen openlijk boven de hartstocht zal stellen, geen maatschappijhervormer die de romantische liefde ooit zal kunnen ontmaskeren.

Shakespeare in Love huldigt het mysterie van de verbeelding als een liefdesdaad, iets dat leven schept en kunst. Stoppard toont de verbeelding in actie, als een vruchtbaar en noodzakelijk goed.

Of, in de geest van Victor Hugo: hij heeft de verbeelding weer kloten gegeven.