Ik trek nog net geen roze jurk aan

`Klassieke muziek is niet saai', zegt pianist Jean-Yves Thibaudet. Met jong talent speelt hij naast klassiek ook jazz in Amsterdam.

Het ergste van vakanties vindt Jean-Yves Thibaudet dat hij de piano niet kan aanraken. Letterlijk. ,,Het toucher is ongelooflijk sensueel, iets oneindigs, iets mysterieus. Na twee weken nietsdoen ben je een beetje techniek kwijt. Dat is niet erg, in twee, drie dagen maak je dat goed. Het meest frustrerende is het gemis aan intensieve aanraking van de piano. Faire l'amour au piano, zei Rubinstein al over het strelen van de toetsen. De meeste grote pianisten kon je er aan herkennen. Het toucher is het identiteitsbewijs van de pianist.''

Het risico van vakantie is voorlopig beperkt. Als Thibaudet volgende week op Schiphol landt, komt hij direct uit Australië, waar hij Messiaen en Ravel heeft gespeeld met Edo de Waart. Na Amsterdam reist hij door naar Californië om met het Los Angeles Symphony Orchestra het Eerste pianoconcert van Liszt te spelen. Direct daarop volgen: vier recitals in Italië, Beethovens Vierde in Kansas, het pianoconcert van Gershwin in Cincinnati, Liszts Tweede in Saint Louis met Hans Vonk, twee concerten in Frankrijk met het Orchestre de Lyon, en drie weken toernee door Japan en andere Aziatische landen.

Jean-Yves Thibaudet verheugt zich niet minder op het muzikale lange weekend in Amsterdam, zijn `Carte Blanche' in het Concertgebouw (26, 27 en 28 maart). Voor de nu 37-jarige Franse pianist is muziek feest. Zeker als hij musici mag voorstellen in wie hij gelooft: de zestienjarige violiste Julia Fischer, het half-Franse, half-Amerikaanse Rossetti Kwartet, de Russische zangeres Elena Prokina, en (samen met Han Reiziger) zijn eigen jazz-interpretatie van Duke Ellington en Bill Evans.

Soms kan hij gedeprimeerd zijn over het eenzame gereis en gedoe, maar ,,zodra ik op het podium sta geeft me dat zo veel geluk dat het alle offers waard is. Routine is me vreemd. Men realiseert het zich niet, maar dat plezier is sterker en verslavender dan de zwaarste drug. Het is niet het applaus, maar het spelen zelf, alles kunnen doen met die zaal. Je kunt die drieduizend mensen geluk geven, dat is meer waard dan de macht van het moment. Het is bijna lichamelijk, de emoties die je deelt.''

Muziek is niet het enige dat Jean-Yves Thibaudet's leven kleurt. Op het ogenblik wel het meest dominante. Hij geeft bijna 140 concerten per jaar. Dat is te veel, zegt hij. Reden om te minderen. ,,Veertig, zestig of tachtig per jaar zou mooi zijn, maar het is moeilijk. Het ligt niet aan mijn agent, of aan het geld. Ik kan gewoon moeilijk nee zeggen. Jaren heb ik ervan gedroomd: met een goede dirigent en een mooi orkest in een prettige zaal sterk repertoire spelen. Nu kan dat allemaal. Ik studeer al lang niet meer op verzoek even een onbekend concert in. Vroeger draaide ik daar m'n hand niet voor om. Ik kan heel snel iets nieuws leren. Drie dagen en hoepla. Dat is voorbij. Als ik het te druk heb, ligt dat voor honderd procent aan mij zelf. Niemand dwingt mij. Maar als ik met Cecilia Bartoli of met het Concertgebouworkest iets moois kan spelen, dan is dat zo heerlijk. Ik probeer me te dwingen minder te spelen, ik moet gewoon op dieet.''

In Nederland is zijn carrière voor zijn gevoel begonnen. ,,Het Concertgebouw is al jaren een deel van mijn leven, van mijn hart. Nederland is het eerste land waar ik concerten gaf, achttien jaar geleden. Overal waar een zaal is heb ik gespeeld, met alle orkesten, zelfs orkesten die niet meer bestaan zoals het Friesland Orkest, kan dat?''

Zo'n driedaags festival in het Concertgebouw is een kolfje naar zijn hand. Hij vindt de concertpraktijk veel te eenzaam. ,,Je kunt geen musicus zijn zonder te luisteren naar anderen. Mijn eerste ervaring met luisteren naar andere musici was de kamermuziek. Daar heb ik veel van geleerd. De meeste solisten spelen zonder naar de dirigent te kijken. Je ziet ze denken: `Ik speel, jij begeleidt'. Zij vinden kamermuziek iets voor begeleiders, daar zijn ze te goed voor. De grote pianisten van vroeger hebben allemaal kamermuziek gespeeld. Het is een deel van onze voeding. Hoe kun je leven zonder al die prachtige sonates, trio's, kwartetten? Mij heeft het de ogen en de geest geopend.''

Later, op zijn veertiende, vijftiende heeft hij de menselijke stem ontdekt. Die noemt hij zonder meer het mooiste instrument. ,,Dat was de meest verbluffende muzikale ontdekking van mijn leven. Toen ik Monserrat Caballé hoorde was ik helemaal van de kaart. Nu ga ik altijd naar de opera, ik heb er veel vrienden, ik speel voor ze, speel met ze samen. Zingen is echte muziek. Ademhalen, fraseren, legato, alles wat op de piano niet bestaat, heb ik van ze geleerd. Die omgang met de stem heeft me muzikaal meer gebracht dan welke leraar ook.''

Dat zal niet persoonlijk zijn bedoeld jegens zijn Parijse Conservatorium-docent Aldo Ciccolini en Lucette Descaves, een discipel van Ravel, die hem met de eigen notities van de componist leerde hoe de maestro de Franse klankkleur bedoelde. ,,Zingen is de essentie van de muziek. Je kunt niet musicus zijn en je daar niet mee bezig houden. Als je niet luistert naar de ademhaling van een zanger, raak je elkaar binnen een minuut kwijt. In de niet-vocale muziek kun je ook niet alles achter elkaar rijgen, je moet op de een of andere manier ademhalen.''

Met zangeressen als Birgit Fassbänder en tegenwoordig vooral Cecilia Bartoli heeft Jean-Yves Thibaudet een aparte band opgebouwd. Het woord `begeleiden' is hem in dat verband te rolbevestigend. Samenspelen met die sterren van het vocaal firmament leert Thibaudet aanvoelen hoe zij gaan ademhalen: in de spanning van een concert vaak heel anders dan tijdens de repetities. ,,Verrast worden betekent te laat zijn. De kunst is te anticiperen. Om dat te kunnen moet je zangers heel goed kennen. Op den duur adem ik met ze mee.''

Even beklemmend als de begeleidersrol vindt Thibaudet het etiket `Franse pianist'. Hij spreekt meer dagen per jaar Amerikaans-Engels, woont minstens even veel in New York en Los Angeles als in Parijs, en heeft een Duitse moeder. Als het aanstaande einde der wereld hem zou dwingen te kiezen, dan zou hij zich terugtrekken in Europa, en dan toch maar in Frankrijk: ,,kijk naar die prachtige kerk hier voor de deur'' (tussen het Musée Cluny en de Nôtre Dame, in het hart van Parijs). Voorlopig geniet hij van de openheid en de nieuwgierigheid van de Amerikanen, met hun prachtige orkesten en concertzalen.

,,Laatst moest ik in Ames, Iowa, spelen. Ik dacht: misschien moet ik iets makkelijks voorbereiden, anders redden ze het niet. Wat een vergissing. Het bleek een fenomenale zaal van 3500 man te zijn aan de universiteit, alles van hout, een gretig publiek, helemaal uitverkocht, ze konden alles hebben. De mentaliteit in Europa is soms een beetje `narrow' daar bij vergeleken'' Thibaudet kan even niet op het Franse woord komen, wat hem ook overkomt bij de vraag hoe zijn eigen zangstem is: `opeless'.

,,Vooral in Frankrijk vindt men dat je rechtuit moet kijken. Ik ben een klassiek musicus en dan moet je niet iets anders gaan doen. Ik ben bezig een CD met muziek van Duke Ellington te maken. Dat kan niet, je vergooit je talent, zeggen critici. Die klassieke muziek is hier haast een religie geworden. Heiligschennis als je wat anders er bij doet. Dat kan de dood van de klassieke muziek in Europa betekenen, als de jonge generatie denkt dat klassieke muziek `oud' is. In Amerika zeg ik dat ik naar Michael Jackson luister, een gewone jongen ben. Die rode sokken en de Versace-vesten die ik draag, zijn een soort handelsmerk geworden, maar het is vooral een signaal: `klassieke muziek is niet wat jullie denken, namelijk saai'. Ik zal geen roze jurk aantrekken, maar het is wel tijd om de concertpraktijk een beetje te ontspannen. Anders zijn de zalen over twintig jaar leeg.''

Dat zou jammer zijn. Want Thibaudet, die nu nog trouw blijft aan zijn romantisch repertoire (Rachmaninov, Chopin, Liszt, Schumann) en de grote Fransen, Ravel en Debussy, bereidt juist een langzame terugkeer voor naar de vroegere reuzen, Mozart, Beethoven en zelfs Bach. Maar eerst werkt hij aan een pianoconcert van Brahms. ,,Dat heb ik tot nu toe steeds geweigerd. Dat kan je niet spelen als je twintig bent. De tijd rijpt, maar het duurt nog wel een jaar of vijf. Ik leer minder snel en de verwachtingen zijn hoger gespannen. Dat blokkeert me wat. Bovendien heb ik de vlezige toon nog niet te pakken.''

Alleen Schuberts pianosonates blijven tot nader order verboden jachtgebied voor Jean-Yves Thibaudet. ,,Dat is een moeilijk universum. Het is prachtig wat hij voor piano solo heeft geschreven. Ik speel vaak kamermuziek van hem en Lieder, ook `moments musicaux' en impromptu's. Maar de sonates, dat is erg gesloten muziek, ik ben er nog niet in geslaagd die te ontcijferen. Schubert heeft nog niet tot me gesproken. Misschien gaat op een dag het licht aan in mijn hoofd en zie ik wat me ontbrak. Ik wacht. Tot nu toe is het donker.''

Jean-Yves Thibaudet: 26 t/m 29 maart m.m.v. Julia Fischer (viool), Han Reiziger (piano), het Rosetti Kwartet en Elena Prokina (sopraan). Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Inl. (020) 6718345